Oh Baby bezit iets eigens in het cartooneske, met scènes als sketches
© RV Filmdepot

Oh Baby bezit iets eigens in het cartooneske, met scènes als sketches

Film (komedie) - Oh Baby

Het is geen verrassing hoe de romantische komedie Oh Baby afloopt, al heeft de film iets eigens in het cartooneske. Thomas Acda regisseert onvast en smeert de film dicht met zelfgecomponeerde deuntjes.

Oh Baby

Komedie
Regie: Thomas Acda
Met: Gijs Naber, Hanna van Vliet, Eric van Sauers, Renée Fokker, Liz Snoijink, Tom Clarke
96 min, in 72 zalen.

Hij met een baby? Ruben (Gijs Naber) is overrompeld wanneer zijn overleden ex hem een zoon blijkt te hebben nagelaten. Toch wordt de weinig succesvolle liedjesschrijver opgezadeld met de zorg én het zusje van z'n ex, dat haar idyllische en ongebonden backpack-bestaan tijdelijk gedag zegt, daar ze die prille vader niet vertrouwt. Zelf is ze ook niet al te handig met baby's, deze Lucy (Hanna van Vliet).

Zo begint Oh Baby, het speelfilmdebuut van regisseur Thomas Acda: twee eigengereide mensen die geen moment aan een kind dachten, of aan een vaste relatie, vormen nu ineens een alternatief driekoppig gezin. Je hoeft geen studie te doen naar het genre romantische komedie om te weten hoe dit uitpakt. Ruben en Lucy lijken niet of nauwelijks aangeslagen door het verlies van de jonge moeder, wat misschien een beetje gek is, maar het past bij de grillige humor die scenarist Nienke Römer (net als Acda tevens acteur) door haar script strooit.

Oh Baby bezit iets eigens in het cartooneske, met scènes als sketches: een bezoekje aan het consultatiebureau, net als Lucy de baby van een snorretje had voorzien, per ongeluk met onafwasbare stift, of een hoekig tweegesprek tussen Ruben en diens beste vriend Bor (Eric van Sauers), terwijl die in de Amstel staat naast een half gezonken kano, zonder dat dit mislukte sportuitje benoemd wordt. Ook switcht Acda soms even tussen realiteit en waan: dan droomt Ruben over zichzelf als échte zanger, of duikt ineens z'n overleden ex op. Dat werkt wel, zelfs al is de regiehand van Acda onvast, en de mise-en-scène soms gemankeerd.

Je hoeft geen studie te doen naar het genre romantische komedie om te weten hoe dit uitpakt

Naber, specialist in het spelen van onvolwassen mannen (zie Aanmodderfakker), hoeft niets nieuws te doen om te volstaan. Van Vliet acteert naturel en brengt zo wat gevoel aan.

Oh Baby verliest scherpte zodra de levenslesjes serieuzer worden, of de romantiek op commando van de filmmakers aanwakkert. Ook dringt de stoet aan bijfiguren zich niet echt in het verhaal. Sanne Vogel in een onbeduidende rol als depressieve vrouw, en een liefdesrivaal van Ruben die halverwege opduikt om aanspraak te maken op Lucy, maar geen serieuze partij vormt.

Acda smeert z'n film dicht met zelf-gecomponeerde deuntjes, zoals het hoort, en zadelt Ruben op met een weeïg Engelstalig slotnummer, dat niet bijster zuiver wordt voorgedragen door Naber. Oh Baby komt er net mee weg.