Vittorio Taviani
Vittorio Taviani © REUTERS

Italiaanse filmmaker Vittorio Taviani (1929-2018) laat met zijn broer Paolo een machtig oeuvre achter

De Italiaanse regisseur Vittorio Taviani is op 88-jarige leeftijd in Rome overleden. Dit maakte zijn dochter zondag bekend. Hij vormde een onafscheidelijk duo met zijn jongere broer Paolo.

Wie zich voorbereidde op een interview met Paolo en Vittorio Taviani toog, moest niet verbaasd opkijken als hij ter plekke slechts één van de regisserende broers trof. Geen punt: bij het uitwerken van het interview mocht hij van zijn solerende gesprekspartner gerust doen alsof hij ze toch allebei had gesproken. 'En anders vermeld je de eerste keer onze namen apart, om ons daarna gewoon Paolo-Vittorio te noemen.' Dat deed Marcello Mastroianni immers ook al, toen hij na de opnames van Allonsanfàn (1974) werd gevraagd hoe het was om zich door een duo te laten regisseren. 'Wat?' antwoordde Mastroianni droogjes op die vraag. 'Waren het er echt twee?'

En nu is het duo, dat met zijn schalkse oogopslag, humor en energie het eeuwige leven leek te hebben, geen duo meer. Vittorio overleed zondag, 88 jaar oud, Na een lange ziekte. Zijn dood betekent hoogstwaarschijnlijk dat er een einde komt aan het vele films omvattende oeuvre van de Taviani's. Van hun eerste beproevingen op het vlak van de documentaires tot de grote successen die ze in de jaren zeventig en tachtig oogstten met films als Padre padrone (1977) en Kaos (1984): steeds maakten Paolo en de twee jaar oudere Vittorio hun films in absolute harmonie.

Absolute omwenteling

De ideeën voor hun films ontstonden grotendeels tijdens de gezamenlijke wandelingen die de Taviani's maakten met hun honden

'Als jij cappuccino drinkt, weet je dan waar de melk ophoudt en de koffie begint?' zeiden de Taviani's graag over hun werkverhouding. Op de set regisseerden ze beurtelings, per camera-opstelling.; bij een oneven aantal opnames werd er muntje gegooid. De crew hoefde steeds alleen maar te luisteren naar de broer die aan de beurt was, terwijl de andere broer de opnames in de gaten hield via de monitor. Een methode die ze al in 1954 ontwikkelden, op de set van hun eerste film  San Miniato, luglio '44. 'We hebben een erg acute non-verbale, telepathische manier van communiceren,' vertelde Paolo in 2013 aan The New York Times. 'Als degene die achter de monitor zit aan zijn hoofd begint te krabben, dan weet de ander dat er iets niet goed zit. Vervolgens ontmoeten we elkaar in stilte, we corrigeren de misstand en gaan weer verder.'

Het schrijfproces verliep al net zo symbiotisch. De ideeën ontstonden grotendeels tijdens de gezamenlijke wandelingen die de Taviani's maakten met hun honden, waarbij een interessant krantenartikel vaak het vertrekpunt was. Zo ging dat bijvoorbeeld bij hun eerste meesterwerk, het in Cannes met de Gouden Palm en filmkritiekprijs bekroonde Padre padrone (1977), over een analfabetische schaapsherder die tijdens zijn militaire dienst het vuur van de taal te pakken krijgt en zich tot gevierd schrijver ontwikkelt. 'Die enorme overgang van stilte naar communicatie en de noodzaak om te communiceren, die wij als regisseurs ook voelen, sprak ons erg aan,' legden ze in 1993 uit aan de Filmkrant. 'Wij verdelen onze carrière in twee periodes: vanaf onze eerste documentaire tot Padre padrone en alles wat we daarna hebben gemaakt.'

Hoewel je makkelijk kon geloven dat de Taviani's tweelingbroers waren, was Vittorio iets ouder dan Paolo: de eerste werd geboren in 1929, de tweede in 1931. De gebroeders hadden een idyllische jeugd in het vlakbij Pisa gelegen stadje San Miniato, al begon Vittorio in interviews graag over de jaloezie die hij voelde toen Paolo, ondanks zijn jongere leeftijd, net zo lang dreigde te worden als hijzelf. 'Dat was onvergeeflijk,' zei Vittorio in 2013 tegen The Guardian. 'Er was een periode tijdens onze puberteit dat we allebei hoopten dat de ander zou omkomen bij een auto-ongeluk.'

Tijdens WOII werd hun band hechter, en de ultieme toenadering vond plaats toen de broers vlak na de oorlog voor het eerst samen naar de film gingen. Een vertoning van Roberto Rossellini's neorealistische oorlogsdrama Paisà (1946) was dat, en de Taviani's wisten niet wat ze meemaakten. Vittorio, in een interview met The Guardian uit 2013: 'Het was een totale schok in ons leven, een absolute omwenteling, want we zagen onze eigen tragedie, nagespeeld op het doek. Door de film te kijken kregen we meer vat op de tijd die we hadden doorstaan.'

Na het zien van Paisà was er geen weg meer terug. De uitgestippelde carrière in de advocatuur ging overboord; de Taviani's moesten en zouden films gaan maken. Als dat binnen tien jaar niet lukte zouden ze een geweer kopen en zichzelf ombrengen. Wie dan als eerste zou schieten, was dan weer iets wat ze vergaten te bespreken.

Toen Pisa voor als filmgekken herboren Taviani's geen vruchtbare bodem bleek - zonder succes richtten ze een filmclub en filmtijdschrift op en ontwikkelden het ene ongerealiseerde scenario na het andere - besloten ze naar Rome te verkassen. Daar leerden ze Giuliani De Negri kennen, een communist en ex-Partizaan die tot zijn dood alle films van de Taviani's zou produceren. 'En hij deed het niet eens voor het geld, wat heel bijzonder is voor een producent,;' zeiden de Taviani's in 1993 tegen de Filmkrant. 'Hij vond gewoon dat onze films gemaakt moesten worden.'

De eerste films die de Taviani's maakten waren tien minuten lange documentaires over verschillende onderwerpen - in feite veredelde bioscoopjournaals waar ze later nog maar weinig affectie voor voelden en die tegenwoordig als verloren gelden. Toch werd hier de kiem gelegd voor hun 'volwassen' oeuvre: de personages, de landschappen en de verhalen die Paolo en Vittorio als documentairemakers onderweg ontdekten, het keerde uiteindelijk allemaal terug in hun speelfilms. In hun allereerste filmproductie, de documentaire San Miniato, luglio '44 (1954), gingen de Taviani's in op de bomaanslag die de nazi's in 1944 pleegden op de kerk van hun geboortedorp. Een tragedie die later de basis zou vormen voor hun speelfilm La notte di San Lorenzo.

Het mysterieuze

Amerikaanse droom

Zoals zoveel Europese cineasten waagden ook de Taviani's de stap naar Amerika, en net als in zoveel andere gevallen liep dat niet bepaald uit op een succes. Good morning Babilonia, over twee Italiaanse broers die in Hollywood aan de slag gaan op de set van D.W. Griffiths Intolerance, mislukte volkomen - deels omdat de Taviani's het Engels niet machtig waren en dus hun spelers niet fatsoenlijk konden regisseren. 'De film hoort bij ons oeuvre,' aldus Vittorio in 1993 tegen filmtijdschrift Film Quarterly. 'Hoe goed of slecht hij is, is een ander verhaal. Maar het blijft belangrijk dat een cineast de realiteit die hij kent ook buiten de grenzen van zijn land laat weerklinken.'

Dierbaar was ook het contact dat de Taviani's in hun jonge jaren legden met de Nederlandse cineast Joris Ivens, met wie ze samen de film Italy is Not a Poor Country draaiden. 'Het was toen dat we inzagen hoe creatief het is om documentaires te maken... En dat dat niets voor ons was,' vertelden de Taviani's in 2013 aan filmjournalist Bilge Ebiri. In interviews haalden de Taviani's regelmatig aan wat Ivens zei toen ze hun materiaal voor Italy is Not a Poor Country aan hem leverden. 'Prachtig. Het is alleen geen documentaire, maar fictie.'

De alledaagse werkelijkheid was voor de Taviani's niet genoeg; de magie, de droom, het irreële en het mysterie van de natuur moesten ook hun weg zien te vinden in het Taviaanse universum. 'De mens weet veel, heeft veel geleerd en is creatief,' zeiden ze in 1993 tegen de Filmkrant. 'Maar de hoeveelheid kennis die de mens heeft, is niets in vergelijking met al die geheimen van het heelal die hij niet weet. Je kunt wel op de deuren van die mysteries kloppen, maar je zult nooit definitieve antwoorden krijgen.'

Die opvatting vind je terug in een film als Kaos, met zijn maanzieke en in reuzenkruiken ingeklemde personages, maar ook in hun voorlaatste productie, het in Berlijn met de Gouden Beer bekroonde Caesar Must Die. Op het eerste gezicht een sober opgezette documentaire over een door geïnterneerden gebrachte Shakespeare-voorstelling in de zwaarbewaakte Romeinse Rebibbia-gevangenis, maar toch ook een ode aan de verbeelding. 'Zo zagen we vlak voor de voorstelling een van de spelers in de zaal teder langs het zitvlak van een stoel strijken', vertelde Paolo in 2012 aan de Volkskrant. 'Natuurlijk wisten we niet wat hij hierbij dacht en dat hebben we hem ook niet gevraagd; we bedenken zoiets liever zelf. Dus hoor je in de film de acteur mijmeren dat er straks misschien een vrouw op die plaats gaat zitten. Het is als een ontmoeting tussen onze fantasie en dat wat we daadwerkelijk zagen.'

In hun vaak als raamvertelling opgezette films grepen de Taviani's veelal terug op grote klassieke schrijvers, van Shakespeare, Tolstoj (Il sole anche di notte, 1990) en Goethe (Le affinità elettive, 1996) tot twee keer Pirandello - Kaos en Tu ridi (1998). Maar van pure historische drama's was nooit sprake, ook al kun je hun films daar door hun situering en aankleding soms makkelijk voor aanzien. Fiorile (1993), over de vondst van een kist vol goud die een boerenfamilie drie generaties lang in ongeluk onderdompelt, was hun commentaar op de hebzucht die het Italië van de jaren tachtig beheerste. De pest-epidemie die in Boccaccio's Decamerone voortdurend op de achtergrond speelt, werd in Maraviglioso Boccacio (2015) een metafoor voor de rampspoed van de 21e eeuw. 'De plaag waar Boccaccio over schreef is tegenwoordig overal op de wereld aanwezig,' zeiden de Taviani's in 2015 tegen Cineuropa. 'Denk aan de volgelingen van IS die de hoofden van mensen afsnijden, denk aan de onrechtvaardigheid van oorlogen als die in Libië, of denk aan de enorme werkeloosheid die in Italië onder jongeren heerst.'

Maraviglioso Boccacio, gemaakt op de vleugels van het succes van Caesar Must Die, zou de allerlaatste film van de Taviani's blijken. Ongetwijfeld hadden de broers er nog veel méér willen regisseren. Paolo, in 2013 tegen The New York Times: 'We zullen pas stoppen als ons gevoel voor verwondering is uitgeput, en wanneer we geen sterke emoties meer voelen.'