Een diepe, sensuele liefde tussen een vrouw en een amfibieman: bij Guillermo del Toro kán het

Film (fantasy) - The Shape of Water

De belangrijkste personages in The Shape of Water zouden elders hooguit figuranten zijn. Gelukkig weet niemand zijn liefde voor hen zo over te brengen als hun regisseur, Guillermo del Toro.

Typische monsterfilmscène: creatuur wordt geëtaleerd in laboratorium, bewakers letten even niet op, monster weet te ontsnappen en houdt wraakzuchtig huis. Alles kapot, overal bloed, lichaamsdeel hier, lijk daar. Je kunt het telkens opnieuw zien gebeuren in films zonder je die ene, eigenlijk voor de hand liggende vraag te stellen: wie ruimt straks de boel weer op?

The Shape of Water

Fantasy

Regie: Guillermo del Toro

Met: Sally Hawkins, Doug Jones, Octavia Spencer, Richard Jenkins, Michael Shannon.

123 min., in 68 zalen.

Dan is het aan een cineast als Guillermo del Toro (53), die de conventies van de monsterfilm graag op hun kop zet, om met het antwoord te komen: de schoonmakers, natuurlijk. In The Shape of Water, Del Toro's nieuwste, uitbundige genreoefening, gaan Elisa (Sally Hawkins) en collega Zelda (Octavia Spencer) met emmer en zwabber aan de slag, nadat het uit de hand is gelopen in de onderzoeksinstelling waar ze werken. Helemaal onder aan de rangorde staan ze; ze hebben geen idee wat er allemaal gebeurt in de ruimten die ze poetsen, of wat er zwemt in dat ene, troebele bassin. In een andere monsterfilm zouden de dames het niet eens tot figurantenrollen schoppen.

En uitgerekend Elisa kiest Del Toro als heldin van zijn verhaal. Via haar glippen we het verhaal binnen. Het is een indicatie dat The Shape of Water heel anders zal worden dan je van de gemiddelde monsterfilm gewend bent; zonder een overdaad aan gruwelen, zonder in-slecht monster dat vernietigd dient te worden. En ook zonder cliché-heldin, zo een die eerst in een hoekje gaat zitten bibberen maar vervolgens, als spreekwoordelijke Beauty, valt voor het Beest.

The Shape of Water is heel anders dan je van de gemiddelde monsterfilm gewend bent; zonder een overdaad aan gruwelen, zonder in-slecht monster

Pinokkio en Frankenstein

Guillermo del Toro (links) zou het liefst films maken over het naar menselijkheid snakkende houten jongetje Pinokkio en het monster van Frankenstein. 'Het monster van Frankenstein, willoos in de wereld gezet en door iedereen uitgekotst, definieert de essentie van de outsider', zei Del Toro in 2015 in een interview met de Volkskrant. 'Als kunstenaar identificeer ik me met dat schepsel: als kunstenaar marginaliseer je jezelf, plaats je jezelf buiten de maatschappij.'

Ze komt op anderen makkelijk timide en wat angstig over, die Elisa. Tegelijkertijd is ze bepaald niet de grijze muis die ze lijkt te zijn. Zo zien we haar iedere ochtend masturberen in bad terwijl haar dagelijkse eitje op kook komt. Als ze ontdekt welk wezen in het laboratorium gevangen gehouden wordt door de sadistische onderzoeker Strickland (Michael Shannon) en zijn team, kookt ze nog wat extra eieren om aan te bieden aan het water-schepsel en zo contact met hem te kunnen leggen. Het blijkt het begin van een excentrieke, maar in Del Toro's wereld alleszins plausibele romance.

The Shape of Water, dat vorig jaar op het filmfestival van Venetië werd onderscheiden met de Gouden Leeuw en nu kans maakt op dertien Oscars (waaronder die voor Beste film, Beste regie en Beste vrouwelijke hoofdrol), is gesitueerd in het gesegregeerde Amerika van 1962. Midden in de Koude Oorlog, vlak voor de aanslag op president Kennedy. In dat benauwende klimaat leidt Elisa een teruggetrokken bestaan in haar appartementje boven een aftandse bioscoop.

Praten kan ze niet, aangezien haar stembanden zijn doorgesneden toen ze nog kind was. Het geeft vertolker Sally Hawkins alle kans om puur met haar gezicht en lijf te acteren, zonder dat het ooit overdreven wordt. Mooi, hoe Hawkins de verschillende kanten van haar personage in balns weet te houden.

Sowieso legt The Shape of Water veel nadruk op het lichamelijke. Zie bijvoorbeeld de kieuw-achtige littekens op Elisa's hals en het hand-motief dat Del Toro door de film heeft gesprenkeld: van de mensenhand die slaat, tot de monsterhand die wonden heelt.

Diezelfde monsterhanden weten óók te beminnen. Een diepe, sensuele liefde tussen een vrouw en een amfibieman: bij Guillermo del Toro kán het. Er is geen andere hedendaagse cineast die zo voelbaar verliefd is op de maffe creaturen die hij tot leven wekt, en die deze liefde zo graag op zijn publiek wil overbrengen als Del Toro - tot in de kleinste, simpelste details. Al vanaf zijn regiedebuut Cronos (1993), over een buitengewoon tragische vampier, breekt Del Toro een lans voor schepsels die in andere films het abjecte of absolute kwaad zouden vertegenwoordigen. Voor monsters die te afzichtelijk lijken om liefde te kunnen vinden.

The Shape of Water is hierin de voorlopige climax. De film barst van de marginale of gediscrimineerde personages: Elisa, haar zwarte collega Zelda, haar heimelijk homoseksuele buurman Giles (Richard Jenkins).

Maar niemand valt zozeer buiten de boot als die ergens in Zuid-Amerika opgeviste waterman. Met zijn schubbenlijf en kieuwenkop lijkt hij een directe nazaat van het monster uit Creature from the Black Lagoon (1954), een van de horrorklassiekers waarmee studio Universal school maakte, en die tot Del Toro's vaste filmdieet behoren.

Waar die film weinig twijfel laat bestaan over de kwade bedoelingen van het gedrocht in kwestie, krijgt Del Toro's sprookje de kijker al snel aan de zijde van het (naamloze) waterwezen. Tegenover elk potentieel monsterlijk detail staat iets wat betovert of aanlokt: de waterman, perfect belichaamd door Del Toro's vaste creatuur-vertolker Doug Jones, glijdt als een aal door het water, maar zit ook sensueel atletisch in zijn vel. Zijn huid fonkelt bij diepe gevoelens zachtblauw. Zijn oogopslag is even vissig als vertederend.

Best begrijpelijk, dat Elisa als een blok voor het wezen valt en alles wil doen om hem te helpen ontsnappen uit het laboratorium

Best begrijpelijk, dat Elisa als een blok voor het wezen valt en alles wil doen om hem te helpen ontsnappen uit het laboratorium. Dat het intussen toch ook gewoon een vent in een monsterpak blijft, pleit voor Del Toro's moed als filmmaker: Del Toro, die zijn schepsel zo menselijk en vleselijk mogelijk wilde maken, laat het daarmee uiteindelijk vooral aan je eigen fantasie en ontvankelijkheid over of de romantiek daadwerkelijk overslaat. Het monsterpak past ook bij een film die weinig op heeft met de digitaal gegenereerde spektakels die Hollywood doorgaans serveert. The Shape of Water pakt het liever traditioneler, zeg gerust ouderwetser aan.

Opvallend: hoewel het verhaal in 1962 is gesitueerd, lijkt de film zich qua sfeer en toonzetting vaak nog twintig, dertig jaar eerder af te spelen, al is het maar door de lange, kalme takes waarmee Dan Laustsen zijn camera door de decors laat zweven en zwemmen.

Welke kant het ook op gaat, het telt allemaal op tot één logisch universum. The Shape of Water is een prachtig, lief monster van een film

Soms lijkt het alsof The Shape of Water net zo min in zijn tijd past als de hoofdpersonages; hoogtepunt, wat dat betreft, is het musicalnummer à la Ginger Rogers en Fred Astaire, in zwart-wit. Voor even heeft Elisa haar stem terug. Opeens kan ze zingen en dansen, en krijgt ze in haar wereld alle ruimte die haar toekomt.

Op andere momenten lijkt The Shape of Water dan weer een monstervariant op Le fabuleux destin d'Amélie Poulain (2001), van Elisa's introverte maar pientere verschijning tot de kleurfilters en Alexandre Deplats muziek. Maar welke kant het ook op gaat, het telt allemaal op tot één logisch universum. The Shape of Water is een prachtig, lief monster van een film.


De vijf beste (mooiste, engste, onvergetelijkste) filmmonsters van Del Toro

1. De vampier uit Cronos (1993)

Ontstellend droeve verschijning, deze oude antiquair die steeds meer vampiertrekjes begint te ontwikkelen nadat een mysterieus, eeuwenoud object zich mechanisch in zijn hand heeft vastgeklemd. Triest hoogtepunt is de scène waarin de vampier-in-wording gulzig bloed van een toiletvloer likt. Del Toro's gelauwerde regiedebuut.

2. De geestjongen uit The Devil's Backbone (2001)

Het spookt op het internaat van de 10-jarige Carlos, vlak na de Spaanse Burgeroorlog. Maar wil de geest van het jongetje Santi hem angst aanjagen, of vooral iets duidelijk maken? In elk geval is Santi van begin af aan een griezelig fascinerende verschijning, zombie-achtig door de gangen lopend, terwijl water om hem heen bubbelt en bloed in wolkjes uit zijn hoofd zweeft.

3. De cycloop uit Pan's Labyrinth (2006)

In het fascistische Spanje van 1944 kan het meisje Ofelia niet langer fantasie van werkelijkheid onderscheiden. Ze ontmoet het ene sprookjeswezen na het andere. Ze belandt onder meer aan tafel bij de 'Pale Man' - een volledig haarloze, rimpelige en uitgezakte griezel met ogen in zijn handen en het bloed van talloze opgevreten kinderen aan zijn nagels. Briljant werk van de Nederlandse grime-meester Arjen Tuiten, die hiermee een van de weinige onversneden enge Del Toro-monsters creëerde.

4. De trollenmarkt uit Hell Boy II: The Golden Army (2008)

Zelden trommelde Del Toro zo veel rare wezens bijeen als wanneer Hell Boy een clandestiene trollenmarkt bezoekt. Je komt ogen tekort bij dit geschifte rariteitenkabinet, maar de leukste freak is toch de sarcastisch kletsende baby die volledig vergroeid lijkt met de borst van zijn bedremmeld kijkende drager. 'Ik ben geen baby, ik ben een tumor.'

5. De waterman uit The Shape of Water (2017)

Van alle Del Toro-schepsels is dit wezen misschien het meest schatplichtig aan de filmgeschiedenis, als de sympathieke en ontroerende variant op de amfibie-mens die dood en verderf zaait in Jack Arnolds klassieker Creature from the Black Lagoon (1954).