Combi van sciencefiction en vechtepos nét geen geheel

Film (fantasy) - Assassin's Creed

Assassin's Creed vindt de juiste toon in de combinatie tussen een sciencefiction-avontuur en een historisch vechtepos. Maar de finale van de film blijkt een anticlimax, ondanks de sterrencast.

'I didn't expect a kind of Spanish Inquisition', lieten de mafkezen van Monty Python hun personages ooit verzuchten. Iets dergelijks spookt ongetwijfeld door het hoofd van Callum Lynch, wanneer hij in gameverfilming Assassin's Creed in de brandhaarden van 15de eeuws Spanje belandt.

Assassin's Creed (fantasy)

Regie: Justin Kurzel

Met: Michael Fassbender, Marion Cotillard, Jeremy Irons, Michael Kenneth Williams, Charlotte Rampling

115 min., in 132 zalen

Net als de toeschouwer die nog nooit met de oorspronkelijke game(s) in aanraking is gekomen, begrijpt de ter dood veroordeelde Lynch (Michael Fassbender) pas gaandeweg wat er speelt. Vlak na zijn Texaanse schijnexecutie ontwaakt hij binnen de muren van de Spaanse Abstergo-organisatie, waar medewerker Sofia (Marion Cotillard) hem vertelt van de Assassijnen en de Tempeliers: twee sekten die ooit om de appel uit de Hof van Eden streden. De appel is volgens de Assassijnen de sleutel tot een geweldloze maatschappij, terwijl de Tempeliers met de bijbelse vrucht de vrijheid van gedachte willen dwarsbomen.

Nog steeds handig, zo'n appel, dus moet Lynch in zijn Assassijnse voorvader Aguilar afdalen en zodoende het fruitstuk opsporen. Met elke geheugenvlucht groeit zijn controle over de Assassijne vechttechnieken, terwijl hij steeds meer samenvloeit met Aguilars 'genetische herinneringen'. Dat hij intussen de marionet blijft van Abstergo en diens machtswellustige oprichter Rikkin (Jeremy Irons) maakt Lynch tot een tragische plaatsvervanger van de oorspronkelijke gamer.

Regisseur Justin Kurzel, die Fassbender en Cotillard eerder regisseerde in Macbeth (2015), benaderde Assassin's Creed als combinatie van twee verschillende genres: sciencefiction-avontuur en vechtepos. Aanvankelijk een prima aanpak. Zowel in de hedendaagse setting als in het stoffig woeste Spanje vindt Assassin's Creed de juiste toon, waarbij het Abstergo-gebouw een treffende schakel tussen heden en verleden vormt: mooi, hoe de futuristische laboratoriums overlopen in middeleeuws metselwerk.

Probleem is dat de film nooit echt landt; noch in de wereld van toen, noch in die van nu. Terwijl de historische scènes meesterproeven van spektakel zijn - de camera is vaak net een adelaar, scherend over de mensenmassa's - wordt het geen bevredigend geheel. Tussen Lynch en Sofia blijft het kil; Cotillard had sowieso een vleziger karakter verdiend, net als de met kleurloze of te beperkte bijrollen opgezadelde Irons, Brendan Gleeson, Michael Kenneth Williams en Charlotte Rampling. Zelfs met deze sterrencast blijkt de finale een anticlimax.

Misschien komt het later goed; de eerste game kreeg een rits vervolgen. Dat scenario ligt duidelijk ook voor de bioscoop in het verschiet, als de helden aan het einde van Assassin's Creed plechtig naar de horizon turen.