buiten eten

De containerschepen schuiven geruisloos langs de frikandellen op het strand van de Maasvlakte

Smickel-Inn Balkon van Europa Beeld Els Zweerink
Smickel-Inn Balkon van EuropaBeeld Els Zweerink

Hiske zoekt fijne plekken buiten en geschikte gerechten voor in de zon. Zoals een frikandel speciaal bij Smickel-Inn Balkon van Europa, waar je je onderdompelt in de schaal der dingen.

Wat: Smickel-Inn Balkon van Europa, Slag Maasmond 10, Maasvlakte Rotterdam

Wie: Fastfoodveteraan Ton Bödeker nam de iconische snackbar in de Rotterdamse haven anderhalf jaar geleden over.

Waar: Op het uiterste puntje van de Maasvlakte, met uitzicht over het eindeloze havengebied aan de ene en de langsbrommende containerschepen aan de andere kant.

Van alle onbegrijpelijkheden die het leven ons voor de voeten werpt, vind ik het vaak niet eens de dingen zélf die het moeilijkst te vatten zijn. Eerder is het de hoeveelheid, de schaal waarop ze zich voordoen. Ik gooi bijvoorbeeld wel eens een oude boterham weg of een zielige banaan, maar heel Amsterdam sámen gooit elke dag genoeg eetbaar voedsel weg om heel Almelo mee te voeden. Naaah. Of neem deze: Nederlanders houden van frikandellen, ze eten er samen 600 miljoen per jaar. Bij elkaar hebben we het dan over 108 duizend kilometer frikandel, ruim 2,5 keer de aarde rond. Doodnormale dingen in de absurde hoeveelheden waarin ze plotseling blijken te bestaan – die krijg ik niet goed uitgelijnd, daar past mijn hoofd niet omheen.

‘Waar perspectief geen houvast heeft...’ Het lijkt een overdreven diepzinnige tekst voor op een snackbardeur. Maar bij onze bestemming van deze week, Smickel-Inn Balkon van Europa, past hij wonderwel in de omgeving. De Rotterdamse haven is namelijk precies zo’n plek waar het een schaalblinde als mij subiet gaat duizelen: met ruim 12 duizend hectare veruit de grootste haven van Europa, een jaarlijkse goederenoverslag van zo’n 450 miljoen ton. En al die containerschepen, cruiseschepen en olietankers komen hier langs – vanaf het balkon van Europa zie je ze de haven in- en uitgaan.

Om er te komen moet je eerst door de Botlek, dan door Europoort, dan Maasvlakte 1 – veertig minuten rijden vanaf Rotterdam. Het gedicht Hollands Landschap van Hans Wap, waaruit die zin over perspectief komt, is met witte plak­letters op de deur geplakt toen de snackbar nog helemaal afgelegen lag: ‘Daar in het niets/ staat een snackbar in de vlakte/ alleen tegen de wind’. Inmiddels ligt de tweede Maasvlakte op de stoep. Overslaghavens met blauwe kranen zover het oog reikt, olieopslagtanks zo groot als voetbalstadions, zeecontainers als de duplosteentjes van een reuzenkleuter.

Marcel Wulffraat Beeld Els Zweerink
Marcel WulffraatBeeld Els Zweerink

Het terras, net achter de dijk, is opgeleukt met scharrige palmbomen, een verweerde piraat en vlaggen die vanaf de helft zijn weggerafeld tot Coca-C. ‘Alles waait hier uiteindelijk stuk,’ zegt eigenaar Ton Bödeker, een grote man met een snik in zijn stem, een verlegen glimlach en steeds een enigszins behoedzame blik in zijn blauwe ogen. Nee, hij wil niet op de foto. ‘Ik heb niet zulke goede ervaringen met de media: Rob Geus van de Smaakpolitie heeft me eens een lelijke streek geleverd en daar word ik soms nog steeds van herkend.’

Bödeker heeft, vertelt hij trots, in zijn leven ‘zo’n beetje alles’ met snacks gedaan. ‘Haringen en stroopwafels, patat en hamburgers op grote festivals, een keten broodjeszaken. Al op mijn 18de had ik mijn eerste zaak, later ging ik de markt op. Ik doe het liefste alles zelf, ik vóél het gewoon als er ergens muziek in zit, snap je?’ Toen hij twee jaar geleden in Spanje was kreeg hij een luchtfoto in handen gedrukt: het echtpaar dat Balkon van Europa 25 jaar had gerund, wilde met pensioen. ‘Ik ben een geboren Rotterdammer maar ik was nog nooit op de Maasvlakte geweest. Toch wist ik meteen: dit ga ik doen. Het paste precies in mijn plaatje. En de vorige eigenaren, Els en John, hebben het gewoon heel goed gedaan. Ik heb alles gehouden zoals het was.’ Hij wijst naar het interieur vol hangt koperen scheepsparefernalia, en naar het grote terras in de vorm van een boot. ‘Ze hadden alleen geen softijsmachine – die heb ik meegenomen.’

Smickel-Inn Balkon van Europa Beeld Els Zweerink
Smickel-Inn Balkon van EuropaBeeld Els Zweerink

Op het terras zitten havenarbeiders en vaders met hun zoontjes – je kunt Hoek van Holland en Scheveningen zien liggen, op het strand voor liggen geregeld zeehondjes. Bödeker: ‘Normaal gesproken zie je hier toeristen uit de hele wereld. Nu zijn er vanwege corona niet, maar vogel- en botenspotters zijn er nog volop, en die mensen die in de haven werken moeten ook eten.’ Zijn vriend en collega Marcel Wulffraat had een tandtechnisch laboratorium, maar toen dat ophield is hij Bödecker gaan helpen. Hij laat twee patat en een speklap in de frituur zakken. ‘Ik vind het een verrassend leuke baan. Je hebt altijd aanspraak, mensen komen hier graag en we hebben altijd lol’. Die speklap marineren ze trouwen zelf, ‘een nachtje in de ketjap en spekkruiden, en dan 2 minuten in de frituur’. Maar, zegt Bödeker, dat is meer iets voor oude mensen. ‘De meeste mensen eten gewoon een frikandel en een frietje.’

Smickel-Inn Balkon van Europa Beeld Els Zweerink
Smickel-Inn Balkon van EuropaBeeld Els Zweerink

Uit de verte doemt ondertussen een kleurig flatgebouw op, groot genoeg om de hele dijk in de schaduw te leggen. Het is de HMM Copenhagen, containerschip onder Panamese vlag. ‘61 meter breed,’ zeg ik. ‘400 meter lang. En met een capaciteit van... 23.964 standaardcontainers.’ Precies het type container achter ons, zien we nu, waar de snackbar in is gevestigd.

Ik moet even gaan zitten.

‘Een machtig lekkere vleesmops’

Kroket, mexicano en berehap hebben ver het nakijken: de frikandel is verreweg de populairste snack van Nederland. Gemiddeld eten we 37 stuks per persoon, per jaar – baby’s meegerekend – en dan vooral ‘speciaal’, met mayonaise, ketchup of curry, en uitjes. De precieze herkomst van de gekruide, gefrituurde worst-zonder-vel (of is het een lange gehaktbal?) is niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat de frikandel een variatie is op de frikadel zonder n, een soort afgeplatte gehaktbal met kruiden die al in de 16de eeuw werd gegeten. In de jaren vijftig zou hiervan een lange versie van zijn bedacht door Jan Beckers uit Deurne die de N in de naam toevoegde, maar dat mag inmiddels een marketingmythe heten. In het krantenarchief zijn namelijk veel oudere vermeldingen te vinden, en tot diep in de jaren zeventig wordt de frikandel (‘een machtig lekkere worstachtige vleesmops, gekompleteerd door de nodige uien, ketchup en mayonaise’) verkocht als een uitvinding van ‘de zuiderburen’. De firma Beckers (inmiddels in handen van investeringsfonds Egeria) produceert nog wel verreweg de meeste frikandellen, ongeveer een miljoen per dag. Net als bij veel andere bewerkte vleesproducten is er lang volop gespeculeerd over de ingrediënten (koeienoog, straathond en uier), maar het hoofdingrediënt is tegenwoordig kippenseparatorvlees: het restvlees dat van kipkarkassen wordt gespoten na de slacht. Dat is ook volop voorradig, want – over adembenemende cijfers gesproken – in Nederland worden iedere seconde van de dag zo’n achttien kippen gedood en bewerkt.

Frikandellen: het recept

Recept van Timo de Beurs van Slagerij de Beurs, Amsterdam

Neem 200 g kipfilet, 50 g mager varkensvlees, 50 g vet, en 50 g gerookt spek. Vraag je slager het vlees door de fijne plaat van de gehaktmolen te doen, of snij het klein. Doe dit in de bak van de keukenmachine met 5 g uienpoeder, 5 g nootmuskaat, 5 g piment, 5 g witte peper, 4 g maizena, 50 g broodkruim of paneermeel en 4 g zout. Zet het geheel 20 minuten in de diepvries om heel koud te worden, en draai het geheel dan fijn tot er een bal ontstaat. Voeg dan stuk voor stuk een handje ijsblokjes toe en laat ze meedraaien tot het vlees een lichtroze massa is. Schep dit in een spuitzak, leg plastic folie op je werkbank en spuit daar een lange worst op van 30 cm lang en iets meer dan 1 cm dik en rol die strak in de folie. Maak nog zo’n worst. Leg de worsten in de vriezer tot ze hard zijn en snijd ze in frikandellen van ongeveer 18 cm. Breng een pannetje runderbouillon aan de kook (vers of van een blokje) en zet het vuur dan laag. Verwijder het plastic en pocheer de frikandellen in runderbouillon met eventueel een lepeltje instantkoffie voor de kleur. Na een minuut of 10 gaan ze drijven – dan zijn ze klaar. Laat de frikandellen opdrogen en afkoelen – je kunt ze nu ook goed invriezen. Frituur ze tot ze gaan drijven en serveer met ketchup of curry, mayonaise en gesnipperde ui.

In dit filmpje op FoodTube kun je zien hoe Timo de Beurs zijn frikandellen maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden