EetbiografieBart Kemp

Boerenactivist en schapenhouder Bart Kemp: ‘De kinderen kijken gewoon mee bij het slachten, hoor’

Wat zeggen je eetgewoonten over wie je bent? We bespreken het in een reeks interviews. Activist en schapenhouder Bart Kemp wil meer respect voor de Nederlandse boer. Voegt hij aan de eettafel de daad bij het woord?

Bart Kemp in de keuken van zijn boerderij in Ede. Beeld Renate Beense
Bart Kemp in de keuken van zijn boerderij in Ede.Beeld Renate Beense

Vlak bij de monumentale boerderij van schapenhouder en boerenactivist Bart Kemp (43) in Ede staat een bescheiden billboard in de berm: ‘Onze boeren, ons voedsel’. Artikelen met soortgelijke slogans zijn te koop in de webwinkel van boerenorganisatie Agractie. Op een zonnebril: ‘Onze boeren, onze toekomst’. Op een spandoek op een hek, waarachter je zowel nieuwsgierige koeien als boze agrariërs zou kunnen aantreffen: ‘Onze boeren, ons landschap’.

De boodschap zou wellicht meer bereik hebben op een randstedelijke rotonde of bij een stadse supermarkt. Hier op de Veluwe is de maatschappelijke rol van boeren duidelijk, want boeren zijn hier zowat de samenleving. Hier graast ons toekomstig voedsel in de wei. Het pikt wormen uit de grond of staat onnozel te herkauwen in de motregen. Hier kijkt men niet wat voor groenten de supermarkt in de aanbieding heeft, maar wat er rijp is in de moestuin. Daarom eten Bart Kemp, zijn vrouw en vier kinderen vanavond rode bieten en in de schil gekookte aardappels uit de tuin. Balletje gehakt erbij van eigen schaap. Smullen.

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

‘Veel stedelingen’, zegt Kemp terwijl hij opgekookte melk in zijn koffie giet, ‘zijn de band met het boerenleven verloren.’ De melk komt van een naburige boerderij, waar je zelf kunt tappen uit een tankje. ‘Dertig jaar geleden had iedereen wel ergens een familielid of een kennis die boer was. Nu groeit een hele generatie op die niet meer weet hoe het boerenleven in elkaar zit, die er ook niet over heeft nagedacht, maar die wel eisen stelt aan boeren.’ Neem nou minister Carola Schouten: opgegroeid als boerendochter, maar ‘al sinds haar 17de Rotterdammer. Van haar boerenroots is weinig meer te merken.’

Agractiebestuurder Kemp kreeg vorig jaar landelijke bekendheid als initiatiefnemer van de eerste boerenacties op het Malieveld, zij het dat hij niet de radicale protestagrariërs vertegenwoordigt, maar de tak die begrip wil kweken voor boeren, onder meer door in gesprek te gaan met stadsbewoners bij wie het voedsel nu eenmaal niet rondom het huis scharrelt. Kemp is ook actief in de No Wolves-beweging – als hoeder van achthonderd schapen, die vrijwel jaarrond buitenlopen, staat hij niet te springen om de terugkeer van de Canis lupus.

Daar, in die achtertuin, groeit nu de laatste boerenkool van het seizoen. De groenteboer verdient niks aan de Kempjes. Ze zijn nagenoeg zelfvoorzienend qua groenten, de vriezer zit vol. Vroeger thuis, in de buurt van Geldermalsen in de Betuwe, deed de bijkeuken dienst als proviandkast met rijen weckpotten, bonen in het zout, zuurkool uit het vat. ‘Allemaal eigen spul.’ Zoals elders op het platteland was er een coöperatief diepvrieshuis in het dorp waar particulieren een kluis konden huren voor groenten en vlees: veel plattelanders, waaronder Kemps ouders, kochten een kwart koe bij een boer. En wie had er géén moestuin?! ‘Ik héb me als kind in de vakantie wat snijbonen moeten snijden met zo’n bonenmolentje.’

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Moeder kookte eenvoudig, ‘veel met gehakt halfom’, ze maakte elke dag pap, zoals custardvla en griesmeel. Op zondagen was er ijs als toetje. Kenmerkend ook voor de dag des Heren was soep als hoofdgerecht – ‘tomaten, groenten of kippen’ – en het feit dat vader hielp bij de afwas, een klusje waaraan Bart zich, dankzij vier oudere zussen, meestal wist te onttrekken. Het aardappelen-groenten-vleesmenu uit zijn jeugd was bijna even onwankelbaar als het gereformeerde geloof.

Toch sloop er wat exotiek de keuken in, in de vorm van pilav met kip en perziken uit blik. ‘Later kwam er een nieuwe stamppot bij: een kilo gekookte aardappels, een pond kaas en een half pakje roomboter. Met appelmoes. Moeder vond het te vet en ongezond, ik had al mijn overredingskracht nodig om het op tafel te krijgen. Nu zijn mijn eigen kinderen er dol op. Ik snap nu waarom moeder het maar af en toe maakte.’

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Toen hij op zijn 19de op zichzelf ging wonen, werd de frituurpan zijn beste vriend. Hij kon macaroni maken, een ei bakken en een pizza in de oven schuiven. ‘Dat was het wel. Het gezegde ‘wat een boer niet kent dat vreet-ie niet’ was toen helemaal op mij van toepassing.’ Intussen had hij een groentetuintje aangelegd. ‘Ik kreeg steeds meer lol in experimenten met indertijd wat minder gangbare groenten, zoals broccoli en nieuwe slasoorten.’ 

Rond zijn 25ste – hij had inmiddels zijn vrouw leren kennen – kwam er een definitieve omslag. ‘We gingen geregeld uit eten, soms in vreetschuren, maar ook in kleine, klassieke restaurants. Ik wilde alles proberen, garnalen, kikkerbilletjes, Aziatisch – dingen die ik nooit had gegeten.’

Zijn culinaire horizon werd verbreed dankzij het plan een schapenboerderij te beginnen in Frankrijk. Tijdens een verkenningstocht in Occitanië verbleef hij een paar weken bij een Frans gezin. ‘Om 8 uur pas avondeten, vaak met een voorafje. Kazen erbij, wijn. Dat bourgondische en de tijd die ervoor werd genomen: geweldig. Ik dronk alleen wijn bij het eten met Kerst bij mijn schoonfamilie, van die zoete. Mijn vrouw en kinderen vinden nu weleens dat ik traag eet, maar de avondmaaltijd is echt een rustpunt geworden; tijd voor elkaar, tijd om de kinderen aan te horen.’

Het emigratieplan strandde, maar sindsdien drinkt hij misschien als enige boer op de Veluwe elke avond een glas wijn bij het eten, zoals zijn Franse collega-agriculteurs. ‘Ik heb mezelf aangeleerd op welke druivenrassen en wijnregio’s ik moet letten. Je leest de etiketten, je doet eens een cursusje. Bordeaux en bourgogne vind ik niks, doe mij maar een stevige tempranillo of een montepulciano.’

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense
null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Zijn wijnvoorraad – ‘van de Aldi of de Albert Heijn, nooit duurder dan 15 euro de fles’ – is een bonte verzameling. ‘We ruilen veel spullen, via Facebook bijvoorbeeld. Ik had eens duizenden meters irrigatieleiding over van een stuk land dat ik had gekocht. Geïnteresseerden mochten een aanhanger vol meenemen voor twee flessen wijn. Sommigen laadden hun kar vol voor een fles bocht, anderen kwamen aan met een topwijn en namen maar 20 meter mee.’

Kemp hecht aan duurzaamheid, aan goed rentmeesterschap. Bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt hij bij voorkeur niet. ‘Maar ik sluit niet uit dat ik bij extreme onkruiddruk een keer pesticide moet toepassen.’ De groenten uit de tuin verschijnen in allerlei combinaties op de borden van de vier kleine Kempjes, van wie de oudste 9 is. ‘We zijn nu aan het experimenteren met boerenkool in combinatie met pasta, rijst, aardappelen, noem maar op. Zo zoeken we uit wat we het lekkerst vinden.’

De kinderen helpen een beetje mee in de keuken en in de tuin. ‘We willen ze een band met de natuur en met voedsel meegeven: meenemen in het bedrijf, in de moestuin, iets bakken op een houtvuurtje.’ Klinkt idyllisch, maar Ot en Sien-achtige romantiek is op een boerderij nooit van lange duur. ‘Laatst hadden we een partijtje slachthanen gekregen via een boerinnenapp van mijn vrouw. Ik heb een paar dagen staan slachten, ook voor anderen. Daar zijn de kinderen gewoon bij, hoor. Want ook dat staat dicht bij de natuur. Ze helpen met veren van de hanen plukken en het vel eraf stropen.’ Vijftig hanen, proviand voor de winter: ‘Dat is honderd poten, honderd kipfilets en honderd vleugels. En heel veel kippensoep.’

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Geen bal aan: ‘Zuurkool.’

Bijzondere eetervaring: ‘Tijdens een vakantie op Cyprus belegde een oude boer, de handen zwart van de olijven, brood met kaas en zongerijpte tomaten. Dat pure ervan.’

Duurzame zelfplukgroentetuin: ‘In januari beginnen twee vrouwen die in Wageningen hebben gestudeerd daarmee op een stuk land van ons.’

Notenbomen: ‘We hebben er veertig en denken erover stedelingen uit te nodigen om te komen rapen. Dan kunnen wij iets laten zien van het boerenleven en de voedselproductie.’

Wijnlanden: ‘Altijd Europees. In Chili, bijvoorbeeld, hebben ze ook goede wijnen, maar dat vind ik te ver weg, qua milieubelasting.’

Pittig gestoofde schapennek of - schouder met honing en rozijnen

- 1 kilo botloze schouder of nek van schaap

- scheutje olie

- 2 uien in ringen

- 3 tenen knoflook, geplet

- halve liter runderbouillon

- 2 theelepels sambal brandal

- 2 eetlepels honing

- 3 eetlepels rozijnen

- peper en zout

Verwarm de oven voor op 200 graden. Smeer het vlees in met peper en zout, giet een scheut olie in een braadpan met deksel die de oven in kan (zonder plastic dus) en schroei het vlees rondom dicht. Haal het uit de pan en leg het op een bord. Bak de uien en de knoflooktenen in het achtergebleven braadvet tot de uien glazig zijn. Giet de bouillon erbij, voeg de sambal en de honing toe, roer het even goed door en leg het vlees erin.

Schuif de pan nu in de oven en verlaag de temperatuur naar 150 graden. Laat gaar stoven in ongeveer 2,5 uur. Na een uur het vlees even omdraaien. Heb je geen braadpan die in de oven past, dan kun je het vlees ook op het fornuis gaar stoven, op zacht vuur. Haal eventueel overtollig vet weg en snijd of pluk het vlees in stukjes. Laat het in de saus nog een minuut of vijf stoven met de rozijnen. Je kunt het eten met pasta of bami, en groente als broccoli, bloemkool of boontjes. Drink er een goed glas rode wijn bij, met veel hout.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden