ReportageEilandeten

Appels gappen bij de Waddengoden van Schiermonnikoog

Beeld Niels Stomps & Femke Doove

Culinair recensent Hiske Versprille verkent en proeft deze zomer op de eilanden. Deze week eet ze op Schiermonnikoog een weelderig, licht menu bij Ambrosijn, en vissoep aan het noordelijkste (en mooiste) strand van Nederland.

Wat: Ambrosijn in het dorp, De Marlijn aan het Badstrand

Waar: Op Schiermonnikoog

Hoe: Met de pont vanuit Lauwersoog. Bij aankomst huur je een fiets – er mogen geen auto’s op het eiland.

Sfeer: Beschaafd, maar ontspannen

Eten: Een drie- (€ 33,50)- tot zevengangenmenu (€ 77,50)  en/of een ijsje in het dorp. Bij De Marlijn is de vissoep een aanrader. 

Drinken goden bier of wijn? Kunnen ze ruiken? Willen engelen hun biefstuk medium rare en als God kan eten, moet hij dan ook weleens poepen? Het zijn gewichtige vragen waarover sommige discussies al millennia duren. Duidelijk is wel dat mensen die het eten van de goden afpakken – Tantalus jatte ambrozijn, Eva gapte een appeltje – daar meestal niet zo best vanaf komen. Maar of we dit goddelijk voedsel moeten zien als iets dat ook werkelijk de maag vult? Dat wordt niet helemaal duidelijk.

Beeld Niels Stomps & Femke Doove

De ambroappel zou hier een missing link kunnen zijn, al staat die niet ín het paradijs maar daar wel nét om de hoek, op Schier. Fruitkundige Tijs Visser, ook vader van de megasuccesvolle elstar, werd op het eiland geboren – een pomoloog uit Schiermonnikoog. In de jaren zeventig merkte hij tot zijn verbazing dat overal langs de wandel- en fietspaden ineens wilde appelboompjes stonden. De zaailingen bleken resistent tegen plagen als schurft, en Visser kweekte er een stevige herfstappel uit die hij vernoemde naar zijn opa Ambrosius. Schiermonnikoog telt één dorp, twee kleine vuurtorens, wat landbouwgrond en een groot natuurgebied. Er wonen nog geen duizend mensen, maar er komen driehonderdduizend bezoekers per jaar. Het waren die bezoekers, de duinstruiners en de strandliggers en inmiddels ook de race-ouderen op hun elektrische fietsen, die in hun rugtas een appeltje meenamen en hun afgekloven klokhuizen in de duinen gooiden.

Beeld Niels Stomps & Femke Doove

Chef-kok Co Huijbrechts noemde zijn restaurant ernaar: Ambrosijn. De Amsterdammer is net als de zaailingen niet inheems, maar geheel geworteld. Hij woont er al twintig jaar en gaat zelden meer naar de wal. ‘Ik vind Schier een goddelijke plek. Ik ben elke dag weer zo blij dat ik hier ben.’ Nadat hij ’s avonds de keuken heeft gesloten, gaat hij hardlopen over het eiland, door het donker, over het strand of dwars door het bos – ‘dan moet je tussen de boomtoppen naar de sterren kijken om het pad te vinden.’ Hij heeft ook een ijssalon waar hij, naast de geijkte smaken, ook duindoorn-, zeekraal- en kamille-ijs verkoopt.

Bij Ambrosijn wordt een vast menu geserveerd van drie tot zeven gangen, weelderige maar toch lichte gerechten met veel groenten: coquilles met oesterzwammen en knapperige tuinbonen; bavette van roodbonte koe met geroosterde oerwortel, wilde perzik en laurierjus. Heel smakelijk. Huijbrechts gebruikt veel Noordzeevis en sauzen op basis van groente- en granensappen, bladgroenten en kleinfruit komt uit de  zelfpluktuin even verderop. Tussen de gangen door worden ons lieve grapjes geserveerd zoals een rijtje keurig in het gelid gelegde alikruikjes, leeg te prikken met een speld.

Beeld Niels Stomps & Femke Doove

Kunnen de Wadden je sowieso al dat besmuikt feestelijke gevoel geven dat je ontzettend hebt geboft, op Schiermonnikoog lijkt dat nog sterker. Het is iets met het licht, en de voortdurende, langzaam-maar-zekere beweging van het hele waddengebied zélf, stukken land die uit zee bovenkomen en weer ondergaan. Indrukwekkend zijn de foto’s van het gigantische Badhotel op de westpunt dat nog geen eeuw geleden in de golven verdween. Eerder hapte de zee hele dorpen weg en spuugde ze soms ook weer uit. In mei werd voor de tweede keer in tien jaar een gebiedscorrectie toegepast omdat het oostpunt van het Friese eiland voor de zoveelste keer een andere provincie was binnengewandeld – onder gemor van enkele Groningse partijen overigens, die ook wel in waren voor een eigen resort.

Het Badstrand is het noordelijkste en misschien ook wel het mooiste strand van Nederland, met een eindeloos eb van poedersuikerfijn, lichtgeel zand omzoomd door behelmgraste duintjes waar je, alsof het hemelbedjes zijn, altijd een beschut plekje vindt. Op hoge poten, als een vriendelijk beest, staat op het strand het satellietstrandtentje van strandtent De Marlijn. Ook dat is een ontspannen zaak met aardige mensen en uitstekende vissoep met kanariegele rouille, die je dan bij voorkeur eet op de zachte bankjes en zitjes die bovenop de duintop zijn geplaatst, terwijl de zon langzaam ondergaat.

Ik zeg het u: de Olympus is er niks bij. 

Beeld Niels Stomps & Femke Doove
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden