Film

Het magistrale Il buco is ontzettend spannend en toch machtig kalm ★★★★★

Als kijker moet je de behoefte aan een plot of aan identificeerbare personages loslaten, maar wat je ervoor terug krijgt is een onvergetelijke tocht in een van de diepste grotten van de wereld. Regisseur Michelangelo Frammartino toont zich een genie in het aanreiken van associaties.

Kevin Toma
Il Buco van regisseur Michelangelo Frammartino is een onnavolgbaar meesterwerk. Beeld
Il Buco van regisseur Michelangelo Frammartino is een onnavolgbaar meesterwerk.

Hoogtevrees hebben, en dan toch in een immens diepe grot afdalen om je nieuwe speelfilm te realiseren. De Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino deed het, samen met twaalf acterende speleologen en een handvol crewleden. Frammartino’s Il buco is een vrije herschepping van de expeditie die in 1961 de Abisso del Bifurto in kaart bracht: een onderaardse, slangvormige afgrond in het Calabrische Pollino-gebergte, die tot 687 meter onder de aardbodem voert en die destijds werd beschouwd als de op twee na diepste grot ter wereld. Frammartino en de zijnen gingen ter plekke naar beneden, vier uur dalend, vier uur omhoog klauterend. Ze moesten de tocht meer dan dertig keer maken voordat alle opnamen van Il buco erop stonden.

Noem het de passie van een uniek cineast, noem het zelfkastijding. Hoe dan ook heeft het een – letterlijk – onnavolgbaar meesterwerk opgeleverd dat ook het publiek op ontdekkingstocht stuurt. Net als de speleologen, jongelingen die vanuit het noorden van Italië afzakken naar het zuiden, baan je je als toeschouwer een weg door de deels verticale grot: tastend langs de beelden, de overal om je heen klinkende echo’s van stemmen, stappen en waterdruppels en een intens zwart donker dat volledig in de duisternis van de bioscoopzaal overloopt. Met een beetje geluk kom je als een ander mens weer boven.

Il buco (‘Het gat’), een film die een zo groot mogelijk scherm verdient, werd op het Filmfestival van Venetië meermaals onderscheiden, onder andere met de speciale juryprijs. Het zaadje van de film werd in 2007 geplant, toen Frammartino locaties zocht voor zijn vorige productie, de pastorale reïncarnatievertelling Le quattro volte (2010). De burgemeester van Alessandria del Carretto nam hem mee naar de Bifurto-kloof, waar Frammartino pas werkelijk besefte dat er zulke complete ondergrondse werelden bestaan. Ondanks zijn hoogtevrees volgde Frammartino een opleiding tot amateur-speleoloog, om in 2016 voor het eerst zelf de kloof te bezoeken.

De verwondering die hij toen moet hebben gevoeld, brengt Frammartino met het nagenoeg dialoogloze Il buco volmaakt over. Dat is ook zeker te danken aan de magistrale cinematografie van Renato Berta. De inmiddels 77-jarige cameraveteraan werkte samen met talrijke grootheden van de cinema, en zegde toe omdat hij nog nooit in volslagen donker had gedraaid. Berta’s digitale camera werd met een optische kabel van bijna een kilometer lang aan een monitor verbonden, zodat hij de opnamen vanaf de begane grond kon sturen. Enkel de lampjes op de helmen van de onderzoekers dienden als lichtbron; soms ook een brandend tijdschrift, dat als provisorische fakkel omlaag werd gegooid.

Wat een onvergetelijke beelden levert dat op. Licht dat streelt, flakkert, kaatst en rolt langs vochtige rotswanden die nog nooit eerder op film werden vastgelegd. Opvallend is de rust waarmee het in Il buco allemaal wordt vastgelegd. Ontspannend toekijkend en kalm zwenkend absorbeert de cameravoering zowel het precisiewerk van de speleologen als de onverstoorbare, tijdloze diepte van de grot. Dat maakt van Il buco iets wonderbaarlijks: ontzettend spannend, en toch machtig kalm.

Je moet dan wel de behoefte aan een strakke plot loslaten, of aan personages waarmee het makkelijk identificeren is. Terwijl de meeste andere filmmakers een van de speleologen als protagonist zouden hebben uitgekozen, portretteren Frammartino en co-scenarist Giovanna Giuliani hen als een homogene groep enthousiastelingen, zonder dat je de onderzoekers verder leert kennen. Het gaat in Il buco eerder om hun plek in de ruimte, hun relatie tot de elementen. Vaak slaat Frammartino de mannen (en enkele vrouwen) gade vanaf een zekere afstand, vanuit de duisternis van de grot of, in de ook al zo fraai gefotografeerde bovengrondse scènes, vanaf de hoogte neerkijkend op hun kamp. De kloof, de wolken en de bergen krijgen hun eigen perspectief, in Il buco.

En dan is er nog de blik van de oude, door weer en wind getekende koeienherder Nicola (Nicola Lanza, een echte herder, afgelopen jaar overleden). Vanaf zijn vaste rustplek ziet hij hoe de onderzoekers arriveren in het dal, hun tenten opslaan en de eerste verkennende stappen in de afgrond zetten. Hoe verder ze afdalen, hoe zieker Nicola wordt. Een parallel die door Frammartino eerder wordt aangestipt dan beklemtoond.

Il buco levert ook commentaar op de economische achterstand van het Italiaanse zuiden ten opzichte van het welvarende noorden. Zie bijvoorbeeld de televisiereportage die de inwoners van het nabijgelegen dorp op een cafépleintje kijken, waarin de verslaggever per glazenwasserslift de in 1961 voltooide Milanese Pirelli-wolkenkrabber bestijgt: een opwaarts kapitalistisch symbool tegenover een natuurfenomeen dat, zo je wilt, door noorderlingen wordt gekoloniseerd. Zulke maatschappijkritiek blijft evenwel onderhuids in Il buco, dat nooit zijn organische, zacht mystieke karakter verliest.

Daarmee vervolgt Il buco het pad van Il quattro volte, een film die vooral liet voelen hoe de ziel van een herder overspringt op een pasgeboren geitenlammetje, hoe het dier transformeert in een boom, en de boom weer in een mineraal. Frammartino bewijst zich met Il buco andermaal als een genie in het aanreiken van associaties. Bijzonder fraai is het moment waarop een arts met zijn lampje in Nicola’s ogen schijnt, en de film overschakelt naar de door de grot schietende lichtjes van de onderzoekers. Alsof er geen verschil meer is tussen lichaam en landschap, tussen binnen en buiten, tussen het zwart van een ondergrondse grot en dat van een schemerend bewustzijn.

In Il buco liggen zulke verbanden voor het oprapen, als je je verbeelding en aandacht maar vrij spel geeft. Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn. Eenmaal gewend aan het donker, ga je alleen maar scherper zien.

Ondenkbaar

Michelangelo Frammartino, ontdekte hij iets bijzonders terwijl hij research deed voor Il buco. Nadat de speleologen in 1961 de Bifurto-kloof waren afgedaald, hielden ze die enorme prestatie helemaal voor zichzelf. ‘Ongelooflijk’, zei Frammartino tegen Filmmaker Magazine. ‘Zoiets zou voor onze generatie ondenkbaar zijn. Als wij niet publiceren wat we doen, is het alsof we het helemaal niet hebben gedaan.’

Film rec - Il buco

Avontuur ★★★★★
Regie Michelangelo Frammartino
Met Nicola Lanza, Paolo Cossi, Denise Trombin, Jacopo Elia.
93 min., in 36 zalen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden