ColumnSylvia Witteman

We ‘stookten niet voor de vogeltjes’ – ik weet nog hoe zielig ik dat vond

null Beeld

Mijn zoon had met de een of andere zinloze sportactiviteit zijn rug bezeerd en wilde een warme kruik. De kruik was, zoals dat gaat, onvindbaar. Tijdens het zoeken dacht ik aan mijn kindertijd.

We woonden in een oud huis vol kieren dat met gaskachels verwarmd werd. De gasrekening was een constante bron van zorg voor mijn moeder, want gas was ‘onbetaalbaar’. Wij, kinderen, werden voortdurend gemaand geen deuren open te laten staan, want we ‘stookten niet voor de vogeltjes’. Ik weet nog hoe zielig ik dat vond en hoe ik eens, toen ik alleen thuis was, de keukendeur heb opengezet met de kachel aan, zodat de vogeltjes het ook eens lekker warm zouden hebben.

Op de zolder, waar mijn zusje en ik sliepen, was geen kachel. Het werd daar soms zo koud dat er ijs op het glaasje water naast mijn bed stond. Dan was het zaak een kruik mee naar bed te nemen, om je voeten aan te warmen. Wij hadden maar één kruik, dus dat gaf nog weleens onmin.

Dit klinkt allemaal nogal Dickens-achtig, maar we wisten niet beter. Ik kan nog steeds goed tegen kou, en als het ergens warmer dan 20 graden is raak ik in paniek, niet alleen van de hitte maar ook, in loco parentis, om de gasrekening.

Al peinzend liep ik een filiaal van Blokker binnen. ‘Ik ben op zoek naar een kruik’, zei ik tegen een meisje dat kleerhangers stond te stapelen. Ze schrok ervan. ‘Een pruik?’, vroeg ze angstig. Nee, een kruik! Stompzinnig schetste ik met beide handen een rechthoek in de lucht, waarna ze bekende dat ze daar ‘nooit van gehoord’ had.

Een wat oudere collega bood uitkomst en ik toog naar huis met een kruik. Net zo een als vroeger, rubber met ribbeltjes. Zo lekker warm als die ’s avonds aan je voeten lag, zo walgelijk voelde hij in de ochtend: een koude, dode vis.

‘Hier is je kruik’, zei ik tegen mijn zoon, en vertelde hem over de koude zolderkamer van mijn jeugd. ‘Was gas vroeger zo duur?’, vroeg hij verbaasd, waarop ik antwoordde dat het nog steeds duur is, en gestaag duurder wordt. Wat betalen we dan per maand, wilde hij weten. Het antwoord viel hem mee, maar hij heeft makkelijk lullen, van mijn centen.

Hij begon de kruik te vullen met kokend water. ‘Dat is te heet, straks barst hij open’, waarschuwde ik. Hij haalde zijn schouders op en nam het ding mee naar zijn kamer. Op het aanrecht vond ik de verpakking van de kruik. ‘NIET MET KOKEND WATER VULLEN!’, stond erop, in drie talen.

Ik wacht gelaten op de gil.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden