Opinie

Opinie: Hard werken voor weinig, mijn liefde voor de horeca is als een doodgeslagen biertje

In cafés en restaurants is nog zo weinig personeel te vinden dat de overgebleven medewerkers op hun laatste benen lopen. Huisbazen en brouwerijen zullen de horeca een handje moeten helpen, anders blijft er niemand over.

Rooftopbar Doloris in Tilburg.
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Rooftopbar Doloris in Tilburg.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Lieve horecasector, je bent stuk. We moeten afscheid nemen van elkaar. Aan alle kanten rammelt het. Na tien jaar is voor mij de werksituatie onhoudbaar geworden. Natuurlijk houd ik nog steeds van dit vak. Maar met alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren is de balans weg. Het kleine beetje balans dat we hadden tussen werkuren, inzet, privé-leven en salaris, is weg. Onze arbeidsrelatie is niet langer gezond.

Gezond was het de afgelopen jaren sowieso al niet, dat wisten we ook wel, maar er stond nog genoeg tegenover. Vroeger kon ik nog wel eens op tijd naar huis of een lang weekend vrij nemen. Of me ziek melden. Al deed ik dat nooit, net als zovelen van mijn collega’s dat ook nooit deden. Hart voor de zaak, noemen ze dat.

Tegenwoordig kun je de tent wel sluiten als ik me ziek meld, je kunt niet meer draaien zonder mij of een van je andere medewerkers. We staan elke werkdag op minimale bezetting ingeroosterd. Nog een handje minder en je weet nu zéker dat we de zeik in gaan vanavond. Natuurlijk streelt het mijn ego dat je niet zonder me kunt. Maar je kunt er niet het salaris tegenover zetten dat past in een doodnormale economie van vraag en aanbod. Je schreeuwt om personeel, maar meer dan 1 euro boven op het minimum­uurloon zit er niet in.

Kok aan de kachel

Voor mijn collega’s in de keuken werd dat nog weleens gedaan, iets dieper in de buidel tasten om maar een kok aan de kachel te hebben. Maar hier aan de voorkant heb ik geen diploma nodig, dus in principe kan iedereen het doen. Als iedereen het kan doen zal het aanbod in personeel wel gigantisch zijn, dus kan het salaris lekker laag blijven.

Het lijkt me duidelijk: dat is niet meer zo.

Misschien wíl je me wel meer betalen, maar kun je dat simpelweg niet. Dat begrijp ik ook wel. Je houdt geen cent over. De huurprijzen worden elk jaar hoger en ook de alsmaar stijgende alcoholprijs is je niet gunstig gezind. De grote brouwerijen plussen jaar op jaar en jij hebt het nakijken met die steeds hogere bierprijzen. Je gasten betalen die steeds hogere prijzen, dat is een heel simpel ondernemersprincipe. Maar nu een speciaalbiertje al gauw 5 euro 50 kost, snap ik dat steeds minder mensen bij je op het terras willen gaan zitten.

Eerlijk is eerlijk, ik serveer dat speciaalbiertje ook met steeds minder plezier. Hoe kan ik het nog verkopen aan de gasten dat ze zoveel moeten betalen, terwijl ze soms wel 10 minuten op mijn aandacht zitten te wachten. Ze kunnen nog zo boos kijken, ik heb simpelweg geen tijd voor ze. Dag in dag uit doe ik het werk van twee collega’s, maar het is nooit genoeg. Door de boze blikken van geïrriteerde gasten kost het werk dat ik ooit met veel plezier deed me steeds meer energie.

Horecatijgers

Schoorvoetend moet ik toegeven dat ik me begin te schamen voor ons werk. Het gebeurt te weinig dat ik prima word geholpen wanneer ik zelf in een café of restaurant zit. De echte horecatijgers die dit lezen hoeven zich niet aangesproken te voelen, jij hebt tenslotte ook geen tijd meer om mensen correct in te werken. Je bent al blij als je iemand extra hebt die wat blaadjes voor je kan lopen.

Ondanks deze vervelende trend blijven de prijzen flink stijgen. Nu verkies ik een avond met vrienden thuis al boven een avondje bar hangen in de kroeg. Ik! Een horeca- en daarmee kroegtijger pur sang. Ik kan het geld er niet meer voor opbrengen om te genieten van mijn eigen sector.

Omdat ik elke dag zo hard moet werken heb ik er steeds minder zin in. Het harde werk was nooit een probleem. Maar het kleine beetje sociale leven dat ik ernaast had, raak ik steeds meer kwijt. Mijn vriendin zie ik bijna nooit meer. Ik verlies mijn vriendengroep van vroeger uit het oog. Veel collega’s zie ik ouder worden en een flink deel is nog steeds vrijgezel. Van sommigen weet ik zeker dat ze dat ook zullen blijven.

Partnerpensioen

Het is ook bijna niet vol te houden, een gezonde relatie, met zo’n werkdruk. Wist je dat ons pensioenfonds het enige is waarbij je geen partnerpensioen opbouwt? Omdat uit onderzoek blijkt dat mensen zoals wij meestal geen relatie hebben. Je zou zeggen dat zo’n offer zich wel zou uitbetalen. Maar dat doet het eigenlijk alleen in nietszeggende vluggertjes in het linnenhok.

Ik heb de hoop opgegeven dat de oplossing bij onze sector zelf ligt. Na afgelopen pandemiejaar hebben we laten zien hoe hard en creatief we kunnen werken, maar het is simpelweg niet genoeg gebleken. We zitten in een vicieuze cirkel door veel factoren, inclusief bedrijven die ons juist zouden moeten ondersteunen.

Neem bijvoorbeeld de grote brouwerijen. In rampjaar 2020 steeg de bierprijs met ongeveer 2,5 procent, terwijl we dicht moesten. In 2021 ligt de gemiddelde prijsstijging tot nu toe al boven de 3 procent. Ik snap wel dat je dan mijn vakantie-uren niet kunt uitbetalen. Zijn de grote brouwerijen eigenlijk anders dan het frituurvetkartel, dat recentelijk aan het licht kwam? Misschien zijn zij simpelweg professionelere oplichters.

Alcoholaccijns

Soms waan ik me even in een utopie. Een utopie waarin een brouwerij een paar procent winst terugpompt in onze sector. De overheid verlaagt de alcohol­accijns voor de horeca, die weer begint te floreren. Met die paar procenten extra kunnen we mensen naar de sector halen. Hogere salarissen, betere arbeidsvoorwaarden en talent weer goed opleiden. Zo hebben we weer meer handjes op de vloer. Dan kunnen de doorbeulers ook eens op vakantie, of op tijd naar huis. En uitzieken.

En dan denk ik eigenlijk alleen nog aan mezelf. Wat nou als we met veel meer personeel zijn. Hoeveel beter kunnen we de service niet maken? Niet meer eindeloos wachten op een doodgeslagen biertje op een halfvol terras. Geen bittere koffie met slecht opgeschuimde melk meer. Geen bitterballen die van binnen nog bevroren zijn. De gasten krijgen weer waar voor hun geld en vertrekken weer met een glimlach en een goed gevoel.

Het zou zomaar het begin kunnen zijn van een opwaartse spiraal, waar waardering van de gast en plezier in het werk het vak weer zo mooi maakt. Misschien hou ik het toch nog even vol. Ik kan mijn collega’s toch ook niet in de steek laten? Maar laten we wel een structurele oplossing zoeken. Natuurlijk wil ik, net als al mijn collega’s, je daarmee helpen. Beloof je dan ook te luisteren?

Sjoerd Veenstra is horecamedewerker.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden