ColumnDanka Stuijver

Dankzij Twitter wordt het lijstje ‘Beter niet over schrijven’ steeds langer

null Beeld

Een jaar geleden begon ik met het schrijven van columns in deze krant. ‘Veel succes en zorg ervoor dat je goed zichtbaar bent op sociale media’, kreeg ik als advies. Zo gezegd, zo gedaan. Accountje hier, een tweetje daar. Ik sprak interessante mensen, mocht her en der een praatje houden en werd eind 2020 ook gevraagd als columnist voor het artsenblad Medisch Contact. Naast drie toppers, zoals Marcel Levi. Natuurlijk wilde ik dat!

En toch begon er langzaam iets in mij te veranderen. Het onbevangen schrijven verdween. Het lijstje ‘Beter niet over schrijven’ wordt steeds langer. Een collega die zich positief uitliet over de covidvaccinaties, ontving doodsbedreigingen op sociale media. Een collega die een kritisch stuk schreef over de proportionaliteit van de coronamaatregelen, werd weggezet als ‘wappie’.

Ik schreef een column over een patiënt met overgewicht om te illustreren hoe moeilijk het is voor een huisarts om in 10 minuten passende leefstijladviezen te geven. Ik was een ‘fatshamer’. Althans op sociale media. In die bikkelharde parallelle werkelijkheid. Noem mij naïef, maar dat het zó zou zijn, dat had ik niet zien aankomen.

Op Twitter deelde ik een bericht dat de juf van mijn 5-jarige zoon positief was getest op corona. Mijn zoon moest in quarantaine. Daarna werd hij negatief getest. Op Twitter kwam het bericht: ‘Je kind schaamteloos laten mishandelen, je had nooit kinderen mogen krijgen!!’ Eerdere opmerkingen op de asociale media deden mij niet zo veel (‘Ik hoop dat je samen met je patiënt onder de trein komt’ en ‘Laat je naaien door een neger. Met hiv’). Maar dit, geef ik toe, raakte mij. In de gordel. Als een rake trap in mijn baarmoeder.

Sinds 2020, sinds corona, komen steeds meer medici uit hun spreekkamer om zich te mengen in het publieke debat. Op tv, de radio, in kranten, en ook op sociale media. Voor de meesten geldt dat behalve wat vakantiekiekjes op Facebook en Instagram, ze voorheen niet bedreven waren in sociale media.

Zeker niet in relatie tot hun werk. Sociale media bieden prachtige mogelijkheden voor informatie-uitwisseling en interactieve communicatie met patiëntengroepen. Voorbeelden zijn ‘dokter media’, een platform dat nuance en duiding geeft bij medisch nieuws. Longarts Sander de Hosson die zich inzet voor het bespreekbaar maken van ziekte en sterfte. En spoedeisendehulparts Heleen Lameijer, die via haar Instagrampagina reanimatiecursussen geeft.

Sociale media bieden daarin een unieke kans. Het laagdrempelige, open en informele contact staat in schril contrast tot het karakter dat de zorg van oudsher heeft. Maar daarin schuilt ook direct het gevaar. Zakelijke en persoonlijke communicatie kunnen door elkaar gaan lopen. Grenzen vervagen en door de anonimiteit veranderen sociale omgangsnormen. Daarmee komen ook intimidatie, verwensingen en bedreigingen aan het adres van de medicus steeds vaker voor.

Nou hebben alle medici daar in hun loopbaan wel eens mee te maken. Het verschil is dat het op sociale media niet goed mogelijk is om in gesprek te gaan of in te schatten hoe reëel een bedreiging is. Viroloog Marion Koopmans meldde voor de zekerheid niet meer met het openbaar vervoer te reizen. Een collega kreeg een ‘Ik kom je halen’-bericht. Zij deed aangifte. Het bleek te gaan om een patiënt van haar. Een man in een rolstoel met ernstig nierfalen die niet eens zelfstandig zijn flatje uit kon komen. Het is makkelijk te denken dat mensen die anoniem bedreigen mediaverslindende, verveelde Nederlanders zijn met een IQ-tje polsslag en een trolaccount (ik noem: katje, molletje, nederland 3.0).

Maar vaak zijn het keurige huisvrouwen, projectmanagers en bankiers die om een of andere reden plezier beleven aan het uitschelden of de maat nemen van anderen. Aardige (of ben ik dan weer naïef?), maar waarschijnlijk ongelukkige mensen die online veranderen in Neandertwitteraars.

Hashtag no filter.

Nee, ik denk niet dat de toon op sociale media binnenkort gaat veranderen en wellicht kan ik mijn energie beter steken in het kweken van een olifantenhuid. Toch wil ik

iedereen oproepen om, voordat je kritiek levert of een opmerking wil plaatsen, even een ‘om te’-momentje te nemen: ‘Ik zeg dit om te…?’ Brengt het iets positiefs of constructiefs? Of is het alleen maar om te kwetsen, om te klagen of om te intimideren? Valt de ‘om te’ in die laatste categorieën: niet doen.

Thuis niet. Op je werk niet. En ook niet op sociale media.

Danka Stuijver is huisarts.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden