Zweten in de ring

De kredietcrisis? Bij de dealingroom van ING was de sfeer hectisch, maar vonden ze het ook ‘eigenlijk wel leuk’. Niet iedereen kan de druk aan....

Je verwacht rennende handelaren in verfrommelde jasjes, een beetje zoals vroeger op de beursvloer toen nog niet alle handel via beeldschermen werd geregeld, schreeuwend op zoek naar winst. Maar zo overspannen gaat het er niet aan toe. Het is vrij rustig op een dinsdagmiddag in november op de dealingroom van ING in Amsterdam Zuidoost. Er hangen veel klokken naast elkaar aan de grijze muur – San Francisco, New York, Londen – maar het lijkt een gewoon kantoor. Het is wel een kantoor waar één druk op de knop miljoenen in beweging zet.

De meeste mannen – want het zijn vooral mannen die op ‘de vloer’ werken – zijn druk bezig met de beeldschermen voor hun neus, soms zijn dat er acht per persoon. Of ze zitten aan de telefoon, met Londen of New York. De een jasje-dasje, de ander das- en jasloos.

Waarom is het zo rustig, het stormt toch in de financiële wereld? De baas van Citigroup, de op één na grootste bank in de Verenigde Staten, Charles Prince, verraste begin november zijn aandeelhouders met een miljardenverlies en werd ontslagen. De topman van Merrill Lynch, ook geen kleine speler in de wereld van het grote geld, was hem een paar dagen eerder al voorgegaan. En topvrouw Zoe Cruz van Morgan Stanley stapte vorige week noodgedwongen op. Voor hen gold hetzelfde verhaal: de banken hadden miljarden verloren door de handel in riskante, zogeheten subprime-hypotheken (zie kader). Toen begin dit jaar veel Amerikanen deze tophypotheken niet meer konden opbrengen, stortte de hele onderliggende financiële constructie als een kaartenhuis in elkaar. In Engeland leidde dit tot de ondergang van de bank Northern Rock waar bang geworden Britten massaal hun spaargeld kwamen opeisen.

Het voorlopige hoogtepunt – of dieptepunt – van wat de kredietcrisis is gaan heten, was afgelopen augustus, toen de handel stilviel en de Europese Centrale Bank en de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, miljarden de markt inpompten.

Ook op de dealingroom van ING waren de gevolgen goed merkbaar, vertelt Sietske de Bruine (25), die handelt in ‘kortlopend waardepapier’ oftewel schulden met een looptijd korter dan een jaar. Op verzoek van klanten zoekt zij naar investeerders. Maar die lieten het afweten. ‘Er waren geen investeerders meer’, vertelt De Bruine. ‘De liquiditeit was korte tijd weggevallen en niemand durfde een ander nog geld te lenen. Dat betekende voor ons heel veel praten en weinig handelen.’

Terwijl ze dit uitlegt, klinkt een Britse stem uit een speakertje op haar bureau. Haar buurman belt met Londen, en dan luistert zij mee. Zo doen ze dat iedere dag. ‘In de ochtend, als er veel gebeurt, moeten we alles weten van elkaar, weten waar klanten naar op zoek zijn.’

De kredietcrisis kwam niet helemaal onverwacht, maar dat die zo groot zou zijn, had De Bruine, die nu 2,5 jaar in de dealingroom werkt, niet verwacht. ‘Het had in het begin van het jaar al gerommeld met de hypotheken, maar als ik dit aan had zien komen, was ik rijk geweest. Bij onze afdeling speelde ook mee dat een deel van de commercial papers waarin wij voor klanten handelen hypotheken als onderpand hadden. En daar zat hem nou net het probleem van de crisis.’

De sfeer op de dealingroom was hectisch en De Bruine vond het eigenlijk wel leuk. ‘Iedereen was aan het gissen welk risico aan wie was doorverkocht. Ik heb geprobeerd om toch investeringen voor mijn klanten te krijgen. Dat is me uiteindelijk goed gelukt. En dat geeft natuurlijk een kick.’

Op dat soort dagen loopt de spanning hoog op en wordt er weleens geschreeuwd en gevloekt. ‘Daar was ik al voor gewaarschuwd tijdens mijn sollicitatiegesprek’, lacht De Bruine, een van de negen vrouwen op de dealingroom. ‘Misschien denken ze toch dat vrouwen snel huilen. Maar ik kan er wel tegen, het wordt nooit persoonlijk. Ik kan zelf ook heel direct zijn. Het gaat gewoon om heel veel geld, dan is de druk groot.’

Het is vooral die hectiek die haar aanspreekt. ‘Alles gaat snel, je moet je hoofd koel houden, commercieel denken en gestructureerd werken. Dat is ontzettend leuk.’

Bij haar eerste miljoen ‘kon ze haar oren niet geloven’. ‘Ik kon niet bevatten dat het om zoveel geld ging. Iedereen had het over 50 dollar, maar daar moet je altijd een miljoen achter denken. Dat is de manier van communiceren. Nu werk ik met bedragen van 1 miljoen tot vandaag bijvoorbeeld 1,8 miljard. Ik sta er niet meer bij stil.’

Of ze weleens bang is dat het fout gaat? ‘Nee. Natuurlijk zijn de cijfers belangrijk bij je beoordeling. Maar het gaat er ook om hoe je jezelf ontwikkelt.’

De Nederlandse banken lijken tot nu toe redelijk ongeschonden door de kredietcrisis heen te komen. Of ING heeft verdiend aan de crisis? Daar wil Vincent Weevers (41), baas van de valutahandelaars van de bank, niet op ingaan. Dat is bedrijfsgeheim. Alleen de chief risk officer mag over dat soort zaken uitspraken doen. ‘Het was een goed moment voor ons’, is het enige dat Weevers daarover kwijt wil. En dat hij in augustus, de maand van de crisis, zelf achter een desk is gekropen om te handelen en een aantal ‘jonge jongens’ te helpen.

‘Al een paar jaar denken wij: dit gaat niet goed. Amerikanen hebben vijf, of zes creditcards, elk met een limiet van een jaarsalaris. Dat moet een keer knallen.’ Weevers en zijn team hadden daarom al ‘posities openstaan’. Hoe je het moment van de knal herkent? ‘Dat is een gevoel. De volatiliteit neemt toe, het lawaai op de vloer neemt toe, je hoort handelaren schreeuwen. Je merkt ook dat er bij andere banken iets leeft.’

Twee jaar nu werkt Vincent Weevers bij ING. Vanaf de dealingroom bestiert hij de handel in FX-opties ofwel opties op vreemde valuta. Zijn teams handelen in Amsterdam, New York, Singapore, Brussel, Genève en Luxemburg in valuta als dollars, euro’s, sterling en yen.

Weevers geeft een voorbeeld: ‘Stel dat een Nederlands bedrijf een Amerikaans bedrijf wil kopen. Voor die overname hebben ze dollars nodig, wij zorgen ervoor dat ze die tot hun beschikking krijgen. Net als vroeger, op vakantie naar Spanje, toen had je peseta’s nodig.’ Concreter kan Weevers niet worden: niet iedereen hoeft te weten wie zijn klanten zijn.

De grootste deal waarbij hij ooit betrokken was? Weevers blijft even stil en twijfelt. Ook dat hoeft niet iedereen te weten. ‘Meer dan een miljard’, wil hij wel kwijt. ‘Dat vind ik heerlijk, dat zijn de krenten in de pap’, vertelt hij enthousiast. ‘Toen ik als 22-jarige aan mijn eerste werkdag begon, wist ik niet wat er gebeurde. Makelaars hebben het over vijf, tien, honderd. De norm is dat het dan over miljoenen gaat. Dat went. Wat zo leuk is aan handelen met al die miljoenen is dat je soms de markt in beweging zet’, vervolgt hij. ‘Dat heb ik wel eens gezien, ja. Dat je de koers in een bepaalde richting duwt. Het is grappig te merken dat jíj de markt bent.’ Hij reageert fel op de vraag of hij veel risico’s neemt. ‘We gokken hier niet. We nemen alleen gecalculeerde risico’s. En iedere handelaar krijgt een budget. Dit is het mooiste werk dat er is. Je moet heel snel beslissen. Sommige mensen zijn daar niet voor geboren.’

Het is geen negen-tot-vijfbaan. Weevers zit vanaf half acht ‘s ochtends tot een uurtje of half zeven achter de beeldschermen. ‘We maken lange dagen hier’. En als er iets indrukwekkends gebeurt kun je altijd worden gebeld. De eerste Golfoorlog was zo’n moment, net als elf september 2001. Weevers werkte toen nog bij ABN Amro. ‘Toen de vliegtuigen het World Trade Center invlogen, hadden wij bevriende makelaars aan de telefoon die in de tweede toren aan het werk waren. Dat heeft behoorlijk wat impact gehad, beroepsmatig maar ook persoonlijk. Wij zijn tenslotte geen machines.’

‘Je schaamt je er wel voor, de hele wereld staat op zijn kop, maar je hebt op zo’n moment nog steeds klanten die liquiditeit willen’. Later sprak de financiële wereld af drie minuten stilte te houden. ‘Het was muis- en muisstil op de vloer, erg ingrijpend, maar na drie minuten ging de telefoon weer.’

Lukt het hem wel om afstand te nemen? ‘Ik heb drie kinderen, de knop gaat bij mij snel om. Ik krijg koersen binnen op mijn blackberry, maar die heb ik niet naast mijn bed liggen. Meestal kijk ik pas als ik ‘s ochtends de auto instap.’

Volgens Weevers is het een speciaal type dat op de dealingroom werkt. ‘Het slag mensen hier is vaak vrij extravert, er wordt veel gelachen.’

En Weevers wil teamspelers. Daarom gaan ze vaak even weg samen, wat drinken of even golfen. ‘Je moet hier van je af kunnen bijten. Tijdens een crisis werken we aan een stuk door, maar er is ook voldoende tijd om lol te maken.’

Ongeveer een derde van de werknemers op de dealingroom heeft een HBO-opleiding, tweederde heeft een universitaire graad, meestal economie of econometrie. Maar voor Weevers is dat geen vereiste. ‘Iemand die bijvoorbeeld mathematisch erg sterk is, denkt soms te lang na en mist dan kansen. Ik heb net nog iemand aangenomen en die heb ik niet eens gevraagd wat voor opleiding hij heeft gedaan.’

‘Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb goede ervaringen met studenten van de hogere hotelschool, zoals Sietske de Bruine. Zij weten iets van het belang van goede omgangsvormen en hebben tijdens hun studie al praktijkervaring opgedaan. Tevens zijn ze economisch geschoold.’

Maar niet iedereen die op de dealingroom werkt, hoeft met zweethanden de beurskoersen te bestuderen. Arnold Jensema (38), in bretels en vier schermen voor zijn neus, neemt bijvoorbeeld geen posities in op de vloer, maar overlegt wel regelmatig met de handelaren. Hij bedenkt samengestelde beleggingsproducten, ‘structured product sales’, heet dat officieel. Jensema maakt beleggingsmandjes waarin alles kan zitten waarin op de vloer wordt gehandeld. Hij koopt van zijn collega’s verderop. Wil een klant – soms ook een andere, minder grote bank – beleggen in opkomende markten, maar dan met een beperkt risico? Dan bedenkt de ring van Jensema – tien stoelen en veertig beeldschermen – daar een product bij.

‘Een groot deel van mijn werk is informatie krijgen, verwerken en uitzetten’, legt hij uit. Om de continue informatiestroom te verwerken staat op zijn bureau, onder de beeldschermen, een telefoon met groot aanraakscherm en twee hoorns. Verderop in de ring zitten vier wiskundigen. ‘Die doen niets anders dan modellen berekenen. Het is niet heel erg spannend. Zolang het product niet dicht is, is de markt belangrijk. Maar soms heb je in twintig minuten een product bedacht en wil een klant alle productie kopen. Dan zit je ‘glad’, dan is er helemaal geen risico meer.’

‘Absoluut’, antwoordt trainee Zico Yeh (26) op de vraag of hij in de dealingroom wil blijven werken. Wat hij doet? ‘Ik ben een kleine Arnold, zeg maar’, zegt Yeh die nu drie maanden aan de desk van Jensema werkt. ‘You wish’, grapt die laatste. Yeh: ‘In het begin was het even vreemd, je hoort alle telefoons gaan, vier beeldschermen. Je went eraan. De eerste keer dat ik een miljoen intikte, zat ik wel even te denken.’

Hoe je aan zo’n baan komt? Via je netwerk, je contacten in het wereldje, verklaart Jensema. ‘Mijn baan zal niet met een vacature in de krant komen. Yen: ‘Vandaag had ik nog een headhunter aan de telefoon.’ Is dat niet gek? ‘Nee, het is goed om te weten waar je staat.’ Jensema lacht: ‘Als je een jaar niet bent gebeld, dan doe je iets verkeerd.‘ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden