InterviewAndré Rouvoet

‘Zorgverzekeraars zijn er niet om zorgverleners aan het werk te houden’

Beeld Jirri Büller / de Volkskrant

Na acht jaar is vrijdag de laatste werkdag van André Rouvoet als voorzitter van zorgverzekeraars Nederland. Aan ons zorgstelsel moet vooral niet te veel veranderen, vindt hij, en meer zeggenschap naar de politiek is al helemaal een slecht idee. 

André Rouvoet was laatst zijn zolder aan het opruimen, toen hij stuitte op correspondentiekaartjes uit zijn tijd als lid van de parlementaire enquêtecommissie die de IRT-affaire (rondom omstreden politie-opsporingsmethoden) onderzocht. Handgeschreven kaartjes die de commissieleden elkaar toeschoven tijdens de verhoren: ‘doorvragen nu’,’denk aan het verhoor met’, korte persoonlijke boodschappen, dat soort werk.

Mooie herinneringen, zegt Rouvoet, geweldige tijd. Hij is een whatsapp-groepje begonnen en wil een reünie organiseren met alle medewerkers – voor zover nog in leven – van toen. ‘Daar kan ik die kaartjes mooi voor gebruiken.’ Hij heeft er de tijd voor straks, vrijdag is zijn laatste dag als voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). De maximale periode van acht jaar zit erop.

Wat is het meest veranderd in de zorg tijdens uw voorzitterschap?

‘Mijn eerste grote toespraak die ik hield als voorzitter was op het zorgverzekeringscongres. Daar komt elk jaar de hele zorgwereld bij elkaar. Ik heb toen eens uitgezocht wat nou de teneur op die bijeenkomst was, de jaren voordat ik er sprak, en elk jaar was de boodschap: het is vijf voor twaalf.’

‘Wat toen erg speelde, was de kritiek dat zorgverzekeraars hun rol van zorgregisseur niet goed invulden. Ik denk dat we inmiddels veel meer de regie kunnen voeren dan toen, dat we meer het vertrouwen en de positie hebben gekregen om dat te doen. ‘

‘Als je echt veranderingen in de zorg wilt doorvoeren, als je wilt sturen op kwaliteit door bepaalde zorgverleners wél en andere niet in te kopen, als je niet alle zorg overal wilt aanbieden, dan zal dat voor een belangrijke mate bij de zorgverzekeraars vandaan moeten komen. Al werden – en worden – we onvoldoende vertrouwd.’

Het imago van de zorgverzekeraars is niet best.

‘Ja, dat is een constante, deze afgelopen acht jaar. Het gekke is: als ik twintig mensen vraag naar hun zorgverzekeraar,  zijn de meesten tevreden. Goed, de premie is per definitie te hoog, maar dat is ie bij de ander ook.’

‘Maar houd je een enquête over zorgverzekeraars in hun algemeenheid, dan is het allemaal bagger en deugt er niks. Het is het spanningsveld tussen onze zorgplicht – iedereen toegang tot goede zorg, dat is de missie waartoe zorgverzekeraars op aarde zijn − tegenover onze rol van nee-zegger, want wij moeten voorkomen dat iedereen te veel premie betaalt.’

Maar Nederlanders houden toch juist van de mensen die op het geld letten? De minister van Financiën is steevast de populairste minister van het kabinet.

‘Grappig dat je het zegt, want die vraag heb ik vaak in het land opgeworpen en ik heb er nooit een goed antwoord op gekregen. Als de minister van Financiën een begrotingsoverschot presenteert, zegt heel Nederland: ‘Goed gedaan, Wopke!’.

‘Ook zorgverzekeraars maken een begroting van wat ze denken nodig te hebben. Op basis daarvan berekenen ze de premie. Als de kosten dan blijken mee te vallen, en ze houden geld over, roept iedereen ‘Schande, ze maken winst!’. Waarom roept niemand dat over Wopke?’

‘Ik zou het nog begrijpen als premiebetalers er niets van terug zouden zien, maar we stoppen het of terug in de zorg, of geven het terug in een lagere premie. We doen precies hetzelfde als de minister van Financiën, maar we krijgen dat verhaal maar niet over de bühne. Verbazingwekkend.’

Dat was toch juist uw taak?

‘Waar ik wel eens van schrik, is dat ook professionals in de zorg het niet weten. Ik was laatst bij een groep medisch specialisten, en toen kreeg ik de vraag waarom de zorgverzekeraars een bepaalde behandeling niet vergoeden. Het was ze onbekend dat de overheid vaststelt wat wel en niet in de basisverzekering zit.’

‘Wij worden aangekeken op onze wettelijke taken van toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, en omdat daar spanning tussen zit, doen we het altijd fout. Als we in elke wijk een ziekenhuis neerzetten, zoals de SP wil, is de patiënt blij, maar de gezonde premiebetaler boos.’

Maar er sluiten juist ziekenhuizen en afdelingen.

‘Ziekenhuizen moeten zich specialiseren, er moeten minder spoedeisende hulpen komen, iedereen weet dat. Het ziekenhuis van 2030 is niet hetzelfde als het ziekenhuis van 2015. Als ik dat zeg, komt er altijd een flauwekul-reactie: ‘Maar dan woon je in Maastricht en dan moet je naar Groningen’. Dat is onzin, en als het een keer wél zo is, is het misschien niet erg.’

‘Al acht jaar lang vraag ik bij elke spreekbeurt...’ (‘Ah’, zegt de woordvoerder, die meeluistert, ‘daar komt ie’. ‘Dit is de laatste keer dat ik ’m kan gebruiken’, antwoordt Rouvoet) ‘...dan vraag ik: waar wilt u naartoe als u brandwonden heeft. En iedereen in de zaal antwoordt altijd: ‘Beverwijk’. Waarom kan dat alleen bij brandwonden, dat is toch niet logisch?’

‘Als we dat op alle vlakken van de zorg kunnen doen, is dat van heel wezenlijk belang voor Nederland. Maar alle negatieve kritiek richt zich op de zorgverzekeraars, je komt aan verworven zekerheden. Dat is het lot van zorgverzekeraars. Als instituut worden wij niet gepruimd, omdat wij dingen doen die de mensen niet leuk vinden. Ik geloof dat we qua populariteit net boven Kamerleden staan.’

De fysiotherapeuten en huisartsen die ik spreek, zijn vooral boos over de administratieve lasten en over de te lage tarieven die de zorgverzekeraar betaalt voor hun werk.

‘Ik weet ook wel dat die sentimenten leven onder een groot deel van de zorgverleners, maar daar zit ook beeldvorming bij. Dan gaat het over de lastendruk door protocollen, maar zorgverzekeraars hebben helemaal geen protocollen. De meeste administratieve lasten komen van de eigen beroepsorganisatie.

‘Natuurlijk zorgen wij ook voor lasten, maar dat moet ook, we moeten weten of het premiegeld goed wordt uitgegeven. En we zijn de laatste jaren hard bezig om die lasten te verminderen.

Het gaat niet alleen om de lasten, ook om het geld, zeker bij bijvoorbeeld fysiotherapeuten.

‘Onze gezamenlijke inzet is dat ook een fysiotherapeut een goede boterham kan verdienen, en vooral om de therapeut goede zorg te laten verlenen. Maar er zijn misschien ook wel heel veel fysiotherapeuten.

‘Het kan niet zo zijn dat elke fysio die erbij komt gegarandeerd vergoede zorg kan leveren, en dan ook nog tegen een hoger tarief. Daar blijkt weer onze dubbele rol. Wij zijn er niet om fysiotherapeuten of andere zorgverleners aan het werk te houden. Dat klinkt lullig, maar als zorgverzekeraars voor hun verzekerden genoeg goede zorg hebben ingekocht, zijn ze klaar.’

Het kabinet komt voor de zomer met een ‘contourennota’, die onderzoekt hoe het stelsel moet veranderen. Veelgehoorde kritiek is nu dat de politiek maar weinig te zeggen heeft over de inrichting van het zorglandschap.

‘Ik weet zeker dat de Tweede Kamer niet in staat is de beslissingen te nemen die een zorgverzekeraar moet nemen. De Kamer is als politiek instituut niet in staat ‘nee’ te zeggen. Dat moet je ook niet van Kamerleden vragen, die hebben een andere rol.

‘Kijk wat er gebeurde bij het faillissement van het Slotervaart-ziekenhuis. Iedereen stond op z’n achterste benen, het was dan wel een rotziekenhuis, maar wel ons rotziekenhuis. Het mag niet dicht, zeiden politici, ik zie die grijze kolos nog bij ons in de wijk staan. Waar gíng dat nou over?

‘Als het om wat voor reden ook nodig is dat een verpleeghuis of een ziekenhuis sluit, dan zal er altijd een Kamerlid te vinden zijn dat een spoeddebat aanvraagt, zeker als er verkiezingen in aantocht is. De barricades op, voor ‘ons ziekenhuis’ of ‘onze ggz-instelling’.

Alles moet blijven zoals het is?

‘Zorgverzekeraars en aanbieders moeten samen plannen maken om per regio de zorg te verbeteren. Dan kan de minister zien welke wetten en regels in de weg staan en die aanpassen. Dan hoeft hij verder niet na te denken hoe hij de zorg anders wil inrichten, hij moet simpelweg de zorgpartijen in staat stellen hun werk te doen.

‘En, nu komt mijn ‘Voor het overige ben ik van mening dat’-moment: zorgverzekeraars moeten een deel van hun premiegeld in een preventiepot stoppen. Dan hebben we massa om preventie echt van de grond te krijgen, een diep gekoesterde wens van mij. Daar kunnen we vandaag mee beginnen.’

Dus, ondanks de ggz-wachtlijsten, de aankomende vergrijzing, het arbeidsmarkttekort, het verdubbelende aantal dementiepatiënten, de haperende ict, de verschillende zorgsectoren die langs elkaar heen werken, zegt u: het is geen vijf voor twaalf in de zorg?

‘In het maatschappelijk debat heerst de neiging te doen alsof dat we aan de rand van een failliet stelsel staan. Dat is natuurlijk helemaal niet waar. We moeten zuinig zijn op dit stelsel. Ook het failliet van Slotervaart was geen bewijs dat het stelsel niet goed werkt. Misschien juist het tegendeel.’

Lees hier onze verhalen over zorgverzekeraars en het zorgstelsel

Hoe Drenthe de markt de zorg uitjoeg: ‘Ik zag een omvallend kaartenhuis’

Duizenden kwetsbare patiënten, zoals dementerende ouderen, psychiatrische patiënten en jongeren in psychische nood, blijven maandenlang verstoken van noodzakelijke zorg. Huisartsen slagen er niet in om voor deze ingewikkelde patiënten hulp te vinden bij een gespecialiseerde zorginstelling; er is geen plek voor hen.

Meneer Mulder wilde alleen maar bij zijn vrouw in het verpleeghuis wonen. Hij eindigde in een ziekenhuisbed waar hij niks te zoeken had. Hoe er voor de meest kwetsbare ouderen geen plek is in Nederland. ‘Het systeem is doorgeslagen. Dit is complete idioterie.’

Het piept en kraakt in de zorg, nu ziekenhuizen niet meer mogen groeien.

In april werd het ziekenhuis van Boxmeer, één van de kleinste van het land, ternauwernood gered van de ondergang. Mét financiële steun van het ministerie, een halfjaar daarvoor nog ondenkbaar. ‘Dit is ongeoorloofde staatssteun.’

Artsen, verpleegkundigen, ziekenhuizen en zorgverzekeraars steggelen over de normen waaraan de zorg voor ouderen op de spoedeisende hulp moet voldoen. 

Toch eens overstappen van zorgverzekeraar? Zes vragen om u te helpen bij uw keuze

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden