Zonder vrees voor de klif

Vrouwen die de top bereiken, zouden daar kwetsbaarder zijn dan hun mannelijke collega’s. Onzin, zeggen vier topvrouwen...

Zes jaar geleden werd Jeannine Peek (39) door een headhunter van haar roze babywolk geholpen en behoed voor een cruciale misstap. ‘Mijn eerste dochter was geboren en ik overwoog serieus een stapje terug te doen. Ik wilde niets missen van al dat bijzonders dat gebeurde.’ De headhunter wees haar erop dat ze meer in haar mars had en zei: ‘Als je nu niet op die trein springt, krijg je later spijt.’ Peek: ‘Ik besloot dat ik mezelf en mijn kinderen een groter plezier deed door voor mijn carrière te kiezen. Ik heb er nooit spijt van gehad. Ik ben nu een gelukkiger moeder.’

Een carrière of een gezin? Omdat de combinatie onmogelijk lijkt voor Nederlandse vrouwen, blijven vele hangen in deeltijdbanen. Slechts een enkeling weet door het glazen plafond heen te breken en de top te bereiken.

Eenmaal aan de top wacht vrouwen een nieuwe verrassing: de zogenoemde ‘glazen klif’, een wankel randje waar je elk moment van af kan vallen, of erger nog: geduwd kan worden. De term werd onlangs in Nederland geïntroduceerd door de Nieuw-Zeelandse onderzoeker Michelle Ryan, die tijdelijk de Jantina Tammes Leerstoel aan de Rijksuniversiteit Groningen bekleedt. Volgens Ryan komen vrouwen – bekend als goede probleemoplossers – eerder terecht in risicovolle banen, waardoor ze een grotere kans lopen af te branden. Bovendien zouden vrouwen, eenmaal aan de top, meer tegengewerkt worden door jaloerse, mannelijke, collega’s die wachten op een gelegenheid haar naar beneden te duwen – van de glazen klif af, dus.

De glazen klif zou er de reden van zijn dat vrouwen niet zo nodig hogerop hoeven. Als reactie op Ryans theorie klinkt vanaf de top een zucht van ergernis: weer een nieuw verzinsel om de afwezigheid van vrouwen in de top goed te praten. ‘Houd nu toch eens op met het problematiseren van de arbeidsdeelname van vrouwen’, zegt Bercan Günel, headhunter bij Woman Capital. ‘Vrouwen doen het prima aan de top.’

Aan die top staat Jeannine Peek inmiddels ook, na haar keerpunt zes jaar geleden. Inmiddels moeder van twee dochters is Peek directeur Publieke Sector bij Dell. Zelfverzekerd loopt ze door de kantorentuin van het computerbedrijf, langs tafels met uitsluitend mannen, naar de vergaderzaal. ‘Ik weiger te geloven dat vrouwen niet verder komen in hun carrière omdat ze worden tegengewerkt door mannen’, zegt ze. ‘Vrouwen hebben het vooral aan zichzelf te wijten dat ze niet door het glazen plafond heen breken. Als je je hand niet opsteekt, merkt niemand je op. Vrouwen willen én een carrière én thuis bij de kinderen zijn, of ze willen eerst nóg beter worden in hun vak. Dan missen ze de kans als die zich aandient.’

Peek werd drie jaar geleden, vanwege haar verdiensten bij onder meer het Amerikaanse telecombedrijf WorldCom, door Dell binnengehaald om de publieke markt (overheid, onderwijs, zorg) nieuw leven in te blazen. Ze heeft 75 mensen onder zich werken, hoofdzakelijk mannen. Die keken eerst wel de kat uit de boom. ‘Als je jong bent en ook nog vrouw, dan duurt het een paar minuten voordat mensen je serieus nemen. Dan kijken ze met zo’n blik van: gut, wat komt dat meisje nu doen?’

Marion Gout (53), commandant bij het ministerie van Defensie, herkent die blikken. Als hoofd van het Commando DienstenCentra (CDC), leverancier van ondersteunende diensten en producten voor Defensie, is ze verantwoordelijk voor ruim tienduizend werknemers: burgers en militairen; vrouwen en, hoofdzakelijk, mannen. ‘Het komt regelmatig voor dat mensen me aanzien voor een woordvoerster.’

Gout kan er niet mee zitten, vertelt ze in haar ruime kantoor, waar prominent een foto hangt waarop zij met een meisjesachtig voorkomen in een knalrood mantelpakje als enige vrouw poseert tussen minstens honderd militairen in uniform. ‘Ik ben niet anders gewend dan om als vrouw in een mannenwereld te functioneren. Toen ik begon aan mijn economiestudie waren er twaalf meisjes op twaalfhonderd studenten. Ik was de eerste vrouw op een leidinggevende positie toen ik mijn carrière begon bij het ministerie van Economische Zaken, later ook weer bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat en opnieuw toen ik als directeur aantrad bij de provincie Zuid-Holland.’

Gout denkt niet dat vrouwen in hoge functies het moeilijker hebben dan hun mannelijke collega’s, al dan niet als gevolg van de glazen klif. ‘De problemen die je als leidinggevende op een nieuwe post tegenkomt, zijn universeel. Er zijn altijd een paar mensen binnen de organisatie die jouw baan hadden gewild. Die vijandigheid komen mannen ook tegen. De kunst is om daar goed mee om te gaan.’ Hoe je dat doet? Probeer niet one of the guys te zijn en laat je niet afschrikken door haantjesgedrag of seksistische grapjes.

Blijf vooral jezelf; gedraag je niet zoals je denkt dat mensen dat van je verwachten. Want, zegt Jeannine Peek: ‘Mannen vertonen haantjesgedrag, vrouwen hebben de neiging zich als een klein meisje te gedragen. Waarschijnlijk omdat ze niet hard en bitcherig willen overkomen. Maar als je in een bloemetjesjurkje schattig gaat zitten giechelen in een belangrijke vergadering, neemt echt niemand je serieus.’

Vrouwen zitten vooral zichzelf in de weg, zegt Els de Wind (47), partner bij het Amsterdamse advocatenkantoor Van Doorne. ‘Ze nemen alles altijd zo persoonlijk. Er zijn vast nog wel mannen oude stijl, met een vrouw die thuiszit, die het lastig vinden om te zien dat hun nieuwe vrouwelijke collega’s werk en privé combineren. Maar daar moet je je gewoon niets van aantrekken. Mannen gaan een hele dag golfen en noemen dat netwerken. Zitten zij ook niet mee.’

De Wind werkt sinds 1985 in de advocatuur, zag er de cultuur langzaam veranderen, maar merkte ook dat vrouwen het niet altijd even makkelijk hadden. ‘Een jaar of zeven geleden twijfelde ik ook of ik me te veel aanpaste aan de mannencultuur. Ik leefde in de veronderstelling dat ik net zo met mannen kon communiceren als met vrouwen. Dat is niet zo, weet ik nu uit ervaring. Mannen zijn écht anders dan vrouwen. Mannen gaan meer voor hun eigen belang, vrouwen voor het algemeen belang. Als je daar niet beducht op bent, leidt dat tot misverstanden. Dan denk je bijvoorbeeld iets met elkaar in vertrouwen te bespreken maar blijkt zo’n man die informatie voor zichzelf te hebben gebruikt als je er later weer op terugkomt.’

Bescheidneheid is voor vrouwen de grootste valkuil, merken de vrouwen nu ze zelf manager zijn. Als je niet oppast zie je vrouwelijke werknemers snel over het hoofd. Ze maken hun ambities niet kenbaar of ze wachten te lang voor een volgende stap. Dan zijn ze allang ingehaald door een mannelijke collega. Dat merkte Jeanine Helthuis (44) onlangs nog. De directeur Verkoopkantoren van Fortis had een vacature voor een persoonlijke assistent. ‘Een man belde om zijn interesse kenbaar te maken. Meldde meteen dat hij voorlopig maar vier dagen beschikbaar is omdat hij een opleiding volgt. Twee vrouwen meldden zich even later schoorvoetend met de vraag of ze wel in aanmerking kwamen voor de functie als ze maar vier dagen werken.’

Vrouwen zijn veel te onzeker, vindt Helthuis. ‘Ze hebben de guts niet. Ze denken: jemig, kan ik dat wel?, en krijgen al buikpijn bij het idee. Mannen zal je dat soort twijfels nooit horen uiten, terwijl zij ook heus de kriebels krijgen van een nieuwe baan.’

En waar Helthuis, verantwoordelijk voor tweeduizend man personeel, zich ook aan ergert: ‘Vrouwen brengen hun privéleven te veel naar kantoor. Ik hoef niet te weten waarom je vier dagen wilt werken. Dat kan ook als je geen kinderen hebt. En als je een ziek kind thuis hebt; regel het gewoon. Blijf thuis, draag je werk over, maar zorg ervoor dat ik er geen last van heb. Als je een verantwoordelijke baan hebt, moet je je werk wel serieus nemen.’

Advocaat Els de Wind denkt soms dat vrouwen te consciëntieus zijn. ‘Ze willen altijd over alles verantwoording afleggen.’ Het voordeel van hoge posities is juist dat dit niet meer nodig is. Met drie zoons van 15,12 en 9 jaar oud is dat reuze handig, weet zij. ‘Zodra ik weet dat mijn kinderen een belangrijke hockeywedstrijd of schooluitvoering hebben, of dat er een rapportbespreking is, dan zet ik dat in de agenda en plan mijn afspraken eromheen. Ik heb er op kantoor nog nooit iemand over gehoord.’

Commandant Marion Gout, moeder van twee kinderen van 15 en 16 jaar, heeft dezelfde ervaring: ‘Als ik een vergadering voorzit en vroeg thuis wil zijn, stel ik de afsluitende rondvraag wel op tijd.’ Gout ging 28 uur werken toen ze kinderen kreeg. Toen ze gevraagd werd voor de Provincie, stelde ze als voorwaarde dat ze zelf haar uren kon indelen. Toen ze plaatsvervangend secretarisgeneraal werd bij Defensie moest ze fulltime aan de bak. ‘Ja, de kinderen mopperen daar wel eens over.’ Maar de crux is volgens Gout om ‘volledig voorspelbaar’ te zijn. ‘Maak goede afspraken over wanneer je voor je werk en voor je familie beschikbaar bent en houd je daar strak aan. Je schept dan ook bij niemand verwachtingen die je niet kunt waarmaken.’

Wie carrière wil maken, moet accepteren dat er keuzen moeten worden gemaakt. Soms zijn die niet even leuk, zeggen de vrouwen. ‘Natuurlijk knaagt het weleens als ik het niet georganiseerd krijg om thuis te zijn’, zegt Jeanine Helthuis, moeder van een zoon van 12, een tweeling van 8 en een dochter van 6. ‘En ja, ik was ook in tranen toen ik voor de eerste keer mijn baby van drie maanden naar de crèche bracht. Maar dat verdriet was na een paar dagen al over. Als je ergens heel erg goed in wilt zijn, moet je nu eenmaal tijd investeren. Je moet je werk wel leuk vinden. Anders breng je het niet op.’

De kunst is om alles intens te doen, zegt Helthuis. ‘Ik heb maar twee hobby’s: mijn gezin en mijn werk. Je moet vooral oppassen dat je nog aan jezelf toekomt. Uitgaan met vriendinnen of sporten schieten erbij in. Als ik thuis ben, ben ik er helemaal. Dan lees ik verhaaltjes voor en help de oudste met huiswerk. Mijn man klaagt wel eens als ik te veel van huis ben. Dan plant mijn secretaresse even geen afspraken meer in na drie uur ‘s middags, zodat ik vroeg naar huis kan.’

Die steun van de partner blijkt essentieel. ‘Bij hem toets ik regelmatig of we nog happy zijn met de verdeling werk en zorg’, zegt De Wind. Toen Peek gevraagd werd bij Dell, vroeg ze eerst aan haar man of ze dat ‘als gezin aankonden’. Ze gaat ’s morgens om kwart over zes de deur uit en is meestal niet voor half acht ‘s avonds thuis. Haar man is flexibel omdat hij een bedrijf aan huis heeft. Met hulp van grootouders en de crèche redden ze het. ‘Maar ik heb wel concessies moeten doen. De belangrijkste is accepteren dat je als moeder niet het eerste aanspreekpunt bent. Dat je de opvoeding uit handen moet geven.’

De Wind vindt niet dat je daar dramatisch over moet doen. ‘Wij werken allebei fulltime en hebben het altijd prima weten te organiseren. Wel hebben we altijd geboft met goede oppassen. Ik geloof niet dat mijn jongens ooit iets te kort zijn gekomen. Ik ben er altijd op de momenten die ertoe doen.’

Het typisch Nederlandse commentaar dat je een slechte moeder zou zijn als je fulltime werkt, laat de topvrouwen koud. De Wind: ‘Ik weet zelf dat ik een goede moeder ben. Tegen mijn niet-werkende vriendinnen zeg ik: ‘Ik zeur er niet over dat jullie niet werken, laat mij dan ook met rust.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden