Zonder transport staat alles stil

De critici van uitbreiding van de infrastructuur wekken ten onrechte de indruk dat alleen de transportsector van deze investeringen profiteert....

ALBERT DOE

DE ruimtelijk inrichting van Nederland is onderwerp van veel discussie, zoals in de serie Het Ruimtedebat op de Forumpagina. De Agenda 2000 plus van het kabinet-Kok wordt naar Nederlandse begrippen voortvarend aangepakt. Maar deze naar Europese maatstaven nogal stroperige voortvarendheid wordt niet door iedereen gewaardeerd. Met name de voorgestelde investeringen in de infrastructuur mogen zich in toenemende kritiek verheugen.

Steeds weer duikt op dat investeren in technologie, kennis, onderwijs en gezondheidszorg beter is voor de Nederlandse economie. Ik zal de laatste zijn die het belang van deze investeringen wil bagatelliseren, maar de kritiek op het economische belang van investeringen in de infrastructuur is niet terecht en slecht onderbouwd.

De kritiek wordt vooral ingegeven door het grootschalige karakter van dit soort investeringen. Betuwelijn, HSL, Schiphol en Maasvlakte spreken door hun omvang tot de verbeelding.

Maar we moeten niet vergeten dat Nederland bezig is met een inhaalslag. De jaren tachtig werden gekenmerkt door een sterke groei in de private en de openbare mobiliteit, zowel wat personen betreft als voor goederen. Door bezuinigingen zijn echter de noodzakelijke aanpassingen van de infrastructuur achterwege gebleven.

In het begin van de jaren negentig, bij de discussie over de aanwending van de aardgasbaten, kwam er weer aandacht voor de infrastructuur. Dat was ook hard nodig. In de periode 1985-1993 bedroeg het aandeel van de infrastructurele investeringen in Nederland 0,80 procent van het BNP, terwijl dit voor de EG bijna 1,10 procent bedroeg.

Aandacht voor de infrastructuur wordt vooral gerechtvaardigd door het belang van de transport- en distributiesector in Nederland. Alleen de transportsector neemt ruim 5 procent van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid voor zijn rekening. Indien we ook de groothandel - die sterk verbonden is met de transportsector en zelf vaak ook transportdiensten verricht - in de vergelijking betrekken, gaat het zelfs om 13 procent van de totale toegevoegde waarde en werkgelegenheid in Nederland.

Maar nog belangrijker is het belang van transport voor de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie en landbouw. In economische termen is transport een basic good. Dat wil zeggen dat transport direct of indirect noodzakelijk is voor de productie van alle goederen en diensten in de economie. Geen enkele sector kan zonder transport.

Verlaging van de transportkosten door verbetering van de infrastructuur heeft tot gevolg dat de kosten van alle productieprocessen lager worden. Hiermee wordt de concurrentiepositie van het gehele bedrijfsleven verbeterd.

Van Ewijk ontkent deze relatie in zijn Forumbijdrage van 20 augustus. Volgens hem zijn de resultaten van internationaal onderzoek naar het verband tussen investeringen in infrastructuur en economische groei teleurstellend.

Hier moet sprake zijn van selectief lezen. In het decembernummer van The American Economic Review bijvoorbeeld, tonen Morrison en Schwartz overtuigend aan dat de aanleg van infrastructuur niet alleen netto-kostenbesparend werkt voor de industrie, maar ook nog dat de productiviteitsgroei toeneemt.

De vraag of investeren in infrastructuur subsidiëring betekent voor bedrijven in de transportsector komt daarmee in een ander daglicht te staan. Natuurlijk profiteert deze sector van investeringen in infrastructuur. Maar het is vooral het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen dat profiteert van dit soort investeringen.

Het vaak genoemde alternatief is net zo duidelijk als simpel. Nederland moet zich meer richten op technologie en kennis. In het kader van een noodzakelijke verbreding van de basis van de Nederlandse economie een te rechtvaardigen keus.

Maar er zijn meer landen die dit bedacht hebben. Landen die wellicht een betere startpositie hebben dan Nederland. Het is daarom de vraag hoe reëel dit voorstel is. Is er een of-of situatie? Kan Nederland kiezen voor technologie zonder de economische realiteit uit het oog verliezen? Met andere woorden: redt Nederland het in de 21ste eeuw als het afziet van het versterken van onze comparatieve voordelen: de ligging in Noordwest-Europa en onze handels- en transportkennis?

Daar komt bij dat juist technologie weinig gebonden is aan landen of regio's. Welke vestigingsplaatsvoordelen biedt Nederland voor de high-tech sector? De voorstanders van technologie maken niet erg duidelijk wat voor technologie zij voor Nederland wensen. Ik ga er van uit dat zij niet alleen zuiver wetenschappelijk-technologische ontwikkeling bedoelen. De resultaten van dergelijk onderzoek zullen tot nieuwe industriële toepassingen moeten leiden om het probleem van de werkloosheid in Nederland aan te pakken.

Hierbij moet echter worden bedacht dat technologie duur is en in een hoog tempo verandert. Dat betekent dat bedrijven de investeringen snel willen terugverdienen. De productie zal daarom in een beperkt aantal grote fabrieken plaatsvinden. Zo produceert Ford in Genk meer dan 2.000 auto's per dag. Een goed functionerend transportsysteem is dan een absolute voorwaarde om deze auto's bij de klanten te brengen.

Ook bij het investeren in het verbeteren van de kennisindustrie kunnen we de vraag stellen waar Nederland sterk in is, en op welke kennisgebieden Nederland een voorsprong heeft. Het versterken van datgene waar Nederland al sterk in is, lijkt een betere strategie dan gokken op geheel nieuwe kennisterreinen.

En een van de sterke punten van Nederland is de logistiek. Het is dan ook een gemiste kans dat het voorstel van Nederland Distributieland om een topinstituut voor logistiek in Nederland te vestigen begin dit jaar door het kabinet niet is gehonoreerd.

Verbreding van de economie verdient inderdaad de nodige aandacht. Dit is echter alleen mogelijk als er een goed fundament is. Een fundament dat nu bestaat uit handel en transport. Versterking van deze sectoren door de benodigde infrastructuur aan te leggen is daarom een verstandige keus.

Albert Doe is werkzaam bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden