ColumnKoen Haegens

Zolang werkenden niks te zeggen hebben, blijft het inflatiespook slapen

null Beeld

Als economie een religie is, zoals sommige mensen menen, behoort het voorspellen van inflatie tot de meest exotische rituelen. Koortsachtig proberen dezer dagen de schriftgeleerden – analisten, handelaren en ander financieel volk – tekenen te ontwaren van wat het Prijspeil met ons voor heeft. Zet de huidige inflatiestijging door, en hoe hard? Of blijkt het slechts een oprisping?

Voor gewone stervelingen is het net Latijn. Ja, iedereen zal stijgende prijzen in de portemonnee voelen. Maar merkt Jan Modaal nou werkelijk het verschil tussen 1,5 of 3 procent geldontwaarding? Ik waag het te betwijfelen. De reden dat elk inflatienieuwtje wordt gespeld, is dat er zoveel andere zaken van afhangen. De rente, om maar iets te noemen. En op korte termijn heel veel geld. Groeit de inflatieangst, dan kelderen de beurskoersen van techbedrijven als Apple en Adyen. Valt het mee, dan veren ze op en vallen er miljarden te verdienen.

Nu beschikt de Volkskrant niet over een afdeling analisten om met modellen, formules en grafieken te goochelen. Toch valt er veel voor te zeggen dat het allemaal een stuk simpeler ligt. Uiteindelijk is inflatie namelijk meer een politiek dan een economisch fenomeen. Het drukt de krachtsverhouding uit tussen kapitaal en arbeid. Wint de werkvloer aan invloed, dan stijgen de lonen. De prijzen volgen vanzelf.

De afgelopen decennia gebeurde het omgekeerde. De globalisering gaf werkgevers toegang tot miljarden goedkope arbeiders. Nieuwe technologie heeft de onderhandelingsmacht van westerse vakbonden verder ondergraven. Voor jou, tien anderen – of gewoon een supersnelle robot. En anders is er altijd wel een uitzendkracht of zzp’er te vinden die de klus goedkoper klaart. Het resultaat? De gemiddelde loongroei bleef bescheiden. Bedrijven konden de prijzen van hun goederen en diensten laag houden. Het inflatiespook begon aan een lange winterslaap.

De grote vraag is of het nu ontwaakt. Natuurlijk zullen de huidige tekorten aan containers, chips en hout de prijzen opdrijven. Hetzelfde geldt voor de miljarden euro’s die gaan rollen als welvarende Nederlanders deze zomer hun overvolle spaarvarken stukslaan. Maar die inflatie zal tijdelijk zijn – tenzij het zich vertaalt in hogere lonen. Gaat dat gebeuren?

De globalisering en flexibilisering zoals wij die kennen, zijn geen natuurkrachten. Ze zijn de creatie van liberale politici die de spelregels herschreven. Het omgekeerde kan ook. Bijvoorbeeld als in de Verenigde Staten president Joe Biden de vakbonden blijvend sterker maakt. Als Europa eindelijk extra tarieven durft te heffen op Aziatische kleding en laptops die spotgoedkoop zijn dankzij uitbuiting. Of als Nederland het minimumloon fors verhoogt en flexwerk ontmoedigt.

Dat is niet langer ondenkbaar. Maar op korte termijn verwacht het Centraal Planbureau geen serieuze loonstijgingen. Het onbenut arbeidspotentieel is afgelopen jaar gestegen naar 1,1 miljoen Nederlanders, maakte het CBS dinsdag bekend. Niks personeelsschaarste dus. En dan houden de statistici niet eens rekening met de honderden financieel analisten die straks mogelijk op straat komen te staan: hun inflatiemodellen zijn overbodig, uiteindelijk gaat het om macht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden