Zoeken naar het laatste groen

Ze zijn er weer, de vrienden uit het zuiden. Met hun roodgeblokte omslagdoeken en hun dunne, lange houten stokken dwalen zij door de straten van Nairobi....

‘Voor hen’ betekent: voor de Masai, de nomaden die vanuit het zuidelijk district Kajiado naar de hoofdstad zijn komen lopen, en voor hun vee, hun geiten en vooral hun koeien. In grote delen van Kenia is het opnieuw kurkdroog. De graaslanden in Kajiado zijn bruin en onbruikbaar. En dus komen de Masai naar de stad.

Het is soms wat onhandig uit te moeten wijken voor een herder die de straat over rent omdat zijn beesten een verkeerde richting in dreigen te slaan. Of om plots in de remmen te moeten omdat een Masai heeft besloten zijn vee de rijbaan te laten oversteken.

Voor de nomaden zelf maakt het weinig uit. Nairobi was immers ruim een eeuw geleden niet de hoofdstad van een land dat Kenia zou heten, maar de plek waar de Masai hun koeien en geiten lieten drinken van het toen nog overvloedig aanwezige water. Nairobi is altijd van hen geweest, menen zij. Dat zal ook zo blijven.

En dus passen we ons aan elkaar aan. De Masai neemt voorrang waar het hem uitkomt en zijn koeien tonen zich volstrekt niet onder de indruk van gemotoriseerd verkeer. De andere weggebruikers, zij die zich inmiddels de eigenlijke bewoners van Nairobi achten, gedragen zich op hun beurt als een hier uitzonderlijke heer in het verkeer.

In het noorden van Kenia, het uitgestrekte gebied boven de plaats Marsabit, tot aan Ethiopië en Somalië, kunnen de nomaden niet hun toevlucht nemen tot het laatste groen dat een stad heeft te bieden. Voor de volken die daar wonen, de Borana, Gabra, Rendile, Pokot, Turkana en Somali, is het leefgebied tot een kurkdroge woestijn van steen en zand aan het verworden.

Kamelenhoeders weten met hun ‘schepen van de woestijn’ nog enigszins te overleven, al moeten zij vaak honderden kilometers lopen om water te vinden. Maar de volken die traditioneel als koeienherders door de streek trekken, hebben het zwaarder dan ooit, omdat vrijwel nergens gras is te vinden.

Een nomade zou echter geen nomade zijn als hij behalve veehouder ook niet een koppig wezen was. De koeien mogen dan zo goed als niets meer te eten hebben, de herders peinzen er vaak niet over ze in te ruilen voor kamelen, of ze naar de slacht te brengen als er nog wat vlees om de flanken hangt.

En zo kun je in het noorden tientallen, honderden, ja duizenden zwaar vermagerde koeien door het landschap zien sjokken. Voor een nog gezonde koe zal een nomade alles in het werk stellen, zeker als deze zwanger is. Maar de fataal verzwakte beesten worden aan hun lot overgelaten.

Overal in het landschap liggen de karkassen. Van koeien, geiten, en van een enkele ezel. Het laatste beetje vlees dat nog om de botten hing, is door gieren opgepeuzeld. De nog levende beesten sjokken zonder enig egard langs hun soortgenoten. Alleen overleven telt nog.

Bij een waterput, waar dankzij een generator het water van honderden meters diep naar boven kan worden gehaald, ligt een van de aanstaande slachtoffers. Een nog levende en broodmagere koe, die echter niet meer op haar poten kan staan. Te midden van zwaar dorstige en nerveuze dieren ligt zij te wachten op haar einde.

Niemand heeft nog belangstelling voor haar, behalve een geitje dat zijn moeder is kwijtgeraakt en daarom de stervende koe heeft geadopteerd. Ook dit beestje zal het einde van de week niet halen. De koe legt haar slappe nek en het triestige hoofd al in het zand. De nomaden trekken verder.

Kees Broere

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden