Zo maken we Nederland klaar voor de grote vergrijzing

Nederland veroudert en dat merken vooral de naoorlogse woonwijken. De risico's voor ouderen: problemen met stoepen, hoge opgangen en vereenzaming. Hoog tijd voor plannen om Nederland vergrijzingsbestendig te maken.

De Meester Arendstraat in Rotterdam, in een van de naoorlogse wijken waarvoor plannen zijn ingediend. Beeld Raymond Rutting

De nieuwbouwwijk Geleen-Zuid - twee-onder-eenkapwoningen, keurig gemaaide grasveldjes - moet in de jaren zestig hebben gewemeld van de buitenspelende kinderen. Nu is het doodstil in Geleen-Zuid, vertelt architect Paul Verhorst, die de wijk bezocht om inspiratie op te doen voor zijn vernieuwingsplan. Kinderen werden volwassen en vertrokken. Inmiddels wonen hun bijna bejaarde ouders in huizen die niet meer bij hen passen.

Nederland komt op leeftijd, en woonwijken als Geleen-Zuid vergrijzen als eerste. Dat veroorzaakt problemen - zo niet nu, dan toch in de toekomst. De traptreden naar een portiekwoning vormen ineens een serieus obstakel, een wandeling naar de buurtwinkel wordt een dagtaak, vereenzaming dreigt. Hoe maken we Nederland stedebouwkundig en zorgtechnisch gebruiksklaar voor de grote vergrijzing?

Dat was ook de vraag die Rijksbouwmeester Floris Alkemade zich stelde. Hij schreef een prijsvraag uit om antwoorden te vinden. Architecten en specialisten uit de zorg moesten een toekomstplan bedenken voor naoorlogse wijken in vier steden: Sittard-Geleen, Groningen, Almere en Rotterdam. 'De opdracht: behandel ouderen niet als zielige mensen, laat ze meedoen', zegt Alkemade.

Uit de 174 inzendingen koos de jury deze maand twintig plannen. In oktober worden de vier winnaars bekendgemaakt. De vier steden beloven hun best te doen de winnende plannen echt te verwezenlijken.

Vrijwel alle plannen die de eindronde hebben gehaald, hebben dit met elkaar gemeen: buurtbewoners moeten weer contact met elkaar krijgen. Ouderen moeten activiteiten blijven ondernemen, jongeren keren terug in de wijk. Zo is in Groningen een plan genomineerd dat ouderen en jongeren laat samenwonen. Studenten en expats nemen hun intrek op de bovenverdieping van huizen van oudere Groningers. De jongeren wonen goedkoop in de gewilde Oosterparkwijk, en de ouderen krijgen hulp waardoor ze niet hoeven te verhuizen.

Willen jongeren en ouderen wel samenwonen? Hoogleraar sociologie Pearl Dykstra van de Erasmus Universiteit twijfelt. 'Wonen is iets heel privés. We zijn in Nederland gewend aan het idee dat elke generatie zelfstandig woont.' Gedwongen samenwonen gaat ver, zegt Dykstra. 'Dan moet je heel voorzichtig selecteren. Want wie wil voor een vreemde zorgen?'

Bovendien moeten de planmakers oppassen het wiel niet opnieuw uit te vinden. Een van de inzendingen, meergeneratiehoven in Almere, heeft als basisidee verschillende generaties in een hof voor elkaar te laten zorgen. Dit plan kent niet bijster succesvolle voorgangers, zegt Dykstra. 'We hebben kangoeroewoningen gehad, huizen met een 'buidel' voor ouderen. En mantelzorgwoningen, noodwoningen in achtertuinen. Maar hoeveel van zulke woningen zijn er nou echt gebouwd? Dat zijn er niet veel.' Om hun plannen te laten slagen, moeten architecten wegblijven van de sociale structuur van de wijk, vindt Dykstra. 'Cohesie opleggen werkt niet.'

Wat staat ons te wachten? Drie genomineerde plannen:

Meergeneratiehoven

Breng generaties bij elkaar, dat is het idee achter de meergeneratiehoven in Almere Haven. Het plan van Temp.architecture en zorgadviesbureau Kantelingen moet ouderen en jongeren met elkaar in contact brengen. 'Het individualisme in Almere is doorgeslagen. Iedereen heeft een eigen tuin, een eigen auto. Dat werkt niet meer als iedereen ouder dan 70 wordt', zegt architect Maarten van Tuijl.

Het plan van Temp.architecture en zorgadviesbureau Kantelingen moet ouderen en jongeren met elkaar in contact brengen. In de hofjes wonen ouderen op de begane grond. Beeld de Volkskrant

De oplossing: hofjes met bewoners uit meerdere generaties, die naar elkaar omkijken. Ouderen wonen op de begane grond en starters en expats in afzonderlijke appartementen op de bovenverdiepingen. Die starters komen niet zomaar naar de verouderde wijk: als lokkertje worden de woningen energieneutraal gemaakt. Ook moet er kinderopvang, een speeltuin en bedrijfsruimte in de wijk komen. Een laatste noviteit in het plan: gedeelde logeerkamers. Handig als het nageslacht van zorgbehoevende ouderen blijft slapen, maar ook voor logerende vrienden van starters.

Jonge huurders zouden bijvoorbeeld huurkorting kunnen krijgen als ze eenvoudige medische hulp en assistentie bij computerproblemen verlenen aan ouderen. Ouderen zouden op hun beurt op de kinderen van de jongere mensen kunnen passen.

Rollatorcirkels

Voor het tot stand komen van de rollatorcirkels in Geleen-Zuid was de inbreng uit de zorg onmisbaar. Een collega van Freya Pijnenborg, voorzitter van vrijwilligersorganisatie Volontario, wist dat de maximale afstand die ouderen met een rollator afleggen ongeveer 300 meter is. Dat beperkt ouderen in de activiteiten die ze kunnen ondernemen. 'Dus moet er elke 300 meter een ontmoetingsplaats zijn. Een verpleeghuis bijvoorbeeld, maar ook een bakker met stoeltjes of een boom met bankjes', zegt Pijnenborg.

In het plan van Paul Verhorst van Arches architecten BNA zijn cirkels van 300 meter over Geleen gelegd. Welke voorzieningen daar precies komen, beslissen de makers van het plan in overleg met de bewoners. De rollatorcirkels moeten de afstand tot voorzieningen gevoelsmatig kleiner maken: zo is het verdwijnen van de lokale bakker of groenteboer voor de ouderen geen ramp meer, en is een uitstap altijd binnen rollatorbereik.

In het plan van Paul Verhorst van Arches zijn cirkels van 300 meter over Geleen-Zuid gelegd. De rollatorcirkels moeten de afstand tot voorzieningen gevoelsmatig kleiner maken. Vrijwilligers gaan een grote rol spelen. Beeld de Volkskrant

In het plan voor Geleen spelen vrijwilligers een grote rol. Een optie om hen te belonen, zijn de 'volo's' waar Volontario mee werkt: vrijwilligers krijgen per gewerkt uur een muntje, waarmee ze iets kunnen kopen. Lokale bedrijven sponsoren de muntjes.

Gemeenschapsdwarsstraten

De wijk Carnisse in Rotterdam heeft twee problemen, legt architect Tomas Dirrix uit. Het eerste probleem is dat een groot deel van de wijk bestaat uit portiekwoningen met een opgang van een meter hoog. Dat is nogal een klim voor sommige ouderen. Het tweede probleem is architectonisch van aard: dwarsstraten van de straten met rijtjeshuizen hebben 'een dode bestemming'. De straten hebben alleen zijmuren en geen voordeuren.

Het plan van bureau Diederendirrix bevat een groene ruimte en een gezamenlijke keuken. Beeld de Volkskrant

Het plan van architectenbureau Diederendirrix is toegespitst op twee Rotterdamse straten. Daar moeten de hoeken van de rijtjeshuizen gemeenschapjes gaan vormen. Een groene ruimte met bijvoorbeeld een kruidentuin verlevendigt de 'dode' dwarsstraat. De hoekhuizen aan de kant van de dwarsstraten veranderen in een gezamenlijke keuken of woonkamer. Niet alle ouderen in het woonblok koken immers nog zelf. Het is dan handig als ze samen kunnen eten.

Het probleem van de hoge opgang van de portiekwoningen wil het architectenbureau oplossen door de achtertuinen deels te vervangen door een helling, zodat de bewoners de hoge treden aan de voorkant niet meer hoeven te beklimmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.