Analyse Zonnepanelen

Zo kun je geld blijven verdienen met je dak

Het feestje voor zonnepanelenbezitters wordt kariger: voor teruggeleverde stroom krijgen ze niet meer de volle mep. Hoe werkt de nieuwe regeling?

Op het dak van een huis in Drachten worden zonnepanelen geplaatst. Beeld ANP

De energietransitie is een calvinistische operatie met louter plichten en boetedoening, maar er is één uitzondering: de salderingsregeling. Bezitters van zonnepanelen zijn er gek op, want deze regeling garandeert een prachtig financieel rendement voor de zonnepanelen.

Dankzij deze regeling is het zonnepaneel op dak een gewone verschijning geworden. De afgelopen vijf jaar groeide het aantal panelen met gemiddeld 30 procent per jaar. Vorig jaar spoot dat oppervlak zelfs omhoog met 60 procent.

Bezitters van zonnepanelen mogen stroom die ze niet zelf gebruiken, terugleveren aan het stroombedrijf. Voor de stroom die ze leveren, krijgen ze de zelfde prijs die ze zelf voor een kilowattuur moeten betalen(op dit moment rond de 20 eurocent); zo is dat vastgelegd in de salderingsregeling. Zou die er niet zijn, dan zou het energiebedrijf hooguit een paar cent per kilowattuur willen betalen.

Voor elke kilowattuur die aan het net wordt geleverd, betaalt het stroombedrijf straks de (lage) marktprijs. Beeld ANP

Dankzij die geweldige prijs die panelenbezitters voor hun stroom krijgen, zijn zonnepanelen in gemiddeld zes jaar terug te verdienen. En omdat die panelen elk jaar goedkoper worden, is de verwachting dat ze al snel binnen vier jaar worden terugverdiend. Terwijl zo’n paneel makkelijk 20 tot 25 jaar mee kan. Dat zou neerkomen op een nagenoeg gegarandeerd beleggingsrendement van rond de 10 procent. Feest!

Juist deze blij makende regeling gaat er aan, zo maakte minister Wiebes onlangs bekend. De salderingsregeling wordt per 2020 omgebouwd tot een terugleversubsidie. Die wordt een stuk calvinistischer: voor elke kilowattuur die aan het net wordt geleverd, betaalt het stroombedrijf de (lage) marktprijs, en legt de overheid een subsidie toe. Hoe hoog die subsidie wordt, wordt deze zomer bekendgemaakt, maar de zonnepanelenbezitter krijgt nooit meer die topprijs van rond de 20 cent. En bovendien zal de prijs elk jaar een beetje worden verlaagd, in hetzelfde tempo als de panelen goedkoper worden.

1. Minder (maar nog altijd genoeg) rendement

De terugleversubsidie, schrijft Wiebes, zal zo worden opgesteld dat eigenaren hun zonnepanelen in zeven jaar kunnen ­terugverdienen. Dat komt neer op een ­financieel rendement van rond 6 procent, nog altijd riant in een tijd dat sparen slechts fracties van procenten oplevert. Bovendien stond het rendement van de salderingsregeling toch al op de tocht. Dat rendement is zo hoog, omdat stroom duur is, en stroom is zo duur dankzij de energiebelasting. Maar die energiebelasting op stroom zal de komende jaren fors dalen, om het gebruik van stroom aan te moedigen (ten koste van gas). En dus zal het rendement van de salderingsregeling flink dalen. Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE), is dan ook blij met de plannen van Wiebes. ‘De salderingsregeling was niet stabiel. Deze terugleversubsidie wel.’

2. Meer panelen

Van de salderingsregeling heb je alleen profijt zolang je stroomproductie in een jaar niet groter is dan je eigen gebruik. Zo zijn er huishoudens die maar vijf paneeltjes nemen, hoewel hun dak er misschien wel twaalf zou kunnen dragen. Met de huidige salderingsregeling zouden die zeven extra panelen echter nauwelijks geld opleveren.

Met de nieuwe regeling wordt dat anders: iedereen kan netto producent worden. In bovenstaand voorbeeld: twaalf panelen op dat dak wordt heel interessant. Het zou dus zomaar kunnen dat de nieuwe regeling dus juist veel meer zonnepanelen gaat opleveren.

3. Meer bureaucratie

De huidige salderingsregeling werkt nagenoeg automatisch. In 2020 moeten alle mensen met zonnepanelen (dat zijn er al meer dan een miljoen) terugleversubsidie aanvragen bij het overheidsloket van de RVO. Daarna moet de RVO elk jaar honderdduizenden nieuwe aanvragen behandelen. Dat wordt een grote opgave. Om het nog lastiger te maken, krijgt de regeling een jaarlijks plafond. Dus wie laat in het jaar bedenkt dat hij panelen wil, kan zomaar achter het net vissen.

Kortom: de regeling wordt bureaucratisch en onzeker. ‘En waarvoor?’, vraagt Joris Wijnhoven van Greenpeace zich af. ‘De kosten van zonnepanelen dalen zo hard, dat je over een paar jaar de subsidie gewoon zou kunnen afschaffen.’ Dat mensen tot die tijd een feestje kunnen vieren op kosten van de belastingdienst: gun ze dat feestje. ‘Je wilt dat heel Nederland in een paar jaar aan de zonnepanelen gaat. Dan móét je er wel een feestje van maken.’

4. Meer thuisbatterijen

Dankzij de salderingsregeling kan iedere zonnepanelenbezitter zijn stroom tegen een toptarief terugleveren aan het net, en dat gebeurt dan ook ongeremd. Met het nieuwe systeem wordt het interessant om de opgewekte stroom zoveel mogelijk zelf te gebruiken. Daarvoor zijn systemen in de markt, die regelen dat apparaten zoals wasmachine, wasdroger en elektrische boiler worden ingeschakeld als de zon schijnt, en dat dan ook de auto (mits aanwezig) wordt opgeladen.

In Nederland gebruiken mensen met zonnepanelen slechts 30 procent van hun productie direct zelf; de rest wordt geleverd aan het net. In Duitsland houden panelenbezitters 60 tot 80 procent van hun productie in eigen huis, zegt Erik de Leeuw van Solarwatt, een bedrijf dat voor dat doel systemen verkoopt.

Duitsers, legt hij uit, moeten veel betalen voor stroom (rond 30 cent per kilowattuur), en krijgen bij teruglevering aan het net maar een paar cent. Systemen om het eigen gebruik te vergroten, kosten rond 500 euro. Veel panelenbezitters hebben er een batterij van ettelijke duizenden euro’s bij. Die ontwikkeling zou voor de netbeheerders (zoals Liander en Enexis) een opluchting kunnen betekenen: dan wordt het energienet niet extra belast door de zonnepanelen met hun piekproductie, maar juist ontlast.

5. Meer digitale stroommeters

Wie straks in aanmerking wil komen voor de terugleversubsidie, moet beschikken over een moderne, digitale stroommeter, die het gebruik en de productie (die wordt gesubsidieerd) apart meten. Die eis gaat ook gelden voor mensen die nu al zonnepanelen hebben. Op dit moment heeft 40 procent van de huishoudens een slimme meter; in 2020, als de terugleversubsidie van kracht wordt, moet dat 80 procent zijn.

6. De postcoderoos

Wie geen panelen op eigen dak kan of wil leggen, kan terecht bij een lokale energiecoöperatie in de buurt (in de ‘postcoderoos’). Maar als de energiebelasting omlaag gaat, en daarmee het financiële rendement voor coöperatieleden, dreigen de coöperaties ‘door hun hoeven te zakken’, zegt Van der Gaag van de NVDE. Ook de deelnemers aan de cooperaties zullen blij zijn dat ze straks aanspraak kunnen maken op een terugleversubsidie, denkt hij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden