Irritaties

Zijn onze ergernissen over de Griekse economie terecht?

Cijfers zouden objectief moeten zijn, maar Griekenland en de rest van de EU pikken eruit wat hen bevalt. Wat klopt er van vijf grote ergernissen?

Beeld Jasper Rietman

Er klopt niets van de Griekse economie

Waarom redden Portugal, Spanje en Ierland het met steun van strenge trojka's wel en Griekenland niet? Is Griekenland een speciaal geval?

Elke economie heeft zijn eigenaardigheden, maar wat de toen net aangetreden Griekse minister van Financiën, George Papaconstantinou, op maandagavond 19 oktober 2009 deed, was uniek. In Luxemburg gaf de net gekozen socialist een presentatie aan zijn collegaministers van Financiën.

Het cijfer waar alles in de EU om draait, in elk geval in economisch zware tijden, is het tekort op de overheidsbegroting. Dat cijfer, zei Papaconstantinou, dat klopte dus niet.

En niet alleen klopte het niet voor 2009, het klopt al niet sinds 1999.

Achtereenvolgende Griekse regeringen bleken minstens tien jaar met tekort- en schuldcijfers te hebben gerommeld, gaf Papaconstantinou toe. Inclusief de cijfers op grond waarvan Griekenland tot de euro was toegelaten. Leek het Griekse probleem tot dan vergelijkbaar met het Portugese en Spaanse, toen de ministers de Luxemburgse nacht instapten, was het tekort op de Griekse begroting bijna drie keer zo groot. En de schuldenberg was in een klap onneembaar geworden.

Voor Griekenland een vertrouwde situatie. Sinds 1826 ging het land vijf keer failliet doordat het zijn schuld niet kon terugbetalen. Angelsaksische economen proberen min of meer rationeel te verklaren waarom Griekenland economisch zo anders is en doet. Het zou zich als euroland proberen te gedragen als een westerse economie, maar heeft eigenlijk een Balkan-mentaliteit. Het is een land dat niet zo zwaar tilt aan schuld en torenhoge inflatie. Het heeft een bevolking die geld betrekkelijk vindt, vooral als het economisch minder gaat. Erboven staan machthebbers die economie meer als een spel beleven dan als fundament van een land.

Onder druk van de crisis die in 2008 begon, wilde Papaconstantinou schoon schip maken. Dan maar alle kaarten op tafel.

De prijs die Griekenland betaalt voor zijn eerlijkheid was en is hoog. Niet alleen bleek na 19 oktober 2009 de weg naar herstel veel moeilijker dan voor andere probleemlanden. Ook heeft stevig Europees wantrouwen de Grieken op die weg steeds begeleid.

Beeld Jasper Rietman
Beeld de Volkskrant

Europa heeft Griekenland gestraft - uit eigenbelang

De Griekse economie is kapot en Nobelprijswinnende Amerikaanse economen zoals Joseph Stiglitz en Paul Krugman weten precies waarom. De bezuinigingen die IMF, EU en ECB Griekenland naast de afgedwongen hervormingen hebben opgelegd, waren een gifpil.

Dat Griekenland een tik krijgt en misschien wel verdiende, was tot daar aan toe. Maar dat de economie een kwart kleiner wordt, de werkloosheid door het plafond gaat, zes van de tien jongeren vrijwel niet meer aan de bak komen, Grieken onder de armoedegrens duiken en gezondheidszorg voor steeds meer onbereikbaar wordt dat alles lijkt volgens veel Grieken op een Europese militaire strafexpeditie onder leiding van Angela Merkel.

Zo ervaren Stiglitz en Krugman het ook en de abnormale gevolgen zijn hun bewijs. Ze vinden het programma van de drie geldschieters volstrekt verkeerd ontworpen in studeerkamers in Washington, Brussel en Frankfurt ver van de Griekse werkelijkheid. Dominique Strauss-Kahn, die als IMF-president in 2010 aan de wieg stond van het herstelplan voor Griekenland, zegt nu dat hij daarmee fout zat. Hij wil de Grieken rust gunnen door het terugbetalen van hun schuld op te schorten.

Die schuld, daarin zou Europees eigenbelang schuilen. In 2011 stond de Griekse teller op circa 360 miljard euro. De crisis hield toen nog huis in alle eurolanden en voor veel Europese banken gold: de kleinste tegenvaller kon ze omver blazen, waarmee ze de financiële sector van hun land zouden meesleuren. Noord-Europese banken hadden begin 2011 circa 30 miljard aan gevaarlijke Griekse overheidschuld.

Circa een tiende van de 240 miljard aan Europese noodleningen gebruikte Griekenland om de schuld aan de niet-Griekse banken af te lossen. Die kregen ongeveer de helft van hun geld terug. Minister van Financiën Varoufakis voert nu alle Grieken aan die zeker weten dat de noodfondsen van EU, IMF en ECB louter bedoeld waren om de eigen banken te redden. Voor de Grieken zelf bleef nul euro over.

Maar het overgrote deel van de schuld was in 2011 al in Griekse handen. Zonder Europese steun was Griekenland failliet gegaan en waren spaar- en pensioengeld verdampt. Natuurlijk speelde ook Europees eigenbelang. Een Grieks faillissement zou de euro in onbekend, gevaarlijk vaarwater hebben gebracht.

Beeld Jasper Rietman
Beeld de Volkskrant

Grieken betalen geen belasting en gaan vroeg met pensioen

De meeste vooroordelen over de Grieken stroken niet met de cijfers. Maar dat de belastingmoraal twijfelachtig is, is geen gevaarlijke stelling. Belasting ontwijken is een nationale sport, suggereert het IMF. Daardoor mist de staat bijna de helft van het belastinggeld dat in de schatkist had moeten stromen. De Grieken hebben een enorme belastingschuld aan hun land.

Bureaucratie, afwezigheid van instituties zoals een kadaster, lage boetes en geringe kans op ontdekking wijst het IMF aan als oorzaken. En vooral hoge tarieven. Belasting ontduiken loont. Advocaten, artsen, accountants, ingenieurs en privéleraren geven massaal hun inkomen niet op. Daarmee alleen al loopt de staat de belasting op 30 miljard euro mis.

Geen land kan zo'n belastingmoraal slechter gebruiken dan Griekenland. De belastinginkomsten blijven grosso modo gelijk, maar de overheiduitgaven stijgen. Griekenland heeft een peperdure overheidsorganisatie. Eén op elke drie werknemers is een goed betaalde, maar lang niet altijd efficiënte ambtenaar. Dat kost jaarlijks meer dan er aan belasting wordt opgehaald.

De ironie is dat de gemiste belastinginkomsten zo hoog zijn, omdat Grieken hard werken. Een opvallend groot deel van de werkende beroepsbevolking doet dat zelfstandig: ruim eenderde, het dubbele van wat in de eurozone gebruikelijk is. Gronings onderzoek wees de Grieken dit decennium aan als de hardst werkenden van Europa. Althans, ze werken de meeste uren per jaar bijna tweeduizend.

Grieken verdienen minder dan de helft van wat Nederlanders krijgen. Een Griek die werkloos wordt, ziet zijn inkomen meteen terugvallen naar 35 procent van het laatste loon. OESO, de club van 34 ontwikkelde landen, becijferde dat dit van alle leden veruit de ongunstigste verhouding is. Na 5 jaar werkloosheid valt een Griek terug naar 5 procent van het laatste loon, ook een diepterecord.

Uit OESO-cijfers blijkt ook dat het met het vroegpensioen van de Grieken meevalt. Tot de crisis werkten zowel in Griekenland als Nederland grofweg de helft van de mensen tussen 55 en 65 jaar. Door de crisis in Griekenland is de werkloosheid onder 55-plussers verviervoudigd. Hun pensioen wordt straks sober. Griekenland geeft in procenten bbp weliswaar het meest uit aan pensioenuitkeringen, maar dat komt doordat de Griekse bevolking bovengemiddeld oud is. Bovendien is het bbp nu laag.

Beeld Jasper Rietman
Beeld de Volkskrant

De Griekse regering hervormt helemaal niet

Uit Europa klinkt het verwijt aan de Grieken dat hen nu niets anders rest dan domme bezuinigingen omdat ze de afgelopen jaren slimme hervormingen weigerden door te voeren. Daar denkt de OESO geheel anders over: Griekenland is wereldkampioen hervormen.

Althans: tot en met 2014.

Vooral gecharmeerd is de landenorganisatie van de Griekse hervormingen van het pensioenstelsel en, jawel, de belastingen waarbij van heffing én inning eindelijk serieus werk wordt gemaakt.

Ook de arbeidsmarkt is stevig onder handen genomen. De kosten van arbeid zijn verlaagd, belemmerende ontslagregels geschrapt en de risico's voor de flexibele werknemer zijn verlaagd. Bovendien zijn de werkloosheidsuitkeringen verlaagd dat vinden ze positief bij de OESO.

Waarom dan toch dat verwijt dat Griekenland zo weinig doet?

Het korte antwoord: de Grieken hebben de hervormingen niet vol weten te houden.

De vooruitzichten waren begin 2014 nog zo mooi. Griekenland zou dit jaar het hoogste groeipercentage van alle EU-landen noteren. En een jaar later zou het tekort misschien wel omslaan in een overschot. Zolang de Grieken maar volhielden.

Maar in het zicht van de haven kozen de meeste Grieken begin dit jaar voor Syriza en opeens stond alles stil. De belofte van de partij van premier Tsipras was onweerstaanbaar: niet jullie, worstelende en sappelende landgenoten, gaan de prijs voor bezuinigingen en hervormingen betalen, maar de steenrijke Griekse elite. Het bleek verkiezingsretoriek. Rijke Grieken hebben hun geld veiliggesteld en los daarvan had plukken weinig opgeleverd.

De regering-Tsipras restte niet anders dan in Brussel op allerlei manieren om kwijtschelding van overheidsschuld te vragen.

Tevergeefs, vooralsnog.

Beeld Jasper Rietman
Beeld de Volkskrant

De Griekse ellende is een logische, economische correctie

De Grieken moeten niet zeuren nu ze het even zwaar hebben. Dat krijg je ervan als je wel de lusten, maar niet de lasten incasseert van de euro. Kijk eens naar Portugal en Spanje. Waarom lukt het daar wel? Omdat zij wel belasting betalen, niet lui zijn en laat met pensioen gaan.

Dat is grofweg de Europese populistische kijk op de Griekse kwestie. De onnavolgbare strapatsen van Tsipras en Varoufakis van de afgelopen weken geven die afkeuring de wind in de rug. Een deel van de Europese bevolking is behoorlijk klaar met 'die Grieken'.

De macro-economische cijfers laten zien dat Griekenland heeft geprofiteerd van deelname aan de euro in 2001. Vanaf dat jaar versnelt de stijging van het inkomen per hoofd van de bevolking. Was het doorgestegen in het rustiger tempo van vóór de euro, dan kom je op het punt waar Griekenland nu is. De dramatische val van de afgelopen vijf jaar is volgens niet-Griekse sceptici dan ook een correctie op de buitenproportionele piek van de jaren ervoor.

Dat sluit aan bij wat de eurocrisis heeft laten zien: de inmiddels negentien leden van de muntunie liggen economisch veel verder uit elkaar dan goed is voor een succesvolle eenheidsmunt. Een vrolijke onderzoeker maakte eens een muntunie van alle landen beginnend met een M en vond daarbij minder economische verschillen dan in de eurozone.

Wat heeft dat met Griekenland te maken? Toen daar de euro de drachme verving, hoorde het land opeens bij een stevige euro-economie zoals Duitsland. Voor de financiële markt waren ze vrijwel gelijk. De rente op de Griekse schuld was maar een klein beetje hoger dan op de Duitse, hoewel de twee economieën totaal verschillen in kracht. De koopkracht van de Griek was tot de crisis bijna gelijk aan die van de Duitser vóór de euro lag de Griek nog een straatlengte achter.

Griekenland heeft jaren van economische groei goedkoop bij elkaar geleend. Van wie? Van landen zoals Duitsland, Frankrijk, België en Nederland. Wij leenden de Grieken maar wat graag. Konden ze mooi onze spullen betalen. Tegenover elke onverantwoordelijke lener staat een onverantwoordelijke uitlener. Zo bezien is zowel het opblazen van de Griekse bubbel als het laten klappen ervan net zo zeer het werk van Griekenland als van de rest van Europa.

Beeld Jasper Rietman
Een Griekse man voert duiven. Beeld AFP
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.