de kwestie peter de waard

Zijn hogere lonen of hogere besparingen beter?

In januari 1914 verdubbelde Henry Ford het loon van al zijn personeelsleden tot 5 dollar per dag. Tegelijkertijd verkortte hij de werkdag van negen naar acht uur.

Toen de chef van de financiële redactie van The New York Times dit hoorde, stormde hij de redactievloer op: ‘Die man is gek. Vinden jullie niet dat hij gek is?’, waarna hij onmiddellijk een verslaggever naar Detroit zond die de redenen moest zien te achterhalen van die waanzin.

Ford gaf hem een reden. Dankzij de lopende band had Ford de productietijd van de auto teruggebracht van 12,5 tot 1,5 uur. Maar de werkzaamheden waren daardoor zo eentonig geworden, dat geen mens dat tegen een salaris van 2,43 dollar per dag negen uur geconcentreerd zou volhouden. De tweede reden, die nu veel bekender is, zou hij pas veel later geven. ‘De eigenaar, de werknemers en de consumenten zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als de prijzen niet laag worden gehouden en de lonen hoog, zal het aantal klanten beperkt zijn. De eigen werknemers moeten de beste klanten zijn.’

Hoge lonen waren de basis voor het succes van het Amerikaanse model. Door de lonen te verhogen innoveren bedrijven, stijgt de productiviteit en de motivatie van het personeel, terwijl tegelijkertijd de vraag en de investeringen worden gestimuleerd. Dit leidt tot groei.

In het Aziatische model – het werd als eerste in Japan ingevoerd en later door Korea en China overgenomen –worden de lonen juist laag gehouden, besparingen gestimuleerd en consumptie ontmoedigd.

Lonen mogen minder snel stijgen dan het bbp, omdat anders kapitaal voor investeringen moet worden geïmporteerd. Omdat de eigen bevolking de producten niet kan kopen, worden ze vooral gemaakt voor de export, wat leidt tot grote handelsoverschotten. In de Aziatische landen is het aandeel consumptie in het bbp (China 53 procent, Japan 58 procent) veel lager dan in de VS (ruim 70 procent).

Lang werd gedacht dat het hoge-lonenmodel superieur zou zijn aan het hoge-besparingsmodel. Uit onderzoek zou blijken dat het Oost-Aziatische hoge-besparingsmodel leidt tot extra groei op korte en middellange termijn en het Amerikaane hoge-lonenmodel tot meer groei op lange termijn. Maar in de globaliserende wereldeconomie is het hoge-lonenmodel ontspoord. Door lage transportkosten en handelsliberalisatie besteden werknemers extra inkomen niet aan producten van eigen bedrijven, maar ze kopen er importproducten voor. In plaats dat de eigen bedrijven in innovatie en productiviteitsverbetering investeren, gaan ze in de concurrentiestrijd ten onder.

In het Westen lijkt een nieuwe wind te gaan waaien. Politici willen loonsverhogingen doorvoeren ten koste van handelsliberalisatie. Trump, de brexiteers en de populisten in andere Europese landen kiezen voor een beleid van nationale productie en hogere lonen.

Henry Ford zou tevreden zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden