ColumnPeter de Waard

Zijn academici wel echte ondernemers?

De jonge oprichters van ­United Wardrobe in Utrecht, die hun bedrijfje verkochten aan het ­Litouwse bedrijf Vinted, werden deze week in de media bewierookt als nationale helden, ongeveer vergelijkbaar met een Nederlandse ­dirigent die de Berliner Philharmoniker mag gaan leiden of een basketballer die een supertransfer maakt naar de Amerikaanse NBA.

De drie knullen die de app in tweedehands kleding in 2014 ­oprichtten, strijken waarschijnlijk per man ettelijke miljoenen op, waarvoor ze een villa met garage met peperdure auto’s kunnen kopen die ze in de toekomst in Quote kunnen etaleren. De resterende miljoenen kunnen ze in pandjes in Amsterdam investeren, want geld op een spaarrekening kost geld.

Maar in plaats van ze op een voetstuk te zetten, hadden de jongens ook als angsthazen kunnen worden neergesabeld. Stel dat Gerard Heineken, August Kessler (Shell), Anton Jurgens (Unilever) en Gerard Philips eind 19de eeuw hun start-ups, zoals een beginnend bedrijf nu wordt genoemd, ook zo snel hadden verpatst, dan zou de beursindex van Amsterdam ongeveer de marktkapitalisatie hebben gehad van die van Portugal of Tsjechië.

Maar Heineken, Jurgens, Kessler en Philips hadden hogere doelen. Zij zagen als oprichters hun bedrijf als een levenswerk. Zij hadden juist de ambitie de start-up op lange termijn te laten uitgroeien tot een groot bedrijf. En als ze kans zouden krijgen tot marktleider. Meer dan een eeuw later zijn het nog altijd mondiaal leidinggevende bedrijven.

Creativiteit is onder academici best wel te vinden. Maar ondernemersgeest is een ander verhaal. Als een gedachtenspinsel aanslaat, ­willen ze zo snel mogelijk cashen. Het is een voorbeeld van risicomijdend gedrag.

De moeizame weg van beginnend bedrijf naar een gevestigd bedrijf, de scale-up, hoeft dan niet te worden bewandeld. De drie studenten gaan nu werken voor Vinted, veilig in loondienst met een mooi appeltje voor de dorst achter de hand.

De oprichters van United Ward­robe zijn geen uitzondering. De drie Delftse studenten, die de fietsabonnementenketen Swapfiets oprichtten, besloten toen de eerste successen zichtbaar waren, ook zo snel mogelijk een koper te zoeken. De twee ondernemers achter de ­Vegetarische Slager lieten zich na acht jaar uitkopen door Unilever.

Nogal wat biotechnologiebedrijfjes die het resultaat waren van ­universitair onderzoek, lieten zich al in de embryonale fase overnemen door buitenlandse (vaak Amerikaanse) concerns.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jitse Groen is nog steeds grootaandeelhouder van Just Eat Take­away en Pieter van der Does en ­Arnout Schuijf van het betaalbedrijf Adyen. Maar ook zij hebben voor de zekerheid al met een beursgang ­gecasht, waardoor ze niet meer de volledige controle hebben.

De overname van Nederlandse start-ups is geen reden de vlag uit te hangen. Of het moet halfstok zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden