‘Zie je wel: ik kan het lekker ook’

Voor Nederlandse moslima’s is het lastig voor zichzelf te beginnen. Ze worden al vlug onvoldoende serieus genomen...

Ze zijn vrouw, migrant, moslim én ondernemer. Moslima’s met een eigen zaak moeten sterk in hun schoenen staan om aan al die identiteiten vorm te geven.

Dit concludeert bedrijfswetenschapper Caroline Essers die vandaag aan de Radboud Universiteit Nijmegen promoveert op een onderzoek naar Turkse en Marokkaanse onderneemsters in Nederland. Ze verzamelde voor haar proefschrift de levensverhalen van een twintigtal Marokkaanse en Turkse vrouwelijke ondernemers. Wat blijkt: moslima’s die voor zichzelf zijn begonnen, hebben het knap lastig. Ze moeten voldoen aan het beeld van vrouwen vanuit hun eigen cultuur én tegelijkertijd moeten ze de vooroordelen van autochtonen jegens moslims het hoofd bieden.

‘Ondernemerschap wordt meestal beschouwd als iets mannelijks. Dat bepaalt onze verwachtingen en beeldvorming over ondernemers. Als vrouw is het al lastig om daaraan te voldoen, maar als migranten- en moslimvrouw nog veel moeilijker’, zegt Essers. ‘De traditionele Turkse of Marokkaanse cultuur stelt specifieke eisen aan het vrouw zijn, moederschap en goede moslim zijn. Migranten hechten vanwege hun minderheidspositie vaak sterk aan het behoud van de eigen cultuur. Ook om te voorkomen dat er in de buurt of in het thuisland verkeerd over ze wordt gedacht. Eer en schaamte spelen een belangrijke rol. Deze traditionele verwachtingen komen helaas vaak overeen met de beeldvorming van de autochtone kredietverstrekker over vrouwelijke moslimondernemers. Die neemt ze vaak onvoldoende serieus.’

Het aantal vrouwelijke allochtone ondernemers blijft dan ook sterk achter. Eén op de acht ondernemers is van allochtone komaf, aldus cijfers van de Kamer van Koophandel. Nederland telt 13 duizend Turkse en 5.300 Marokkaanse ondernemers. Respectievelijk 17 en 12 procent van hen is vrouw.

Het is een gemiste kans, vindt Lia Smit van ondernemersorganisatie MKB Nederland. ‘Ondernemerschap is bij uitstek het middel tot integratie en emancipatie.’

Volgens Smit is er veel potentie: ‘Meisjes worden in de Turkse en Marokkaanse cultuur nog vaak kortgehouden. Terwijl jongens buiten zijn, zitten zij binnen en studeren. Dat doen ze niet onverdienstelijk. Marokkaanse meisjes staan bijvoorbeeld bekend als echte toppertjes; ze zijn heel goed in cijfertjes.’

Ook Smit merkt dat moslima’s die voor zichzelf willen beginnen in een spagaat zitten omdat ze weinig steun krijgen van de familie. ‘Dat kan tegen je werken omdat je voor de financiering van je onderneming afhankelijk bent van je familie. Volgens de islam mag geen rente worden gevraagd of betaald. Als je dus streng in de leer bent, kun je niet naar een bank voor een lening. Gelukkig beschouwen steeds meer moderne islamitische vrouwen rente gewoon als bedrijfskosten.’

Essers noemt de vrouwelijke ondernemers uit haar onderzoek ‘pioniers’. ‘Ze hebben veel weerstand moeten overwinnen om hun plannen door te zetten, maar zijn creatief in de manier waarop ze in hun ondernemerschap volharden. Vrouwen uit de derde generatie zullen het makkelijker krijgen, omdat emancipatie meer geaccepteerd raakt in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap.’

Bewijsdrang speelt, volgens Essers, een belangrijke rol in het succes van de onderneemsters. ‘Ze gaan in eerste instantie, net als autochtonen, voor economische zelfstandigheid en de vrijheid om niet voor een baas te werken. Maar ze willen ook uiting geven aan hun ongenoegen dat ze als meisje vroeger minder kansen hebben gekregen. Ergens zeggen ze: Zie je wel, ik kan het lekker ook.’

‘Bewijsdrang speelt

een belangrijke rol bij het succes’

ecallochtoneondernemers_ph01

Lalizer Ay

ecallochtoneondernemers_ph02

Links zit Esma Salama.

Foto’s Joost van den Broek / de Volkskrant

‘Ik ben een onderneemster, goede dochter, huisvrouw en moeder’

Wie: Lalizer Ay (33)

Wat: Schoonheidssalon Karizma Amsterdam

‘Met mijn zusje Ayse ben ik deze zaak vijf jaar geleden begonnen. Het idee werd geboren op de opleiding, waar wij de enige allochtone meisjes waren. Niemand wilde met ons samenwerken en we moesten altijd op elkaar oefenen. Toen er een keer Turkse en Marokkaanse vrouwen op de opleiding kwamen om op te oefenen, wilde niemand ze behandelen, omdat ze allochtoon waren. Toen begreep ik dat deze vrouwen eigenlijk nergens terecht konden.

‘Op dat moment besloot ik dat ik een salon wilde starten waar iedereen welkom is. Ik vond deze ruimte en heb me laten adviseren door een vrouw van het Startersbedrijf van stadsdeel Geuzeveld. Zij heeft ons geweldig geholpen, vooral met het schrijven van het ondernemersplan. Bij de bank hadden we weer het geluk dat er een hele behulpzame vrouw zat. We kregen tienduizenden euro's voor de verbouwing en voor zonnebanken. Eigenlijk veel te veel voor een starter. De zaak loopt heel goed.

‘We hebben veel steun gekregen van onze familie, ook al was dit niet wat ze voor ons in gedachten hadden. Mijn moeders motto was: trouwen en kinderen krijgen.

'Eigenlijk moet ik nu een supervrouw zijn. In mijn zaak werk ik zes dagen per week, thuis ben ik huisvrouw en moeder. Voor mijn ouders ben ik een goede dochter. Je moet nu eenmaal voldoen aan wat de gemeenschap van je verwacht. Dat is belangrijk in onze cultuur. Gelukkig zijn we er als vrouwen aan gewend.

‘Ik heb als oudste dochter van migrantenouders wel veel obstakels moeten overwinnen. Ik was steeds de eerste die iets wilde: een rijbewijs, een opleiding en nu een eigen zaak. Ik geloof in mezelf en trek me niet zo veel aan van wat mensen van me denken. Mijn ouders zijn het in principe toch niet met me eens, al staan ze me ook niet in de weg.

‘Veel Turkse vrouwen die een teruggetrokken bestaan leiden, hebben het aan zichzelf te danken. Ze hebben dezelfde opvoeding gehad als ik, maar toch niet dezelfde mogelijkheden voor zichzelf gecreëerd. Blijkbaar is karakter bepalend. Het is ook een breed gedragen misvatting dat islamitische vrouwen worden onderdrukt door hun man of familie. Veel van deze vrouwen vinden het wel prima om thuis te rommelen, terwijl hun mannen zich een slag in de rondte werken.’

‘Ik ben een onderneemster, goede dochter, huisvrouw en moeder’

Wie: Esma Salama (41)

Wat: Coach, mediator en oprichter van Czaar Bazaar en Stichting Interculturele Participatie en Integratie (SIPI) in Amsterdam.

‘Czaar Bazaar is een project om talentvolle vrouwen met een Arabische of Turkse achtergrond te helpen een onderneming op te zetten. Het idee is geboren uit verwondering. Ik begreep niet hoe het kwam dat de sociaal-economische zelfstandigheid van deze vrouwen zo laag is.

‘Ik merkte dat er veel talent verstopt blijft. Het succes van een Marokkaanse bakker is vaak te danken aan zijn vrouw, maar zij blijft onzichtbaar. Dat een winkel er schoon en aantrekkelijk uitziet, is ook meestal het werk van een vrouw. Eigenlijk is de vrouw de ondernemer en staat de man achter de kassa.

‘Ik vroeg me af waarom het mij wel gelukt is om me te ontplooien en om te integreren. Blijkbaar beschik ik over bepaalde competenties die mijn thuiszittende buurvrouw mist. Ik besloot dat ik vrouwen die competenties wilde meegeven die ze nodig hebben om hun talenten om te zetten in ondernemerschap.

‘Ik heb het geluk dat ik die westerse vaardigheden heb meegekregen. Ik heb geleerd om zelf na te denken, zelf beslissingen te nemen en mijn eigen lot in handen te nemen. Ik leunde niet op het gezag van anderen: dat van je echtgenoot, je moeder of van Allah. Mijn vader had zeven dochters en stuurde ons eropuit om ons te ontwikkelen. Hij wilde ons niet eindeloos onderhouden. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor.

‘Met Czaar Bazaar halen we eerst het aanwezige talent bij vrouwen naar boven; de vakbekwaamheid. Dan krijgen alle vrouwen een weerbaarheids- en persoonlijkheidstraining waarbij we zichtbaar maken welke competenties ze nodig hebben om een onderneming te beginnen en welke belemmeringen ze ervaren uit de eigen omgeving. Pas dan gaan we verder met het uitwerken van een ondernemingsplan.

‘Deze vrouwen moeten echt leren zelf na te denken en niet vanuit de verwachtingen van hun man, ouders of de gemeenschap. Het idee dat iets ‘niet mag van hun man’ of van hun godsdienst zit tussen de oren. Vrouwen worden helemaal niet zo onderdrukt, het is het resultaat van hun specifieke socialisatieproces. Dat proces moet je keren. We brengen ze eigenwaarde bij en leren ze hun wensen te bespreken met hun omgeving.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden