Zet de geldpers aan en weg zijn alle schulden

De crisis is voorbij, klinkt het. Toch komen we niet goed uit de startblokken. Dat lukt ook pas, zegt de econoom Steve Keen, als we alle schulden kwijtschelden.

Econoom Steve Keen. Beeld Foto: Marcel Wogram Illustratie: Gees Voorhees

Het is hoog tijd voor een generaal pardon - een pardon voor onze schulden, welteverstaan. Als econoom Steve Keen een bescheiden wenk mag geven aan Mark Rutte en zijn collega-onderhandelaars rond de formatietafel: kondig in het regeringsakkoord een jubeljaar af voor de Nederlandse schulden. Want willen Nederland en andere 'schuldenzombies' hun kwijnende economieën nieuw leven inblazen, dan zit er niets anders op dan de torenhoge schulden van gezinnen en bedrijven op zijn minst voor een flink deel kwijt te schelden.

'Dat veel economieën zo aan de sukkel zijn komt door de excessieve private schulden', zegt de 64-jarige Australiër telefonisch vanuit Londen, waar hij doceert aan de Kingston universiteit. 'Mensen hebben simpelweg geen geld meer over om te consumeren, ze moeten hun hypotheken of bedrijfskredieten aflossen. Stagnatie is het resultaat.'

Nederland is een schoolvoorbeeld van wat Keen de walking dead of debt noemt, levende schuldendoden: landen waarin de schuldenlast zo hoog is dat de economie in een soort zombie-staat verkeert, ergens tussen leven en dood in.

Wat Griekenland is met zijn staatsschuld, is Nederland met zijn private schulden. Wie een blik werpt op een grafiek van onze private schulden door de jaren heen, schrikt zich een hoedje. Steil als een Tour de France-col van de buitencategorie klimmen de schulden op: begin jaren zestig bedroegen ze ongeveer eenderde van de totale economie, sindsdien zijn ze verzevenvoudigd. De belangrijkste reden: de explosie van de hypotheekschuld.

Nergens in de eurozone torsen burgers zo veel hypotheekschuld mee als in Nederland. 'Private schulden tussen de 50 en 75 procent van het bbp, dat is gezond', zegt Keen. 'Maar Nederland zit op 236 procent van het bbp.'

Het verweer van de Nederlandse banken luidt, dat tegenover onze schulden ook bezittingen staan: we sparen veel voor ons pensioen en de huizen waarvoor we hypotheek betalen zijn een hoop geld waard.

'Dat de huizen ook veel waard zijn is precies hoe de Amerikaanse banken aan de vooravond van de crisis de rommelhypotheken vergoelijkten. Het probleem is: als de zeepbel knapt, storten de huizenprijzen in, terwijl de schulden op hetzelfde niveau blijven - schulden zijn veel constanter dan de waarde van vastgoed.'

Keen, dikwijls uitgedost in T-shirts met citaten van zijn grote held, de econoom John Maynard Keynes (1883-1946), heeft er zijn levenswerk van gemaakt om de 'fantasieën' van de gangbare, neoklassieke economie te ontmaskeren, een pseudowetenschap in zijn ogen. Een van die fantasieën wordt belichaamd door de modellen waarmee economen de toekomst proberen te voorspellen. Als zoon van een bankdirecteur kon het hem niet ontgaan dat schulden, banken en zelfs geld geen rol van betekenis speelden in de geïdealiseerde werkelijkheid van de modellen. Geen wonder dat de meeste economen - anders dan Keen zelf - de kredietcrisis niet zagen aankomen: in de modellen was een depressie als in de jaren dertig helemaal niet mogelijk.

Economische modellen zonder schulden, banken en geld, dat klinkt als voortplanting zonder seks.

'Ja, het toont aan hoe blind de economische wetenschap is. Mainstream-economen hebben een mythische wereld gebouwd, waarin zoiets cruciaals als onze buitensporige private schulden vrijwel buiten beschouwing kan blijven.'

In zijn pas verschenen boek Can we avoid another financial crisis? verdeelt Keen de schuldenlasten van de geïndustrialiseerde landen in drie categorieën. Er is een select gezelschap van landen waar geen vuiltje aan de lucht is: de schulden blijven er binnen de perken en de economische groei is niet al te zeer afhankelijk van leningen. In de eurozone voldoen in Keens ogen alleen Duitsland en Oostenrijk aan dit profiel, plus landen als Polen, Israël, Tsjechië en Zuid-Afrika.

Dan zijn er de walking dead of debt, waaronder Keen behalve Nederland ook Japan, de VS, Denemarken, Ierland, Nieuw-Zeeland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk schaart. Deze landen hebben al een zware crisis achter de rug - Japan in 1990, de rest in 2008 - maar worstelen met de schuldenerfenis van de crisis.

De gevaarlijkste categorie vormen de 'toekomstige schuldenzombies': landen waar de schulden van huishoudens en/of bedrijven zo snel oplopen dat een kladderadatsch onvermijdelijk is. Australië, België, Zweden, Canada, Zuid-Korea en Noorwegen horen volgens Keen in dit rijtje, maar bovenal Ierland (opnieuw), Hongkong en de gevaarlijkste voor de wereldeconomie van allemaal: China.

Dat Keen de vraag uit de titel van zijn boek - kunnen we een nieuwe financiële crisis ontlopen? - met nee beantwoordt, heeft vooral te maken met China. Keen vreest een Chinese crisis binnen vijf jaar. Het gevaar zit hem in de kolossale schuldenberg van Chinese bedrijven. Toen in 2008 de crisis uitbrak, droeg de Chinese regering de staatsbanken op om massaal geld te lenen aan lokale vastgoedontwikkelaars. Door de crisis was de export naar het Westen dan wel ingestort, maar dat compenseerde China met 'de grootste door krediet gedreven hausse uit de geschiedenis'. Appartementen, wolkenkrabbers, bioscopen en winkelcentra schoten uit de grond. De Chinese private schulden explodeerden van 120 procent van het bbp in 2008 naar 210 procent vorig jaar.

En nu staat de Chinese vastgoedzeepbel op knappen, vreest Keen. Als dat gebeurt, kan de rest van de wereld beter een paraplu opsteken. In het communistische China kan de regering misschien makkelijker dan elders schulden afschrijven, staatsbanken overeind houden of de geldkraan openzetten. Maar hoe dan ook zal de Chinese vraag naar buitenlandse producten enorm teruglopen, verwacht Keen. En dat dus in de tweede economie van de wereld, goed voor eenzesde van het mondiale bbp. 'De gevolgen voor het Westen, waar de economieën toch al nauwelijks groeien, zullen groot zijn.'

U schrijft dat China en de andere toekomstige 'schuldenzombies' voor het dilemma van de junkie staan: nu afkicken, of je blijven volspuiten met krediet en dan later een nog grotere ontwenningskater.

'China heeft het de afgelopen dertig jaar extreem goed gedaan, maar dat kunstje kunnen de Chinezen niet herhalen, omdat ze nu zelfs meer schulden hebben dan de Amerikanen. Je kunt niet eeuwig meer blijven lenen dan dat je inkomen stijgt; er komt een moment dat de schulden je boven het hoofd groeien. En zelfs als mensen dan in staat blijven om hun schulden af te lossen en rente te betalen, houden ze geen geld meer over om te consumeren. Dan knalt je economie tegen een muur.'


Vlak bij China, maar economisch gezien een lichtjaar verderop, ligt Japan, het schrikbeeld van de rest van de wereldeconomie. 'In een kwart eeuw tijd is Japan veranderd van een rijzende supermacht in een land dat je eigenlijk kunt negeren. De Japanse economie stagneert al sinds begin jaren negentig, doordat de private schulden er te hoog zijn.'

In de jaren tachtig surfte de Japanse industrie onbekommerd op de golven van het krediet. Toen de economie begin jaren negentig instortte, raakten de Japanners gevangen in een val van schulden en deflatie. Uit die val zijn ze nog steeds niet ontsnapt. De Japanse schulden zijn zo hoog dat bedrijven het zich nauwelijks kunnen veroorloven nieuwe leningen aan te gaan. Met het opdrogen van de leningen is de hele economie opgedroogd, doordat er veel minder geld is voor investeringen. En elke yen waarmee de Japanners hun schulden afbetalen, kunnen ze niet uitgeven aan iets anders. Daardoor groeit de economie niet of nauwelijks en blijven de schulden, als percentage van het bbp, verlammend hoog. En zo langzamerhand, vreest Keen, dreigen we allemaal Japanners te worden - in economische zin dan.

De markt alleen kan ons niet uit de klauwen van de schulden redden, zegt Keen. Dat komt door een paradox waarop de Amerikaanse econoom Irving Fisher tijdens de Grote Depressie wees: hoe meer schulden we afbetalen, hoe meer schulden we hebben.

De paradox werkt ongeveer zo: geld ontstaat vooral doordat banken leningen verstrekken. Op het moment dat iemand bijvoorbeeld voor 250 duizend euro een hypotheek neemt, schept de bank dus 250 duizend euro aan nieuw geld, in de vorm van een tegoed van 250 duizend euro voor de klant, en een vordering van ditzelfde bedrag van de bank op de klant. Maar als met een nieuwe schuld dus nieuw geld ontstaat, leidt het afbetalen van de schuld tot het tegenovergestelde: geldvernietiging. En de vernietiging van geld leidt, zeker als de inflatie toch al laag is, tot minder economische activiteit. Daardoor krimpt de economie, waardoor de schuld, als percentage van het bbp, nauwelijks daalt.

Dus is grover geschut nodig om de schuldenberg te verkleinen. En daar komt Keens voorstel voor een 'schuldenjubileum' om de hoek kijken. Het klinkt radicaal, maar in werkelijkheid heeft Keens idee een intellectuele stamboom van zeker vierenhalf millennium. Van de Soemeriërs zijn kleitabletten teruggevonden van tussen 2400 en 1600 voor Christus, waarop koningen in spijkerschrift de kwijtschelding van alle schulden afkondigden. De Soemerische vorsten deden dit eens in de zoveel jaar, omdat de schulden nu eenmaal harder groeiden dan de opbrengst van de landbouw - al was het maar doordat oogsten af en toe mislukten - en omdat na verloop van tijd meer en meer mensen met onbetaalbare schulden als slaven moesten werken op de akkers van hun schuldeisers. En slaven mochten niet vechten in het leger, waardoor er steeds minder soldaten waren om de Soemerische stadstaten te verdedigen.

In Nederland en andere zombie-economieën is de nood bijna net zo hoog. Daarom Keens voorstel: laat de centrale banken de geldpers aanzetten en een sloot euro's op ieders bankrekening storten, is zijn voorstel. Heeft u schulden? Dan ziet u de euro's helemaal niet, omdat uw bank ze gebruikt voor een aflossing. Er stiekem tussenuit glippen met het geld voor een cruise naar de Seychellen is niet mogelijk. De banken gaan dus ook niet massaal failliet: de schulden worden niet van hun balansen gevaagd, maar netjes afgelost met het door de centrale bank geschapen geld - zij het dat banken zo wel rente mislopen.

En is uw hypotheek al afbetaald en heeft u ook geen andere schulden (meer)? Gefeliciteerd, dan mag u het geld houden. Zo voorkomen we dat vlijtige spaarders in het nadeel zijn. En door de centrale banken nieuw geld te laten drukken voor de schuldaflossing, in plaats van bestaand geld te gebruiken, doen we ook niet aan de geldvernietiging uit de paradox van Fisher, zodat we de economie juist stimuleren.

Hoeveel van onze schulden moeten worden kwijtgescholden?

'Dit is in deze vorm nog niet eerder gedaan op nationaal niveau, dus we moeten beginnen met kleine doses: 5 of 10 procent van de schuld, bijvoorbeeld tienduizend euro. En dan kijken wat de gevolgen zijn, voor de groei, de inflatie, de schulden en de im- en export. Als het werkt en de bijwerkingen zijn draaglijk, kun je het nog eens doen.'

Hoe voorkom je dat de schulden er daarna weer aan vliegen en we binnen de kortste keren terug zijn bij af?

'We moeten de hypotheekregels hervormen. De huizenmarkt is nu net een vorm van ponzifraude: hoe meer hypotheek de banken verstrekken, des te meer de huizenprijzen stijgen, waardoor mensen meer hypotheek nodig hebben, et cetera. Als twee kopers met een vergelijkbaar inkomen om een huis concurreren, dan wint nu diegene die zich het meest in de schulden kan steken. Dat is vragen om zeepbellen.'

Keen stelt onder meer voor om de hoogte van hypotheken niet zozeer te laten afhangen van het inkomen van de huizenkoper, maar van het geld dat het huis zou opleveren als het werd verhuurd. Stel: een huis kan 30 duizend euro per jaar aan huur opleveren; dan zou een koper bijvoorbeeld hooguit een tienvoud - 3 ton - aan hypotheek mogen krijgen. Zo krijgt iedereen even veel hypotheek voor hetzelfde huis. Als dan twee kopers concurreren, wint niet wie zich het meest in de schulden steekt, maar wie het meest heeft gespaard.

Tegelijkertijd schrijft u over uw eigen ideeën: dit gaan de politiek en de banken helemaal niet doen.

'De politieke weerstand is enorm. De financiële sector zou erop achteruitgaan en zij hebben het oor van de politiek. Dat maakt de uitvoering van mijn ideeën onwaarschijnlijk.'

Toch ziet Keen voor Nederland en de andere zombies geen andere manier om aan hun schuldenverslaving te ontsnappen. 'Het grootste gevaar voor het kapitalisme komt niet van revolutionairen die het systeem omver willen werpen. Het grootste gevaar komt van binnenuit, van mensen die vast willen houden aan de vastgeroeste ideeën.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.