‘Zelfs bij mij houdt het een keer op’

De hockeysters van Den Bosch jagen deze maand op de tiende landstitel én de achtste Europa Cup op rij. Al zeven jaar is Herman Kruis (51) coach van ’s werelds beste clubteam....

Hij kwam in de zomer van 2000, kort voor de Olympische Spelen in Sydney, en tijdens een eerste etentje namen de internationals hem meteen de maat.

Wat hij eigenlijk verwachtte bij Den Bosch?

Herman Kruis was op zijn hoede. Drie jaar achtereen was de club landskampioen geworden en een eerste Europa Cup stond ook in de prijzenkast. Maar in die drie jaar hadden de ambitieuze Bossche hockeysters wel vijf trainers versleten.

De vraag werd opgeworpen door Minke Booij of Mijntje Donners, dat herinnert hij zich niet precies. Maar het antwoord weet Kruis maar al te goed.

‘Mijn verwachting reikt niet zo ver’, had hij gezegd. ‘Ik heb mijn wintersportvakantie alvast geboekt. Tegen die tijd zal ik er wel uitgegooid zijn door jullie. Daar moesten ze verschrikkelijk om lachen. Maar vanaf dat moment was er wel respect voor elkaar.’

Kruis maakte meteen zijn bedoelingen duidelijk. Hij wilde met een team werken dat bereid was keihard te werken. Jaarlijks de play-offs halen, was de doelstelling. En verder moest iedereen de intentie hebben zich te vernieuwen en te verbeteren.

Inmiddels is hij al zeven jaar trainer/coach van Den Bosch, dat deze maand jaagt op de tiende opeenvolgende landstitel en de achtste Europa Cup op rij. Op die zomeravond werd de kiem gelegd van wat Kruis ‘het Bossche gevoel, de Bossche mentaliteit’ noemt. ‘Of het nou vriest of 29 graden is, we willen elke wedstrijd uitstralen: wij gaan winnen. Dat wordt ze hier van vroeg af aan ingepeperd.’

Hij gruwt, wanneer de houdbaarheidsdatum van een coach aan de orde komt. ‘Dat vind ik een van de domste kreten die er zijn. Je houdbaarheid is afhankelijk van je eigen inventiviteit, van je eigen inbreng van nieuwe ontwikkelingen en het open staan voor verrassende ideeën. Voor de één is het na een half jaar al over, voor de ander kan de houdbaarheid oneindig zijn.’

Van achterom kijken houdt Kruis niet. Hoewel de bekroning van dit seizoen nog moet volgen, is hij al druk bezig met het volgende én met het jaar na de Olympische Spelen. Topscorer Mijntje Donners stopt eind deze maand en Minke Booij heeft al aangekondigd na Peking het tophockey de rug toe te keren. Een voorbeeld dat mogelijk wordt gevolgd door Janneke Schopman, de derde routinier.

‘Daar kun je lang bij stilstaan, maar dat heeft geen zin’, verklaart hij zijn filosofie. ‘Natuurlijk zijn dat aderlatingen. Mijntje Donners is een icoon van het hockey. Maar wij moeten laten zien dat we ook zonder haar kunnen. Dat is de uitdaging.’

Kruis herinnert zich nog goed zijn eerste seizoen bij Den Bosch. Na een moeizame start kwam alsnog de bezieling en werden de play-offs nog net gehaald. Ten koste van het in de reguliere competitie ongenaakbare Rotterdam veroverde Den Bosch landstitel nummer vier. ‘Toen hebben we gezegd: dit staat, en nu gaan we naar de jeugd kijken,’

Uniek is het roulatiesysteem dat Kruis destijds ontwikkelde en dat hij in de loop van de jaren steeds verder perfectioneerde. Dit seizoen bestaat zijn selectie uit 13 senioren en 7 A-junioren. De jonkies spelen op zaterdag in hun eigen competitie en op zondag mogen 3 of 4 van hen ervaring opdoen in de hoofdklasse.

‘Zo is Melanie Petit dit de la Roche vorig jaar in de basis gekomen en Sophie Klooster dit jaar. En Emilie Mol draait inmiddels ook volop mee in de aanval’, inventariseert Kruis de recente successen.

‘Maar we hebben wel geduld. Tegen speelsters die definitief bij de selectie komen, zeggen we altijd: het eerste jaar mag je alle fouten maken die je wilt, interesseert ons helemaal niks. In het tweede jaar moet je quitte spelen en in het derde jaar verwachten we rendement.’

In de visie van de bevlogen coach mag niemand tevreden zijn met een basisplaats bij Den Bosch. Iedereen moet daarna ook nog de ambitie hebben door te stoten naar het Nederlands team.

Dit seizoen maken 6 speelsters deel uit van de selectie van bondscoach Marc Lammers, hockeyen er 5 in Jong Oranje en 6 in het nationale juniorenteam. En dan is er nog voormalig recordinternational Mijntje Donners.

‘Zo veel geselecteerden hebben we nog nooit gehad. De basis daarvoor hebben we vier jaar geleden gelegd, toen we in navolging van het Nederlands team vier keer per week zijn gaan trainen.

‘Ik wilde per se voorkomen dat er een gat tussen de internationals en de rest zou ontstaan. Sommigen moesten destijds wel even slikken, maar uiteindelijk is niemand afgehaakt.’

Voordurend is Kruis op zoek naar vernieuwingen. ‘Als je vergelijkt hoe we zeven jaar geleden speelden en nu, dan is dat totaal anders. Het bewegen van de spitsen, de press-systemen, het inspelen langs de lijn, het verdedigen, daar is allemaal aan gesleuteld.

‘Zeven jaar geleden speelden we amper een hoge bal, nu is dat een gevaarlijk wapen. De flats, een beweging waarbij je de bal over de grond naar een medespeelster schuift, was toen erg in. Nu verbieden we het bijna. Die techniek is achterhaald, want veel te traag. Toch staat half Nederland nog als een dolle te flatsen.

‘Als je al van een geheim wilt spreken, is dat het geheim van Den Bosch. Constant bezig zijn met innovatie en maximale aandacht voor de A-junioren. We vervullen een voorbeeldfunctie. Je ziet nu dat andere clubs, zoals Laren en Amsterdam, een inhaalslag proberen te maken. Dat is heel goed voor het hockey.’

Herman Kruis heeft de naam een strenge coach te zijn. Als trainer van het mannenteam van HDM stelde hij ooit een rookverbod in op het hockeypark en stuurde hij spelers naar huis die enkele minuten te laat kwamen. ‘Maar als ik een boeman was geweest, had ik het toch nooit zeven jaar bij Den Bosch volgehouden.’

Zelf vindt hij zich absoluut niet streng, maar hij hecht wel aan normen en waarden. ‘Als je afspraken maakt, moet je je daar aan houden. Want als ik geen duidelijkheid heb buiten het veld, dan heb ik die ook niet in het veld. Als je een keer niet kunt, bel je af, en als je een bal over het hek slaat, ga je die halen.’

Hij kan zich niet herinneren ooit bij Den Bosch een disciplinaire maatregel te hebben moeten nemen en roemt het zelfsturende vermogen van zijn speelsters. ‘Ik zie mannenteams rondhobbelen, waarbij ik me afvraag: wat willen jullie eigenlijk? Als je op vrijdagavond na een zware training aan het bier gaat, dan ben je toch niet meer van deze topsporttijd.

‘De dames van Den Bosch nemen een colaatje light en gaan daarna naar huis. Daar zit veel winst. Ik denk dat je op het ogenblik in het vrouwenhockey veel meer discipline vindt dan in het mannenhockey. Dat is de reden dat het Nederlandse vrouwenhockey echt aan de top staat en het mannenhockey niet echt. Daar zit een groot probleem.’

Als coach wil hij vooral communicator zijn. Hij hecht groot belang aan video-analyses, maar wil zijn speelsters er vooral niet mee doodgooien. ‘Als wij video kijken, moeten zij de oplossingen bedenken. Wij geven de voorzetten, zij maken de keuzes.

‘Wanneer we op een kruispunt staan en ik zeg we moeten rechtsaf en zij zeggen we moeten linksaf, dan gaan we linksaf. Je moet nooit een systeem willen spelen waar de speelsters niet achter staan. Daar zijn wedstrijden op verloren, belangrijke finales.’

Hockey is, geeft hij toe, voor hem een uit de hand gelopen hobby. Ooit koos hij bewust voor een baan in het onderwijs, want hij wilde niet de hele dag langs een sportveld staan. Ruim 25 jaar gaf hij les op een vmbo-school voor moeilijk opvoedbare kinderen, nu is hij directeur van het Johan Cruyff College in Roosendaal.

Zijn werk kost hem ongeveer 40 uur per week, het hockey 30 uur. Daarnaast traint en begeleidt hij ook nog zijn zoon en dochter die in de B-junioren bij Push hockeyen. Maar dat noemt hij quality time. ‘Of er nog een gezinsleven overschiet? Jazeker, er zitten heel veel uren in een dag.’

Kruis heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij ooit nog eens bondscoach van de veldhockeysters hoopt te worden. Een kleine drie jaar geleden schoven de Bossche internationals hem al naar voren, toen Marc Lammers na de Spelen van Athene lang aarzelde of hij zou aanblijven. Uiteindelijk tekende Lammers bij en vorig jaar verlengde hij zijn contract tot na de Spelen van Peking.

Nog steeds zegt Kruis op afroep beschikbaar te zijn. Zo’n onomwonden openlijke sollicitatie is nogal ongebruikelijk in het conservatieve Nederlandse hockeywereldje.

‘Dat vind ik nou zo raar. In Nederland is het bijna vies om je ambitie uit te spreken. Waarom moet je hier altijd die kleurloze figuur zijn in de maatschappij?

‘In Breda wil ik een sportdag organiseren met scholen. Het doel is de drempel bij de clubs te verlagen, opdat er meer allochtone kinderen lid worden. Ik ambieer dat die kinderen ook komen. Die mening mag ik hebben.

‘Maar waarom zou ik dan niet mogen zeggen dat ik de ambitie heb bondscoach te worden? Het zou toch raar zijn als ik bij Den Bosch voor de groep zou staan met een houding van: dit is mijn eindstation. Als bij de speelsters de uiteindelijke doelstelling is het Nederlands team te halen, dan mag de coach toch ook naar het hoogste streven?’

Eens komt de dag dat de succesreeks van Den Bosch stokt. ‘Dat kan over twee jaar zijn, maar ook volgend jaar of zelfs al dit jaar’, realiseert Kruis zich. En dan kan zijn houdbaarheid toch eindig blijken.

‘Zelfs voor mij houdt het bij Den Bosch dames 1 een keer op’, weet Kruis. ‘Daarom moet ik altijd een uitdaging hebben en zeg ik hardop dat ik het leuk zou vinden om na Peking Marc Lammers op te volgen. Toezeggingen heb ik niet en heb ik ook niet nodig. Het komt zoals het komt, zeggen we thuis altijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden