‘Zeker twee tot drie moeilijke jaren’

Zet vier hoogleraren economie enkele uren bijeen om te debatteren over de kredietcrisis en zijn gevolgen en de conclusie dringt zich nadrukkelijk op: onwetendheid van velen is kenmerkend voor deze crisis....

Banken wisten niet hoeveel risicorommel ze op hun balans hadden staan. Toezichthouders wisten niet waar ze toezicht op moesten houden. En last but not least: burgers beseffen onvoldoende dat hun pensioenen niet gegarandeerd zijn.

Wat iedereen wel duidelijk is dat om herhaling te voorkomen het financiële systeem op de schop moet. Daarover praten regeringsleiders van de G-20, inclusief premier Balkenende, dit weekeinde in Washington. Vooruitlopend hierop nodigde de Volkskrant vier Nederlandse economieprofessoren Arnoud Boot, Henriëtte Prast, Sylvester Eijffinger en Sweder van Wijnbergen uit voor een rondetafelgesprek. Hoe ver zijn we met de kredietcrisis, wat moet er idealiter uit de conferentie in Washington komen en hoe erg wordt de recessie?

Waar staan we?
Na de nationalisaties van banken en kapitaalinjecties in oktober lijkt deze maand de rust te zijn teruggekeerd in de financiële wereld. Klopt die indruk? ‘Banken zijn nog altijd absoluut niet geneigd geld uit te lenen aan het bedrijfsleven’, relativeert Arnoud Boot. Pas als het vertrouwen terug is, komt het systeem weer in beweging. Maar Sweder van Wijnbergen bestrijdt dat. ‘Want banken lenen wel degelijk aan hun klanten. Ze lenen alleen niet aan elkaar.’

Volgens Sylvester Eijffinger hebben overheden hun verantwoordelijkheden genomen door banken met kapitaal te injecteren en leningen te garanderen. Alleen is de fout gemaakt dat banken zich vrijwillig daarvoor konden aanmelden. De banken hadden verplicht moeten worden de overheidssteun te accepteren, vindt Boot. ‘Nu heeft ING dagenlang gebungeld en raakte het zwaar beschadigd.’

Bovendien blijkt die overheidssteun niet voldoende te zijn. Eijffinger haalt in dit verband de goeroe van de vrije markt, Milton Friedman, aan: ‘Je kunt een paard naar de beek leiden, maar je kunt het niet dwingen te drinken.’ Met andere woorden: overheden kunnen banken geld geven, maar ze kunnen een bank niet dwingen dat aan bedrijven en consumenten uit te lenen. Dat was wel de bedoeling. Maar in plaats daarvan stallen banken hun geld nu bij de Europese Centrale Bank (ECB), weet Eijffinger. ‘Vooral het midden- en kleinbedrijf heeft daardoor grote problemen om aan krediet te komen. Dat verdiept de crisis.’

Wat pas echt voor een verergering van een crisis zorgt, werpt Van Wijnbergen tegen, is het gedrag van de overheid. En wel in de persoon van Henry Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën. Die maakte de crisis mondiaal door de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers ten onder te laten gaan (zie kader). Paulson bewijst voor Van Wijnbergen de stelling dat niet zozeer de crisis zelf voor grote kosten zorgt, maar de overheidsreactie daarop. Onderzoek naar zeventig crises bevestigt dat, stelt Van Wijnbergen, voormalig hoofdeconoom bij de Wereldbank. Hij schoot onder meer de Poolse en Mexicaanse economieën te hulp. ‘Incompetent ingrijpen in Polen of Mexico is heel droevig voor die landen zelf, maar incompetent ingrijpen in Amerika zet de hele wereld in vuur en vlam.’

Incompetentie verdraagt zich slecht met complexiteit. Maar die twee kwamen nou net bij deze bankencrisis samen, zegt Van Wijnbergen. Hij wijst voorts op het unieke karakter van de huidige bankencrisis. ‘Want deze is niet in het bankensysteem ontstaan, maar in een soort schaduwbanksysteem, dat er naast bestond.’

Dat hoeft geen probleem te zijn, als de toezichthouder het allemaal maar snapt. Maar dat was nou net niet het geval, stelt Prast vast. ‘De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de complexiteit onderschat’, zegt zij, zelf oud-DNB’er. ‘Ze hadden geen idee.’

De kredietcrisis is volgens de Volkskrant-G4 zeker niet voorbij. Wereldwijd hebben banken bijna 700 miljard dollar afgeschreven, vooral omdat geld in extreem risicovolle producten zat die nu nauwelijks nog iets waard zijn. ‘Dat bedrag kan makkelijk verdubbelen’, zegt Boot. Het oorspronkelijke probleem, de subprime-hypotheken van Amerikanen met een te laag inkomen, was 1.400 miljard dollar.

Maar dat is nog niet alles, want rommel op een bankbalans heeft de neiging andere bezittingen op die balans te besmetten. Goede en slechte leningen zijn samen verpakt in een pakket waarvan de bank het risico niet meer kan inschatten. ‘Neem een bank als ING waar voor miljarden aan dubieuze bezittingen op de balans staan’, zegt Boot. ‘Dat vervuilt andere bezittingen. En de afschrijvingen dáárop moeten voor een heel groot deel nog komen.’

Wat brengt de conferentie?
Wie praat over het kredietcrisis-proof maken van het financiële stelsel, neemt binnen de minuut het woord ‘toezicht’ in de mond. De conferentie in Washington, zo hoopt de G-4, zou over het regelen van dat toezicht moeten gaan. Maar er moet geen nieuwe internationale toezichthouder komen, zegt Van Wijnbergen stellig. Hij vreest voor meer bureaucratie en toezichthouders die moeite hebben hun werkterrein af te bakenen. Bovendien ‘zal zo’n internationale toezichthouder nooit onafhankelijk zijn. Dat wordt een politiek gemotiveerde instantie – het allerslechtste wat je kunt hebben.’ Als er extreem streng toezicht gehouden wordt, is niemand nog bereid nieuwe financiële producten te verzinnen. En dat is de dood in pot, vindt Van Wijnbergen. ‘Want de opbrengst van innovatie is hoger dan de kosten van een crisis.’

Ook Boot gelooft niet in zo’n nieuwe instantie. Hij bepleit vooral hogere kapitaalseisen aan banken. ‘Het financiële systeem is te complex voor elke toezichthouder’, zegt hij. ‘Veel hogere buffers is de enige manier waarop het financiële systeem schokken kan opvangen.’

De volgende stap van Boot is om het financiële stelsel immuun te maken voor wat hij ‘struikroverskapitalisme’ noemt. De struikrovers zijn de slimste jongetjes van de klas die financiële constructies verzinnen en waar een bank heel veel geld aan kan verdienen, maar waarvan het onduidelijk is hoeveel risico er in zit.

‘Dat innovatieve deel van het systeem moet je apart zetten. Innovaties schieten op den duur altijd door’, zegt Boot. Dat banken de volledige vrijheid krijgen wat ze met toevertrouwd spaargeld doen, moet volgens hem snel verleden tijd worden. Hij wil niet dat de slimmeriken met spaargeld van rekeninghouders kunnen spelen.

Maar ook als je het innovatieve deel apart zet, dan is toezicht daarop nodig. Wat Eijffinger betreft kan alleen een Europese toezichthouder dat doen. Die is nodig omdat het toezicht voor grensoverschrijdend bankieren en verzekeren niet geregeld is. ‘Nu willen mensen als Sarkozy een Europees noodplan. Ik geloof dat dat alleen maar kan als je Europees toezicht goed geregeld hebt.’ Zo niet, dan betalen overheden die het goed doen en strikt toezicht houden, de kosten die landen met lakse toezichthouders veroorzaken. ‘Dat moet je op Europese schaal goed regelen in de vorm van een Europese federale toezichthouder’, zegt Eijffinger. ‘Nederland kan zijn eigen toezichthouders houden, maar ze verliezen dan hun macht als het gaat om grensoverschrijdende banken en verzekeraars.’

‘Ja zeg, dan kunnen ze alleen nog de ijscoboer op de hoek reguleren’ werpt Van Wijnbergen tegen. ‘Alles in de financiële wereld is grensoverschrijdend.’ Ook Prast ziet een bezwaar: ‘Wat heb je aan Europees toezicht, Sylvester, als het grootste deel van de Europese banken ook in Amerika zit?’

De uitkomst van de conferentie in Washington zal zeker niet zijn dat er een grensoverschrijdende toezichthouder komt – dat weet de G4 van de Volkskrant zeker. Het wordt geen Bretton Woods II, zoals Europese regeringsleiders even hoopten. ‘In Washington komen twintig landen bij elkaar die het niet met elkaar eens zijn en een leider missen’, zegt Van Wijnbergen. ‘Ze zullen met geen enkele maatregel komen. En dat is maar goed ook.’

‘Er komt wel een prachtige verklaring’, zegt Boot. ‘En er wordt een volgende bijeenkomst aangekondigd.’

Hoe erg wordt de recessie?
Volgens de Volkskrant-G4 houdt de recessie, waar Nederland nu al inzit, zeker twee tot drie moeilijke jaren aan. ‘De kredietcrisis heeft die recessie een jaar naar voren gehaald’, zegt Van Wijnbergen.

Wat kunnen landen daartegen doen? Investeren, zegt Van Wijnbergen, vooral in infrastructuur en dus de bouw – denk aan de New Deal van Roosevelt midden jaren dertig vorige eeuw. Miljardeninvesteringen in publieke werken stimuleren vooral de eigen economie van een land. De werkgelegenheid en daarmee de bestedingen nemen toe en het stimuleert technologische innovatie.

De grote economieën, de VS, China, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk hebben zulke Keynesiaanse programma’s op stapel staan. Ze zijn genoemd naar de econoom John Keynes, die overheidsinterventies rechtvaardigde als de conjunctuur daarom vraagt. Als grote landen hun economie stimuleren, dan profiteren kleine economieën daar weer van.

Wat moet Nederland nu doen? Eerder beginnen met de bouw van een nieuwe weg, tunnel of ander publiek bouwwerk, zoals in Amerika? Kan niet, zegt Van Wijnbergen. ‘Want als je vandaag een finaal besluit neemt, gaat toch op zijn vroegst over zeven jaar de eerste schep de grond in. Dan val je precies in de boom-periode waar je niet in wilt vallen.’

Nederland kan ook zijn begroting aanpassen, oppert Eijffinger. ‘Nee, niet doen’, zegt Van Wijnbergen, ‘als de overheid bij elk beetje slecht nieuws ingrijpt, wordt ze een bron van onzekerheid.’ Eijffinger: ‘Maar dit is een kredietcrisis Sweder, dat is toch wat anders.’

Boot vindt bezuinigen nu buitengewoon gevaarlijk. Want dat tast de grootste bron van onzekerheid in de economie aan: het consumentenvertrouwen.

Dat zal dramatisch minder worden zodra de Nederlandse consument er in tijden van crisis achter komt hoe zijn pensioensysteem werkelijk in elkaar zit. ‘Namelijk dat al het risico bij hem ligt’, zegt Boot.

Werknemers en werkgevers hebben het gevoel dat het pensioensysteem gegarandeerd is. ‘Nee’, zegt Boot, ‘er is helemaal geen garantie. Er kan gewoon afgestempeld (verlaagd, red.) worden.’

Dat iedereen hardhandig uit de pensioendroom wordt gehaald, ziet Prast als het goede nieuws van de crisis. ‘Ik heb het altijd heel gevaarlijk gevonden dat vakbonden en werkgevers eigenlijk niet echt een idee hadden wat er aan de hand is met de verschuiving van het pensioendomein naar het individu. Er is maar één ding erger dan niet verzekerd zijn: niet verzekerd zijn, maar denken dat je het wel bent. En zo is het nu in het pensioendomein. Dus ik hoop dat dit mensen wakker schudt.’

Van Wijnbergen: ‘Pensioenen worden ongehoord hard gepakt op het moment dat het heel slecht gaat. De bezittingen van pensioenfondsen verdampen, terwijl hun schulden hoger gewaardeerd worden door de lage rente.’

Pensioenen volgen de inflatie niet meer en kunnen zelfs dalen. En daar komt volgend jaar een forse werkloosheid bij. ‘Dat gebeurt, dat kan niet anders’, voorspelt Boot. Vervolgens komt de huizenmarkt zwaar onder druk te staan. ‘Dat is onderdeel van een normale recessie. En met die kredietcrisis is het allemaal erger en dieper.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden