Zeg maar Dirk

Zoals Pim Fortuyn in zijn eentje een hele politieke partij was, zo werd Dirk Scheringa in zijn eentje een financieel conglomeraat....

Ooit was een onbekende wielrenner ver vooruit in een Belgische koers. Hij leek onbedreigd te gaan winnen. Was het de kou, de regen, de tegenwind? Hoe dan ook: opeens ging het niet meer. De renner werd door alles en iedereen voorbij gereden en kwam als allerlaatste aan. Op de meet vroeg een verslaggever: ‘Wanneer ging het mis?’ De coureur antwoordde: ‘Op de dag dat ik besloot wielrenner te worden.’

Nu het doek dreigt te vallen voor DSB Bank is dezelfde vraag relevant: wanneer ging het mis? Wie nu de geschiedenis beziet van de bank en de honderd bedrijfjes die er omheen cirkelen, komt tot eenzelfde soort antwoord als de wielrenner: die dag in 1975 dat Dirk Scheringa besloot financieel adviseur te worden.

Ergens dat jaar gooide de geëmotioneerde politieman, die net de gevolgen van een dodelijk ongeluk van een echtpaar met jonge kinderen had gezien, het roer om. Wachtmeester Scheringa adviseerde zijn collega’s al voor 30 gulden per uur hoe ze hun belastingformulier moesten invullen. De West-Fries begon, samen met zijn vrouw Baukje, in de keuken van de Aardebaan 44 in Opmeer, Buro Frisia en bouwde dat in amper 35 jaar uit tot een kerstboom van circa honderd bedrijven en bedrijfjes in de financiële dienstverlening.

Uit getuigenissen en verhalen van mensen die Scheringa de afgelopen 35 jaar hebben meegemaakt, doemt niet een beeld op van een immorele man die er genoegen in schept zijn klanten als citroenen uit te knijpen. Meer een man die er een andere moraal op na houdt. Niet de grens opzoeken van de geest van de wetten die voor zijn financiële activiteiten van belang zijn, maar de letter.

Een leugentje om bestwil, jokken mag, bedriegen niet. Klanten die wegens wanbetaling nergens terecht kunnen, helpt Scheringa, maar natuurlijk niet voor niets. Iedereen weet dat er kleine lettertjes zijn, redeneert hij, daar hoeven we de mensen toch niet op te wijzen? Ze snappen toch dat we het beste met hen, maar ook met onszelf voorhebben? Wij moeten toch ook geld verdienen?

Uit die persoonlijke zienswijze – leefwijze wellicht – van één man, is een bedrijfscultuur voortgekomen. Zoals Pim Fortuyn in zijn eentje een hele politieke partij was, zo werd Scheringa in zijn eentje een financieel conglomeraat. De persoonlijkheid van ‘zeg maar Dirk’ was het cement van zijn bedrijf.

De bedrijfscultuur werd er een waarbij klanten, die slechts een leninkje of een hypotheek wilden, een partij overbodige verzekeringen in de maag kregen gesplitst. Polissen die op de keper beschouwd nog wel nut kunnen hebben in combinatie met een hypotheek. Als de lasten daarvan niet meer te dragen zijn door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of overlijden van de partner, dan zorgt die verzekering ervoor dat je niet in financiële problemen komt.

Maar zo werkte het niet. De polissen waren peperduur, en de voorwaarden bleken – als ze nodig waren – gebruik uit te sluiten. Tegelijk kwam de winst van DSB voor een zeer groot deel daar vandaan. Want de betalingsbeschermingsverzekeringen van DSB werden in één keer met een koopsom betaald. Dat kon alleen met een hogere lening of hypotheek. Resultaat: torenhoge maandlasten en een hypotheek die veel hoger is dan de waarde van het huis.

Een klant binnenhalen met een lage rente voor een lening of hypotheek om vervolgens over zo veel mogelijk jaren de daaraan gekoppelde producten met vette winst te verkopen: vanaf het begin is dit de methode-Dirk. Hans van Goor, de rechterhand van Scheringa, vroeg zichzelf afgelopen week nog af in het tv-programma Nova of hij niet jaren geleden de bakens had moeten verzetten. ‘Dan denk je allerlei dingen, maar dan ga je toch mee in de markt.’

Snotneuzen
Hoe heeft dit zo ver kunnen komen? Waarom greep niemand in? Alle partijen die dat hadden kunnen doen, hebben een excuus.

De klanten van DSB schamen zich vaak. Ze voelen zich als snotneuzen die zich hebben laten beetnemen door die aardige juffrouw van de bank met die gewone, geitenwollen bankbaas. Ze denken dat ze de enige zijn die zo naïef zijn. Ze horen van mooi weer spelende buren dat die juist een prima hypotheek van Dirk hebben. ‘De fout zal wel bij mij liggen’, besluiten ze, ‘Ik heb per slot totaal geen verstand van bankzaken.’

Niet elke klant was zo lijdzaam. Een enkeling stapte naar de Financiële Ombudsman, Willem Jan Wabeke. Die werd niet moe, jaar na jaar voor koppelverkooppraktijken te waarschuwen. Alleen mag de Ombudsman geen namen noemen en dan is het lastig schreeuwen. Hij gebruikte woorden als ‘ontoelaatbaar’ en ‘overtreding’ in zijn jaarverslag dat hij aan Gerrit Zalm overhandigde. De langstzittende minister van Financiën werd later de baas van de bank-die-niet-genoemd-mag-worden waartegen de Ombudsman ten strijde trok.

In zijn jaarverslag over 2002 schrijft Wabeke over koopsomslachtoffers: ‘Kan dit zo maar?’ vroeg een klagend echtpaar mij. Die vraag kon ik alleen maar bevestigend beantwoorden.’ Want dat is nog een reden waarom DSB maar door kon gaan: onder Paars en Zalm is de wet versoepeld. De consument was mondig en slim genoeg om tegen misstanden te protesteren en de beste deal te sluiten. De oude wet was betuttelend.

En de toezichthouders dan? Waarom hebben die niet ingegrepen? De Nederlandsche Bank (DNB) kon alleen de afgelopen vier jaar wat doen, want zo kort is DSB nog maar een echte bank. Scheringa klaagde steen en been hoe ontzettend moeilijk DNB het hem had gemaakt zijn bankvergunning te verwerven. Toen die in 2005 eenmaal binnen was, vergrootte dat zijn armslag sterk. Scheringa kon nu hypotheken verstrekken en spaargeld aantrekken. Keerzijde was dat al zijn activiteiten nu wel op de radar van toezichthouders kwamen.

Zijn geluk: DNB mag geen namen noemen, net als Wabeke. DNB heeft een toezichthoudersdilemma: niet waarschuwen voor foute praktijken komt ze achteraf op hoon te staan, maar dat wel doen betekent meteen het einde van de bank. Een bank bungelt aan een dun draadje vertrouwen, en als je daar ook maar een klein beetje aan trekt, knapt het. Dan rennen klanten weg met hun spaargeld.

Die andere toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (AFM), is er nog niet zo lang, en heeft tijd nodig gehad om het eerste deel van zijn naam waar te maken. De AFM is bescheiden – er werken te weinig mensen om een relatief kleine speler als DSB scherp in de gaten te houden. Ook heeft de AFM nauwelijks stokken om mee te slaan: de bescheiden boetes zorgen eerder voor hilariteit dan angst. Bovendien worden ze pas na jarenlang onderzoek uitgedeeld.

Stuiptrekking
En ook de AFM mag geen namen noemen. Totdat het uiteindelijk tot een boete komt. DSB vond die van 120 duizend euro in juli zo schadelijk voor het imago dat de bank nog geprobeerd heeft de AFM ervan te weerhouden de boete publiek te maken. Het is achteraf een stuiptrekking van een bank die zijn einde wil uitstellen.

Aan die ondergang droegen de media ook bij, maar evenzeer pas zeer recent. Tot een half jaar geleden was de houding dat Scheringa weliswaar op het randje van het toelaatbare opereerde, maar dat iedereen dat wist, dus ook zijn klanten. Dat die zich niettemin in het pak laten naaien, hebben ze aan zichzelf te danken. Pas toen de tv-programma’s Radar, Kassa en NOVA een half jaar geleden uitzending na uitzending op het aambeeld sloegen, kantelde het beeld.

Daar reageerde minister van Financiën Bos weer op. Twee woorden van hem leverden een onmiskenbare bijdrage aan de val van DSB: ‘totaal idioot’ – hij refereerde aan de 80 tot 90 procent provisie die DSB op een koopsompolis gooit. Maar dat was twee weken geleden en niet twee jaar of langer.

Ook politiek Den Haag luidde op één partij na niet de alarmbel – de SP zegt dat ze al tien jaar lang een kruistocht tegen DSB voert.

Wat verklaart dan waarom DSB decennialang met hoogst twijfelachtige praktijken door kon gaan en nu pas viel? Dat lijkt de kredietcrisis en de daarop volgende recessie. De eerste heeft bankiers neergezet als minimaal feilbaar en maximaal crimineel. Tegelijk brak een dieper besef van geldzaken bij de consument door. Hij doorzag alsnog dat het vertrouwen dat hij Scheringa en DSB al die jaren had gegeven, was geschonden. Maar nu, door de crisis, is hij de schaamte voorbij: hij pikte het niet meer, zocht medeslachtoffers en dat bleken er heel veel te zijn.

Bovendien trof de recessie bij uitstek de klanten van de DSB: mensen met een lager inkomen. Die kwamen in financiële moeilijkheden door hun hoge maandlasten. Aan de waardestijging van hun huis maakte de crisis een einde. De ‘DSB-slachtoffers’ kwamen, met de macht van het getal, uit de kast.

In de Tweede Kamer gaan stemmen op het parlementaire onderzoek naar de kredietcrisis uit te breiden naar de val van DSB en er een Enquête van te maken. Bos werpt tegen dat de val van DSB niets met die crisis te maken heeft. Maar misschien is de gedachte dat DSB door de crisis viel niet zo ‘totaal idioot’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden