Zeg maar dag tegen je carrière

Een kosmopolitische bovenlaag sleept met slimme machines en netwerken steeds meer loon binnen. Voor alle anderen resteert een continu onzekere positie.

Een man in Roosendaal verzamelt blikjes om in te leveren bij een oudijzerhandel.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Vijftien keer is Tyler Cowen in Nederland op vakantie geweest. In Amsterdam natuurlijk, waar hij als kunstminnaar zijn hart kon ophalen, maar 'waar toeristen tegenwoordig minder goed worden behandeld dan in Rotterdam'. Dat is een geweldige stad, herinnert hij zich in zijn van bezienswaardigheden gespeende woon- en werkplaats Fairfax, onder de rook van Washington. Ook in Den Haag, 'met zijn prachtige Gemeentemuseum', komt de spraakmakende Amerikaanse econoom graag. En in Dordrecht, Haarlem, Alkmaar, Utrecht, Arnhem... 'Ik ben overal geweest, behalve op de Waddeneilanden'.

Van het door secular stagnation (eeuwige stagnatie) geplaagde Europa is Nederland nog een van de best bestuurde landen, constateert Cowen. Toch weten zelfs de Nederlanders niet hoe ze hun economie aan de praat moeten krijgen, hun schulden moeten aflossen en zich moeten aanpassen aan wat hij omschrijft als een 'wereldwijde hypermeritocratie'. Daar bedoelt hij mee dat meer mensen dan ooit eerder in de geschiedenis van de mensheid door hard werken en hard studeren vooruit kunnen komen.

Het zijn niet alleen Chinezen, Indiërs, Polen of Brazilianen maar ook Mexicanen en Filipijnen die in Amerika met een baantje van 12 dollar per uur (ruim 10,50 euro) een heel gezin onderhouden. Als arbeidsmigranten drukken zij de lonen in de rijke landen, als opkomende economieën drukken hun herkomstlanden diezelfde rijke landen uit de markt. Zij zijn de winnaars, die 'veel meer winnen dan de verliezers verliezen' stelt Cowen vast. Dus laten we daar blij mee zijn. Maar de in zijn ogen verwende Europeanen komen wel van een koude kermis thuis. Cowen: 'We leefden in een wereld waarin je dacht spekkoper te zijn als je in Frankrijk of Nederland geboren was. Dat je dan automatisch een mooi leven zou krijgen. Dat is definitief voorbij.'

Deze conclusie blijft het langst hangen na gesprekken met een handvol scherpzinnige economen, waarvan de afgelopen weken in Vonk verslag is gedaan. De euro en het bankwezen blijven fragiel, daarover waren allen het eens. Economische groei die sterk genoeg is om het sinds 2007 verloren terrein terug te winnen, zit er de komende jaren niet in, zeker niet in Europa. Dat betekent in de eerste plaats dat we voorlopig armer blijven dan voor de kredietcrisis. Daarbij drukken zowel onze particuliere als onze publieke schuldenlast zodanig op ons dat we niet geneigd zijn de bloemetjes buiten te zetten. Hoe laag de rente ook is, de consumenten blijven de kat uit de boom kijken. Dat geldt ook voor de banken - die hun wonden likken, personeel ontslaan en steeds hogere eisen stellen aan bedrijven en huizenkopers die geld willen lenen.

Columnist en auteur Megan McArdleBeeld -

Afgerekend

Geen groei betekent ook: weinig kansen voor werkzoekenden. Dit effect wordt versterkt door wat gemakshalve de robotisering wordt genoemd: bedrijven vervangen razendsnel personeel door slimme machines, die bestaan uit een combinatie van ongekend productieve hardware, software en netwerken. Ze spelen daarbij in op de mogelijkheden die consumenten hebben om op het internet hun aankopen te doen en hun zaken te regelen. Dit gaat vooral ten koste van banen in het middensegment van de arbeidsmarkt.

Hier manifesteert zich de hypermeritocratie op microniveau: iedereen wordt continu 'afgerekend' op zijn toegevoegde waarde. Nieuwe technologie en big data maken het steeds gemakkelijker op elk moment de individuele productiviteit van werknemers en hun teams vast te stellen. Die kunnen zich op hun beurt via internet op de arbeidsmarkt aanbieden tegen concurrerende tarieven op basis van een verifieerbare reputatie. Het resultaat is een permanent gevecht om en op het werk tussen cao-werkers, freelancers, zzp'ers, schoolverlaters, herintreders, arbeidsmigranten en oudgedienden.

Het maatschappelijk midden wordt zo uiteen getrokken. De nieuwe bovenlaag bestaat uit de 15 procent van de bevolking die goed met de slimme machines en netwerken van de 'nieuwe economie' kan omgaan. Een solide positie en een onbezorgde oude dag is voor 85 procent van de bevolking niet meer vanzelfsprekend.

Zo ontstaat een nieuwe klassentegenstelling tussen een kosmopolitische bovenlaag die steeds meer loon naar - hard en productief - werken binnensleept en de overgrote meerderheid die continu in beslag wordt genomen door het veiligstellen van zijn onzekere positie. Hoe sterker de middenklasse krimpt, hoe vaker daling op de maatschappelijke ladder onvermijdelijk wordt. Vandaar dat menige Volkskrant-lezer 's nachts wakker ligt van de vraag of zijn of haar kinderen nog wel aan de bak zullen komen. Zo wordt de lelijke achterkant van die mooie meritocratische samenleving, waarin ieders maatschappelijke positie wordt bepaald door talent, ijver en ambitie, pijnlijk zichtbaar.

Vanaf 1945 is de bestrijding van ongelijkheid, een beleidsprioriteit in de hele westerse wereld, een succes geweest. Tot in de jaren zeventig was de economie zonder onderbreking in een fors tempo gegroeid. Er was geld om de hele bevolking tot een ongekend niveau op te leiden. Er waren voldoende goede banen om het uit de lagere klassen aanstormende talent op te vangen. Sociale mobiliteit betekende voor vrijwel iedereen sociale stijging. In de eerste drie decennia na de oorlog kenden de westerse samenlevingen vele winnaars en weinig echte verliezers. Maatschappelijk succes werd minder dan ooit bepaald door afkomst en privileges en was meer dan ooit het resultaat van geluk, eigen initiatief, talent en van de invloed van de leefomgeving. De meritocratische gedachte houdt tegelijkertijd een appèl en een belofte in: wie zijn best doet, kan vooruitkomen. Het is al ruim twee eeuwen het motto van de westerse wereld.

De keerzijde van de meritocratie kwam vanaf de vorige grote crisis, in de jaren tachtig, maar vooral sinds de crash van 2007 aan de oppervlakte. Met het wegvallen van de routineuze 'havo-banen' neemt de sociale polarisatie toe. Hoe belangrijker opleiding en training worden bij het verwerven van een goede baan, des te sterker manifesteert zich de ongelijkheid van talent. De niet-intellectuele werkgelegenheid spitst zich sterk toe op persoonlijke dienstverlening: winkel- en horecapersoneel, bewakers, taxichauffeurs, schoonmakers, verpleegsters en verzorgers. Het is - vergeleken met de klassieke, door sterke vakbonden beschermde, fabrieksarbeid - werk met weinig zekerheid dat slecht wordt betaald. Werkgevers redeneren: voor jou tien anderen.

Weg uit de crisis

De interviews van Hans Wansink met Martin Wolf, Tyler Cowen, Chrystia Freeland, Ha-Joon Chang, Megan McArdle en Hans-Werner Sinn verschenen in Vonk op 18 oktober, 6 december, 13 december, 3 januari, 17 januari en 24 januari. Ze zijn terug te lezen op volkskrant.nl/vonk

Econoom Hans-Werner Sinn.Beeld Polaris

Weerbaarheid

De psychologische druk is zwaar. Wie het niet maakt kan slechts zichzelf de schuld geven: in een waarlijk meritocratische samenleving zijn mensen geneigd hun succes als de hun rechtvaardig toekomende beloning te beschouwen. Hoe meer de toedeling van economische posities als het resultaat van gelijke kansen wordt gezien, hoe meer de verliezers het idee krijgen dat ze het verdienen om te verliezen.

De boodschap van de economen die in Vonk aan het woord kwamen, is dus dat Europa - en in mindere mate Amerika en Canada - hun voorsprong op de rest van de wereld omgebogen zien in een achterstand. Die verschuiving van de economische krachtsverhoudingen kan door het Westen niet worden gestuit. We zijn dus meer dan voor de crisis van 2007 aangewezen op onze eigen weerbaarheid. Ha-Joon Chang spreekt van 'economisch burgerschap' dat nodig is om zich onafhankelijk een oordeel te vormen en de politieke klasse de goede kant op te sturen. Megan McArdle spoort ons aan te leren van onze mislukkingen en al onze troeven - ons netwerk, onze talenten, onze bezittingen - in te zetten om het hoofd boven water te houden.

Hoe kunnen Nederlanders zich in deze hypermeritocratische omgeving staande houden? In de eerste plaats moeten we tot ons laten doordringen dat onze historische voorsprong - in talenkennis, in ondernemerszin, in geografische zin, in innovatiedrang - als sneeuw voor de zon is verdwenen. Decennialang is het Nederlandse onderwijs goed geweest voor de middelmaat, maar slecht voor de uitblinkers. Al die tijd zijn de onderwijsuitgaven lager geweest dan in de ons omringende landen, wat de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep voor academici heeft geschaad. Universiteiten moeten eerstejaars eerst bijspijkeren in wiskunde en taalvaardigheid voordat het echte werk kan beginnen. Het aantal Nederlandse studenten dat langer dan een paar weken in het buitenland studeert, is nog altijd klein.

Martin Wolf.Beeld -

Migratietrauma

Nederland geeft extreem weinig uit aan onderzoek en ontwikkeling; dat geldt zowel voor bedrijven als voor de overheid. Steun geeft Nederland aan gevestigde grootbedrijven (die bij VNO-NCW de dienst uitmaken); starters en kleinere ondernemingen staan in de kou. Na de sluiting van de fabrieken en de scheepswerven heeft Nederland al zijn kaarten gezet op de dienstensector, waarin de arbeidsproductiviteit per definitie laag ligt. De kredietcrisis kwam bij ons extra hard aan vanwege ons buitensporig uitgedijde bank- en verzekeringswezen. Die sector moet een toontje lager zingen; banken moeten weer nutsvoorzieningen worden, zoals Martin Wolf bepleit.

Met alleen containers schuiven en kaas en tulpen exporteren zullen we het niet redden, om maar te zwijgen van de onhoudbare intensieve veehouderij. We zullen moeten omschakelen naar ecologisch bestendige, kennisintensieve exportproducten. Daarvoor heeft Nederland een zelfbewuste elite van wereldburgers nodig. Om the best and the brightest uit alle uithoeken van de aardbol binnen te halen, zal Nederland zijn migratietrauma eindelijk eens moeten overwinnen.

Wie niet kan meedoen aan de ratrace naar de top, de meesten van ons dus, zal het carrière maken moeten afzweren en moeten leren 'leven in de breedte' (naar Albert Egberts, de antiheld uit De Tandeloze Tijd, zie kader). Werk is belangrijk voor de eigenwaarde, maar er is meer in het leven. Wij Nederlanders hebben dat beter in de gaten dan anderen: werken in deeltijd is nergens zo wijdverbreid. Ook de zzp'er past heel goed in de nieuwe economische werkelijkheid: liever eigen baas op de fiets dan loonslaaf met lease-auto. Dankzij het internet kunnen we onszelf verhuren voor klussen, of taxietje spelen, een kamer of ons huis verhuren. Dankzij hetzelfde internet kunnen we ons bovendien gratis informeren en amuseren. Dat leven in de breedte - dat is maar een paar muisklikken van ons vandaan.

Schrijfster en journaliste Chrystia Freeland.Beeld -

De tandeloze tijd

In de eerste deel van de romancyclus De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden, Vallende ouders uit 1983, ontvouwt protagonist Albert Egberts aan het eind van een kroegentocht in Nijmegen zijn credo 'leven in de breedte' aan zijn vriend Thjum. 'Ach Thjum... vroeger keek ik naar de mensen en ik zag hoe ze zich verveelden en ik vond het een schande. De uren die ze vermorsten, vond ik, kwamen anderen toe, die wél iets met hun tijd deden, maar er tekort van kwamen. Natuurlijk wilde ik graag tot de uitverkorenen behoren die een tegoed aan levensuren hadden uitstaan bij de nietsnutten... Maar met wishful thinking verdoe je zelf de tijd. (...) 'Er is een manier, Thjum, om tijd te winnen en te ontginnen (...) 'Je moet je er wel voor inspannen, ik waarschuw je van tevoren. 't Komt je niet aangewaaid... Luister... Aangezien het leven zich nietsontziend in de lengte ontrolt, moet je proberen het zo breed mogelijk te maken... moet je proberen het in de breedte te laten uitdijen...'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden