Wordt het weer leuk om boer te zijn?

Een gemiddelde veehouder in Nederland (65 koeien) zal dit jaar 20 duizend euro extra inkomsten binnenhalen door de stijging van de melkprijs....

Van onze verslaggever Peter de Waard

Wordt het weer leuk om boer te worden in Nederland? Door de stijging van de prijzen op de wereldmarkt van melk en graan lijken boeren ineens weer een toekomst te hebben. Het boerenbedrijf wordt misschien zo lucratief dat in de toekomst zelfs geen televisieprogramma meer nodig is om de eigenaren aan een vrouw te helpen.

‘Nu ja, laten we zeggen dat ze een gunstige periode beleven’, relativeert Siem Jan Schenk, voorzitter van de LTO-vakgroep Rundveehouderij. ‘De melkprijs is nu terug op het niveau van 1985. Dus je mag het ook compensatie of restauratie noemen. De boeren lopen niet ineens binnen. Tegenover de hogere opbrengst staan ook de hogere prijzen voor veevoer en graan.’

Boeren leggen zelfs, ondanks de 4 cent per liter meer, massaal het bijltje erbij neer. Of verhuizen naar het buitenland waar grond en quota’s goedkoper zijn en de regels eenvoudiger. Van de 20 duizend veehouders in Nederland stopt elk jaar 4 procent. ‘De helft van de melkveehouders is boven de 50 jaar en heeft geen bedrijfsopvolger. Misschien stellen ze bedrijfsbeëindiging bij betere prijzen een jaartje uit, maar veel boeren in Nederland zijn vrijgezel en als ze wel kinderen hebben, blijken die er meestal niet veel zin in te hebben het bedrijf voort te zetten.

Ook econoom Cees van Bruchem van het Landbouw Economisch Instituut (LEI), wil niet speculeren over een mogelijke opbloei van het landbouwbedrijf. ‘De zuivelprijzen zijn vooral gestegen door de droogte in Australië en Nieuw-Zeeland. En dat is tijdelijk. De extra vraag uit China speelt ook een rol, maar die is ook voor een deel tijdelijk omdat de Chinezen hard bezig hun eigen landbouwproductie op te voeren.’

Hij wijst er op dat de internationale zuivelmarkt slechts klein is. Liefst 90 procent van de geproduceerde zuivel in een land wordt ook binnen de grenzen verbruikt. ‘Belangrijke exporteurs zijn Australië en Nieuw-Zeeland. En als het daar dan mis gaat, heeft het grote gevolgen.’

Andere factoren die meespelen bij de stijging van de zuivelprijzen zijn het verdwijnen van de EU-voorraden (melkplassen en boterbergen) en hogere marges. ‘Supermarkten hebben de laatste jaren felle prijsoorlogen gevoerd met melk. Nu hebben de aanbieders het een keer voor het vertellen’, aldus Van Bruchem.

Ondanks de groeiende vraag rust op de melkproductie nog altijd een plafond; een quotering. Boeren die nu te veel produceren moeten een boete (superheffing) betalen. Dat systeem zal zeker nog tot 2015 gelden en slechts geleidelijk worden afgebouwd. Siem Jan Schenk zegt dat ineens afschaffen van de quotums zeker tot prijsdruk zouden leiden. ‘Maar niet tot het ineenstorten van de prijs, want je kunt niet van de ene op andere dag meer koeien inzetten.

LTO-voorzitter Albert-Jan Maat hoopt dat Nederlandse boeren in de toekomst wel melkquota in het buitenland mogen kopen door versoepeling van de quotaregels. ‘Dan zouden minder boeren emigreren naar Denemarken en Canada.’

Afschaffing van de quota zal ook niet tot spectaculaire stijging van de zuivelproductie leiden omdat het op dit moment lucratiever is om graan te telen. Dat heeft veel meer van doen met de productie van graan voor brandstoffen – bio-ethanol en bio-diesel – dan met vraag uit China. ‘Graan is amper belangrijk voor de Nederlandse akkerbouw. Haar reilen en zeilen wordt bepaald door de aardappelprijzen. Die zijn meestal goed in een droog jaar. Maar dat is 2007 bepaald niet’, stelt Van Bruchem.

Albert-Jan Maat wil de huidige prijsstijgingen voor zuivel en graan niet afdoen als conjunctureel. ‘Er zit een structureel element in. De FAO (wereldvoedselorganisatie) heeft al eerder gezegd dat de voedselproductie in de wereld moet verdubbelen om aan de behoefte te kunnen voldoen. Nederland moet daarop inspelen. Nu wordt, met stimulering van de overheid, in Nederland veel landbouwgrond opgegeven voor natuur, golfbanen, wegen en industrieterreinen. Misschien moeten we ons daarover eens achter de oren krabben.’

Niet dat landbouw daarmee ineens weer een groeisector zou worden. Landbouw is als percentage van het Bruto Nationaal Product al sinds de oorlog een krimpsector in Nederland. In 1950 was landbouw nog goed voor 13 procent van het BNP, nu is dat nog meer 1,6 procent – de agro-industrie niet meegerekend. De omvang van de productie is echter sinds 1950 nog altijd gemiddeld met 2,8 procent per jaar gegroeid. Sinds 2000 zit de landbouw op een 0-groei. ‘Vorig jaar groeide de glastuinbouw nog iets, maar de varkenssector liep terug’, aldus Van Bruchem. Het aantal koeien in Nederland is nu 1,4 miljoen – zelfs iets minder dan in 1950. Het aantal koeien in de wei is nog sneller gedaald omdat grote boerderijen de koeien bijna altijd binnen houden. ‘Overigens komt zo’n 70 procent van de Nederlandse koeien nog af en toe wel in de wei. Maar het valt minder op, omdat ze nu in kuddes van honderd lopen in plaats van koppeltjes van tien’, zegt Van Bruchem. De weilanden worden nu vooral bevolkt door rij- en hobbypaarden (de schattingen lopen uiteen van 200 tot 500 duizend) en schapen (1,3 miljoen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden