Analyse

Worden China’s leningen aan opkomende landen een molensteen?

Er ligt een probleem van 51 miljard euro buitenlandse schuld op het bordje van Ranil Wickremesinghe, de nieuwe president van Sri Lanka. Tien tot twintig procent bestaat uit leningen door Chinese staatsbanken. Beijings populariteit als geldschieter van opkomende economieën is een nieuwe complicatie bij internationale schuldsanering.

Marije Vlaskamp
Chinese bouwvakkers in Colombo, Sri Lanka. Beeld Getty Images
Chinese bouwvakkers in Colombo, Sri Lanka.Beeld Getty Images

Een tweede Singapore met drukke havens, ronkende snelwegen en een televisietoren in de vorm van een ontluikende bloemknop: aan het einde van een slepende burgeroorlog in 2009 maakte Sri Lanka zich op voor een rooskleurige toekomst. Het was zaak veel en indrukwekkend te bouwen, en dat deden de Chinese investeerders en bouwbedrijven. In ijltempo zetten ze een extra haven, wegen en een tweede internationaal vliegveld neer. Ook kwamen er congrescentra, cricketstadions en andere bouwsels om de ijdelheid te strelen van de Rajapaksa-familie, die sinds een halve eeuw de dienst uitmaakt in de politiek op het eiland en goede banden met Beijing heeft.

Dertien jaar later is Sri Lanka bankroet, terwijl er dit jaar 6,9 miljard dollar aan buitenlandse schulden moet worden afgelost. Op het eerste gezicht lijkt het Zuid-Aziatische eiland het zoveelste ontwikkelingsland dat in de Chinese schuldenval is gelopen. Volgens deze westerse lezing verleidt China argeloze landen opzettelijk met gigantische leningen tot projecten van twijfelachtig economisch nut, zodat het die bij wanbetaling kan inpikken. In de Sri Lankaanse schuldencrisis wordt China opnieuw als gewetenloze bankier afgeschilderd, omdat Beijing niet warmloopt om leningen aan Colombo af te schrijven.

Beijing als internationale superbankier

Er is echter iets anders aan de hand. China is tegenwoordig de grootste bankier ter wereld voor opkomende economieën, onder meer door met het Belt and Road Initiatief (BRI) wereldwijd de infrastructuur ter waarde van 838 miljard dollar te financieren. De terugbetaling loopt echter steeds moeilijker. Volgens de Engelse zakenkrant Financial Times moest daarom over zestien procent van die leningen de afgelopen twee jaar opnieuw worden onderhandeld. Vandaar dat overal ter wereld landen met schulden aan China met argusogen toekijken hoe Beijing als nieuwe internationale superbankier de schuldencrisis in Sri Lanka hanteert.

‘Op het gebied van multilaterale schuldenverlichting is Beijing een nieuwkomer. De situatie in Sri Lanka dwingt China al doende te leren hoe dat werkt. Maar tot ze dat spel doorzien maskeren ze hun onzekerheid over hun onervarenheid, door beslissingen uit te stellen. Dat is voor Sri Lanka zeer nadelig,’ zegt Chulanee Attanayake, een Sri Lankaanse China-specialist aan de Nationale Universiteit van Singapore.

India en Japan

Sri Lanka is dan financieel afhankelijk geworden van China, maar de acute financiële nood bij het aflossen van schulden is (nog) niet aan China te wijten. Het grootste deel van de Sri Lankaanse schuldenberg komt van leningen tegen markttarief op de internationale kapitaalmarkt, die tussen 2019 en 2022 moeten worden terugbetaald. Die commerciële leningen zijn goed voor bijna veertig procent van de buitenlandse schuld. Voor de aflossing daarvan heeft Sri Lanka geen geld, net zo min als voor het afbetalen van leningen afkomstig van India en Japan, belangrijke buitenlandse financiers voordat overdadige Chinese geldstromen de Sri Lankaanse leenmarkt domineerden.

Tot 2000 kwam slechts één procent van alle buitenlandse leningen uit China. De eerste grote Chinese lening van 72 miljoen dollar voor een olieterminal dateert uit 2001. Daarna ging het hard. Tussen 2008 en 2012 was Beijing al goed voor zo’n zestig procent van alle buitenlandse leningen en na 2013 kwamen daar BRI-leningen bij.

Volgens Sri Lankaanse economen zijn Chinese leningen met gemiddeld 3,3 procent rente aanzienlijk duurder dan bijvoorbeeld die van Japanse bankiers, die slechts 0,3 procent rente rekenen. Japan geeft Sri Lanka 34 jaar de tijd voor de aflossing, tegen 18 jaar van Chinese staatsbanken. Dat weerhield de Rajapaksa's er echter niet van de wederopbouw aan China te gunnen, met 1,4 miljard dollar aan projecten, vooral in de geboortestreek van de Rajapaksa-clan.

Verhuur aan Chinees staatsbedrijf

Die projecten werden, zoals haalbaarheidsstudies al aangaven, geen succes. De internationale luchthaven Mattala Rajapaksa (kosten 191 miljoen dollar) wordt nauwelijks gebruikt. Een tweede nieuwe haven met een industriegebied ter waarde van 373 miljoen dollar kwakkelt, ondanks een strategische ligging bij drukke scheepvaartroutes. Andere Chinese investeringen, zoals snelwegen en een nieuw zakencentrum in de buurt van de haven van Colombo, boeken volgens Attanayake meer succes.

Toen de bodem van de schatkist in 2017 in zicht kwam, werd de noodlijdende haven van Hambantota voor 99 jaar aan een Chinees staatsbedrijf verhuurd, zodat Sri Lanka met die inkomsten schulden kon betalen. Terwijl een Chinees bedrijf de vruchten van de door China gebouwde haven plukt, moet Sri Lanka straks het van China geleende geld voor Hambantota wel gewoon terugbetalen.

In 2018 was Sri Lanka weer bijna blut en sprong China bij met een lening van een miljard dollar. Sindsdien doet Colombo vrijwel jaarlijks voor honderden miljoenen dollars een beroep op de China Development Bank, ter aanvulling van de schrale buitenlandse reserves waarmee leningen worden afgelost.

China als financiële reddingsboei

Al kijkt Colombo opnieuw naar Beijing – ditmaal voor een noodlening van vier miljard dollar – het Chinese aandeel in de Sri Lankaanse staatsschuld aan het buitenland is nu nog bescheiden. Dat is slechts tien procent, al loopt het volgens berekeningen van plaatselijke denktanks op tot twintig procent als de schulden die zijn overgeheveld naar Sri Lankaanse staatsbedrijven worden meegeteld.

Sri Lanka houdt niet als enige de hand op bij Beijing. Door BRI werd China binnen tien jaar de grootste crediteur ter wereld, maar door de wereldwijde economische misère als gevolg van de pandemie is daar een nieuwe rol bijgekomen, als financiële reddingsboei voor BRI-landen die in hun schulden dreigen te verzuipen. Volgens het data-onderzoeksbureau AidData van het Amerikaanse William en Mary College verstrekte China tientallen miljarden dollars aan noodkredieten om een tiental BRI-partners zoals Pakistan, Argentinië, Egypte, Belarus, Oekraïne, Nigeria en Turkije overeind te houden. Dat ging zonder ruchtbaarheid, net als het herstructureren van 52 miljard dollar aan BRI-leningen de afgelopen twee jaar. Net zoals China zonder al te veel transparantie bilateraal uitleent, regelt het financiële noodhulp liever één op één met de wanbetaler dan via het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Tot frustratie van internationale schuldhulpverleners stribbelde China lang tegen bij het zoeken naar een oplossing voor de schuldenlast van Zambia, een Afrikaans BRI-land dat zich tot de nek in de Chinese schulden heeft gestoken en vorig jaar failliet ging. Dat Beijing als grootste schuldeiser nu bij onderhandelingen over Zambia aanschuift is al heel wat, want Chinese bankiers zijn geen liefhebbers van de zogenaamde haircut, waarbij het verlies over alle schuldeisers wordt verdeeld. China is ook geen lid van de Club van Londen waar regeringen die veel uitlenen onderhandelen over schuldvermindering.

Bovendien denken Chinese economen anders; terwijl door het westen gedomineerde instellingen zoals het IMF hulp afhankelijk maken van voorwaarden, zoals financiële discipline, is er in Chinese ogen maar één manier om landen uit de armoede te halen en dat is het geld flink te laten rollen.

Schuldhulpverlening

Ondanks deze hindernissen is het belang van medewerking aan een IMF-hulppakket voor Sri Lanka zo groot dat China zich niet lang afzijdig kan houden, verwacht Attanayake. ‘Beijing mag nu niet de grootste schuldeiser van Sri Lanka zijn, maar wel de belangrijkste geldschieter en in de toekomst de grootste crediteur. Alleen daarom al moet China een grotere rol spelen in deze crisis, anders komen dezelfde problemen terug als de aflossing van de bulk van de Chinese leningen in beeld komt.’

Tot dusver biedt Beijing Sri Lanka maar één uitweg uit de schuldencrisis: een nieuwe lening van 2,5 miljard dollar, waarvan een miljard dollar als aflossing terugvloeit naar Chinese banken.

‘Beijing zit in een lastig parket’, zegt Attanayake. ‘Werken de Chinezen niet mee met het IMF, dan zijn ze hun strategische investeringen van de afgelopen twintig jaar in Sri Lanka kwijt. Dan wordt dit een schoolvoorbeeld van wat er mis gaat als je van China leent. Werken ze mee, dan poetsen ze hun internationale reputatie op, maar de keerzijde is dat andere BRI-landen dan ook meer financiële hulp van Beijing verwachten.’ China, dat zelf ook kampt met tegenvallende groei, als wereldwijde schuldhulpverlener: op die rol zit Beijing op dit moment niet te wachten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden