PROFIEL

Woningbouwverenigingen terug naar kerntaak: bouw betaalbare huurwoningen

Het succes van de sociale woningbouw is te danken aan een wet uit 1901. Na 1995 raakten de woningbouwverenigingen echter op drift.

Tjerk Gualthérie Van Weezel
Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn. Dit grootschalige ontwikkelingsgebied werd het symbool van megalomanie bij woningcorporaties, waarvan directeuren zich de baas van vastgoedbedrijven waanden. Beeld Nederlandse Freelancers
Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn. Dit grootschalige ontwikkelingsgebied werd het symbool van megalomanie bij woningcorporaties, waarvan directeuren zich de baas van vastgoedbedrijven waanden.Beeld Nederlandse Freelancers

Deze week zet politiek Den Haag de woningcorporaties terug in hun hok. Vandaag en morgen debatteert de Tweede Kamer met minister Stef Blok voor Wonen over de herziening van de Woningwet. De wet die regelt wat woningcorporaties mogen doen met hun vermogen en hoe erop wordt toegezien dat zij dat ook netjes doen. Een debat dat grote invloed heeft op de woningmarkt en de inrichting van Nederland de komende decennia.

De Woningwet stamt uit 1901 en heeft er vorige eeuw voor gezorgd dat er in Nederland honderdduizenden betaalbare sociale huurwoningen zijn bijgebouwd. Met behulp van subsidies en gunstige leningen stampten de woningbouwverenigingen en -stichtingen vooral na de Tweede Wereldoorlog hele wijken uit de grond. Inmiddels is eenderde van alle woningen in Nederland in het bezit van een woningcorporatie.

Maar sinds 1995 zijn de corporaties op drift geraakt. Ze werden op afstand geplaatst van de Rijksoverheid en moesten zich meer als ondernemers gaan gedragen. Ze kregen grote vrijheid om zelf te bepalen wat ze met hun vermogen zouden doen. De woningbouwverenigingen van weleer fuseerden zich een ongeluk en werden vaak enorme organisaties die het contact met hun huurders verloren.

Door de economische groei en de stijging van de huizenprijzen hadden corporaties bovendien heel veel geld tot hun beschikking. Naast het bouwen en beheren van sociale huurwoningen stortten ze zich op de bouw van winkels, sporthallen, kantoren en dure koop- en huurwoningen. Allemaal mooie projecten voor ambitieuze directeuren die zich eigenaar van de vastgoedbedrijven waanden.

Incidenten

Een droefgeestige reeks incidenten met megalomanie, mismanagement en fraude bij de corporaties is daarvan het gevolg. Met daarin een constante: de schade kon steeds weer door de huurders van Nederland worden betaald.

Afgelopen decennium is er herhaaldelijk in Den Haag geprobeerd de Woningwet aan te passen, de taken voor de corporaties beter vast te leggen en sterker toezicht te organiseren. Maar steeds mislukte dat. Omdat kabinetten vielen, maar ook omdat de regering corporaties voor het eigen karretjes wilde spannen. Zoals bij de Wijkenaanpak, waar het geld van de verhuurders moest worden ingezet om te investeren in de 'leefbaarheid' van probleemwijken.

De parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties, die onderzoek deed naar de misstanden rekent het de politiek zwaar aan dat er al die jaren niets is gebeurd om de teugels in de volkshuisvesting aan te trekken. Nu het eindrapport van de enquêtecommissie, Ver van huis, klaar is, wil de kamer de laatste aanpassingen aanbrengen in de herziening van de Woningwet. Die wet ligt in principe al in de Eerste Kamer, maar na de presentatie van Ver van huis, zenden Stef Blok en de Tweede Kamer nog enkele aanscherpingen na.

Kerntaak

De hoofdlijnen van de herziening zijn duidelijk. De corporaties moeten weer terug naar hun 'kerntaak': het bouwen en beheren van sociale huurwoningen. Geen dure huur- of koopwoningen meer en geen projecten die niets met volkshuisvesting te maken hebben. Ook de macht van de corporatiedirecteuren moet worden ingeperkt. Corporaties moeten kleiner worden en gemeenten en huurders zullen samen veel meer te zeggen krijgen over het beleid. En het extern toezicht moet worden verscherpt.

Toch zijn veel partijen huiverig om de corporaties te veel terug te dringen in hun rol van verhuurders. Vooral partijen die in de grote steden meebesturen, hebben de corporaties hard nodig wanneer ze buurten willen opknappen en gemengde wijken bouwen. En dan niet alleen om de huurwoningen te bouwen.

De VVD is bezorgd over de invloed die dit alles zal hebben op de woningmarkt. Positief zijn de liberalen over de mogelijkheden voor commerciële verhuurders. Die kunnen nu zonder concurrentie van woningcorporaties volop investeren in huurwoningen met een huur van tussen de 700 en 900 euro per maand, klinkt het opgetogen in het VVD-kamp. Maar intussen kijken zij met argwaan naar alle duurdere huurwoningen, winkels en sporthallen van de corporaties. Als die straks niet meer binnen de 'kerntaak' van de corporatie passen en dus in één klap worden verkocht, storten de prijzen in, vreest de VVD. De partij pleit voor het heel geleidelijk afbouwen van dit corporatiebezit.

Allemaal grensconflicten binnen de Woningwet waarover de Kamerleden elkaar deze week zullen bestoken. Een strijd die donderdag direct beslecht wordt met een stemming. Want haast is geboden. De Eerste Kamer verandert in maart van samenstelling en nog voor die tijd willen bijna alle politieke partijen dit dossier hebben afgesloten. Geen enkele politieke partij wil het namelijk op zijn geweten hebben dat de hervorming van de Woningwet weer in het zicht van de haven strandt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden