Wolfson, Zalm, Stalin, Hayek en de verzorgingsstaat

Natuurlijk moest Dik Wolfson deze week pensioneren. Gisteren nam hij met een college aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit formeel afscheid van zijn functie als recalcitrante intellectueel in dienst van de publieke zaak - de plek waar hij zich de afgelopen tientallen jaren ophield deed er eigenlijk niet toe: een universiteit,...

De timing van het afscheid zal vooral met Wolfsons leeftijd te maken hebben, maar het tijdstip is ook goed gekozen vanwege het akkoord dat de lobbyclubs van werkgevers en werknemers deze week in hun Stichting van de Arbeid sloten over de hervorming van de sociale zekerheid. Het Stichtingsakkoord namelijk is in een zeer belangrijk opzicht een eclatante overwinning voor Wolfson. Het is een overwinning van zijn manier van nadenken over economisch beleid.

De meeste kranten brachten het nieuws over het Stichtingsakkoord onder een variant op de kop: Sociale partners willen privatisering sociale zekerheid - de Volkskrant, fijne primeur, een paar dagen eerder dan de rest. Achter de feitelijke onjuistheid van deze koppen, of liever: het gebrek aan nuance erin, schuilt het geheim van het economisch denken van Wolfson.

Die 'privatisering' van de sociale zekerheid is feitelijk een 'institutionele hervorming' met als doel het scheppen van een markt waarop particuliere partijen uit eigen belang publieke doelen realiseren. Hieruit is weliswaar geen krantenkop te maken, maar het is wel de kern van de zaak-Wolfson.

Verklaar je nader? Denk dan eens terug aan de organisatie van de werknemersverzekeringen aan het begin van de jaren negentig. Werkgevers en werknemers trokken destijds aan alle touwtjes. Ze maakten het beleid bij de bedrijfsverenigingen, ze verzorgden de uitvoering (inden premies, verstrekten uitkeringen), ze hadden zelfs een belangrijke stem in het toezicht.

Deze organisatie leidde tot zulke onverkwikkelijke toestanden dat er, in 1993, een parlementaire enquêtecommissie voor nodig was om de problemen te inventariseren.

Vakbonden en werkgeversorganisaties, zo bleek, hadden jarenlang eendrachtig werknemers arbeidsongeschikt laten verklaren terwijl ze dat goedbeschouwd niet waren. Vakbonden werkten hieraan mee omdat de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de betrokken werknemers financieel aantrekkelijker was dan een werkloosheidsuitkering. Werkgevers werkten mee omdat ze al doende dure, oudere werknemers konden vervangen door goedkope, jonge werknemers.

Bij het nastreven van hun eigen belang brachten vakbonden en werkgeversorganisaties op deze manier grote schade toe aan het collectieve belang. Want de kosten van al die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werden afgewenteld op het collectief: de premies voor AAW en WAO rezen de pan uit. Arbeid werd hierdoor duurder - met alle negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid vandien.

Een dergelijke analyse van de effecten van belangen binnen een bepaalde structuur: dat is nou typisch Wolfsoniaans. Wolfson paste deze analyse onder meer toe in Belang en beleid, een invloedrijke studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de werknemersverzekeringen uit 1994.

Sinds die tijd is het debat over de (uitvoering van de) sociale zekerheid radicaal veranderd - net als het beleid. Ging het (oeverloze) debat voordien steeds over de hoogte van uitkeringen en dergelijke, nadien ging het maar om één ding: de slimme organisatie van belangen.

Het toezicht werd onafhankelijk(er) gemaakt en in handen gegeven van het College van toezicht sociale verzekeringen, Ctsv - met botsende belangen en het vertrek van staatssecretaris Robin Linschoten als gevolg. Beleid maken en beleid uitvoeren werden uit elkaar getrokken. Er werden stapjes gezet op weg naar een markt voor de uitvoering van werknemersverzekeringen.

Inmiddels gaat het debat nog slechts over belangrijke details, over de exacte vormgeving van die uitvoerdersmarkt opdat - Wolfson - particuliere bedrijven uit winstbejag publieke doelen realiseren. Als het Stichtingsakkoord over deze details historisch is, en dat is het, dan verdient Dik Wolfson in dat geschiedenisboek een eigen hoofdstuk.

Een aardige bijkomstigheid bij Wolfsons manier van nadenken over economische beleid is, dat die lekker niets te maken heeft met politieke kleur. Het is, om het eens deftig te zeggen, het dominante paradigma geworden onder Haagse beleidseconomen. In gewoon Nederlands: iedereen denkt tegenwoordig langs dezelfde lijnen.

Bewijsje. Wolfson is sociaal-democraat, al is het er een die zich telkenmale afvraagt of hij wel links genoeg is. Maar Gerrit Zalm, VVD'er, informateur en demissionair minister van Financiën, denkt net zo over beleid als zijn rode kompaan. (Samen bedachten ze de premiediffentiatie in de WAO, maar dat is een ander verhaal.)

Zalm is een van de auteurs van het liber amicorum dat Wolfson gisteren kreeg aangeboden. Hij schreef een stuk, hoe kan het anders, over de hervorming van de sociale zekerheid in brede zin. Zalm concludeert dat 'de institutionele hervorming van de verzorgingsstaat hoog op de politieke agenda staat, maar dat op het gebied van de praktische realisatie het grootste deel van het werk nog moet gebeuren'. Hij vervolgt: 'Of de ontwikkeling daarbij vooral zal gaan in de richting van het efficiënter maken van Stalinistische beheersvormen, danwel het socialer maken van het gedachtengoed van Hayek (Friedrich, de marktfilosoof, red.), is daarbij een open vraag.'

Het antwoord op die vraag of je het publieke privater danwel het private publieker moet maken, zullen Wolfson en Zalm beamen, is goedbeschouwd ook niet interessant: het gaat om het speelveld, de spelers, en hun belangen.

Je kunt het privatiseren noemen - maar eigenlijk alleen maar in een kop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden