Winst met dank aan het weer

Recordwinsten en hyperactieve investeerders dreven de AEX-index in 2006 op met ruim 13 procent. De milde renteontwikkeling en dalende olieprijs werkten mee....

Aanbevolen aan iedereen die overweegt in individuele aandelen te beleggen: de lijstjes aan het einde van een beursjaar. Bestudeer goed (de onderste regionen van) van de rijtjes en men is weer even genezen van neigingen tot stockpicking, ‘favorieten kiezen’ of slimmer willen beleggen dan de markt.

De gemiddelden zijn nog geruststellend: prachtig, die plus van 13 procent voor de toonaangevende AEX-index, heel erg mooi die 30 procent voor de AMX (middelgrote bedrijven) en de AScX (de kleintjes). Maar bovenaan staan fondsen die 50, 80 of zelfs 100 procent hebben gewonnen en onderaan drijven de financiële lijken van het jaar, met minnen van tientallen procenten: Getronics, Van der Moolen, Laurus, Wegener. Ook wie dit jaar zijn geluk zocht in onverwoestbaar schijnende giganten als Shell, Unilever en Aegon, kwam bedrogen uit, namelijk met een plusje van nauwelijks een paar procent.

‘Het is de les van de spreiding’, zegt Reinier Westeneng, hoofd aandelenresearch van SNS Securities. ‘De uitschieters zijn op zichzelf niet groter of talrijker dan andere jaren en bovendien zijn veel uitschieters het gevolg van specifieke omstandigheden, maar dat laat onverlet dat het zeer risicovol is je geld te zetten op enkele individuele aandelen.’

Een van de uitschieters die in 2006 wel groter waren dan voorheen: de koersdalingen die in mei en begin juni de beurzen in hun greep hadden. Na een periode van stijgende koersen is het gebruikelijk dat er gedurende een paar dagen of weken wat van de winst wordt ingeleverd. Beursanalisten spreken dan van een ‘correctie’. ‘Maar dit was de sterkste correctie van de afgelopen vier jaar’, zegt Ad van Tiggelen, strateeg aandelenbeleggingen bij ING Investment Management. In iets meer dan vier weken ging de AEX van bijna 480 punten naar even boven de 410 punten. De koersstijgingen in de maanden daaraan voorafgaand waren echter ook groot geweest: het ging er op de Amsterdamse beurs dit jaar dus allemaal wat sneller en heftiger aan toe dan vorig jaar.

De verklaring voor deze toegenomen beweeglijkheid van de koersen zoekt Van Tiggelen vooral in de explosie van activiteit van hedgefondsen op de aandelenmarkten. ‘Dit soort beleggingsfondsen, die heel veel transacties sluiten, hebben inmiddels 1200 miljard dollar onder beheer en bij hun beleggingen maken ze dan ook nog eens veelvuldig gebruik van geleend geld. Op rustige dagen zijn ze soms goed voor eenderde van de omzet.’

Alex Otto, directeur beleggingen van Delta Lloyd Asset Management, noemt dezelfde factoren. ‘Ik heb een hekel gekregen aan het verhaal, maar het klopt wel: daghandelaren en hedgefondsen stappen in de markt zodra de reguliere belegger een stapje terugdoet. Het gemak waarmee zij miljarden ophaalden, heeft me verbaasd. Het gevolg daarvan is dat er heel veel geld van links naar rechts wordt gesmeten en dat er al gauw sprake lijkt te zijn van lichte paniek.’

Hectiek sluit goede resultaten niet uit: het ritje in de achtbaan die de beurs in 2006 was, kende een happy end. De oorzaken in een notendop: de winsten van bedrijven bereikten recordniveaus, en daarnaast dreef het geld van opkoopfondsen de koersen op. Bovendien kwam na de correctie van mei en juni de olieprijs in rustiger vaarwater en nam de angst voor renteverhogingen af. In november werd er zelfs alweer gespeculeerd op renteverlagingen volgend jaar in de Verenigde Staten.

Tot slot, zo zegt Van Tiggelen, werkte ook het weer mee. ‘Na de rampen van vorig jaar werd het Amerikaanse orkaanseizoen gevreesd. Nieuwe vernietigingen in de Golf van Mexico, met hun effect op de oliewinning en dus de benzineprijzen in de VS, zouden het herstel na de correctie in de weg hebben gestaan. Dan waren de consumptieve bestedingen in de VS niet zo aangetrokken.’

Het zijn vooral de kleine beursfondsen die hebben geprofiteerd van de hoofdrol die opkoopfondsen (private equity) in 2006 hebben opgeëist in de financiële wereld.

Volgens Thomson Financial hebben opkoopfondsen in 2006 in Europa ruim 270 miljard dollar gespendeerd. De bedrijven in de AMX-index zijn samen 47 miljard euro waard, die van de AScX-index 16 miljard euro. Dan hoeft een van de grote opkopers (KKR, 3i, Alpinvest, Apax) maar te suggereren dat ze belangstelling hebben voor een fonds op de Nederlandse beurs, of de koersen schieten al omhoog. Westeneng: ‘Private equity is voor bedrijven een zeer belangrijke vorm van financiering geworden en dus een heel grote concurrent van de beurs.’

Afgezien van de fondsen: ook de fusie- en overnameactiviteiten van bedrijven zelf naderden in 2006 weer recordniveaus. Bovendien, zo signaleert Alex Otto, is het management van kleine bedrijven tegenwoordig ‘enorm bezig’ met de balansverhoudingen. ‘De jaren 2003 en 2004 stonden in het teken van schuldvermindering, daarna hielden ze zelfs weer geld over. Nu wordt een te hoog eigen vermogen zelfs als een bedreiging ervaren, en kiest men voor meer dividend uitkeren of aandelen inkopen. Dat is voor beleggers zoals wij natuurlijk zeer prettig.’

Van Tiggelen: ‘De kleintjes zijn nog nooit zo duur geweest. Waren er overnamegeruchten met betrekking tot een fonds, dan ging meteen de hele sector omhoog waartoe het fonds behoorde. De koers/winstverhoudingen zijn nu 20 procent hoger dan die van AEX-fondsen, een record.’

Het zijn natuurlijk niet alle ‘kleintjes’ die profiteerden. Bovendien is de winst van de AMX-index sterk vertekend door de winst van Corus, het staalconcern dat het schopte tot middelpunt van een heuse biedingsoorlog. De koerssprong van 83 procent van het Brits-Nederlandse bedrijf is goed voor eenderde van de totale stijging van de AMX.

In de automatisering en de bouw bleef het overnamevirus weg, terwijl ook biotechnologiebedrijven in 2006 een stapje terug moesten doen. ‘Biotechnologie als sector heeft veel potentie, maar een ‘kopen en vasthouden’-strategie op ondernemingsniveau is over het algemeen weinig zinvol in deze sector’, zegt Westeneng. ‘Je kan veel verdienen met koersbewegingen op de korte termijn. De koersen worden voornamelijk gedreven door nieuwsberichten. Maar ja, dat moet je kunnen en dat moet je durven. Crucell verliest dit jaar per saldo 12 procent, maar over het hele jaar genomen heeft het fonds op 24 euro gestaan, en op 14 euro. Dit soort koersbewegingen is typerend voor deze sector.’

Het is niet een verklaring die van toepassing is op de grote verliezers van 2006, Getronics, Wessanen en Van der Moolen. Westeneng spreekt onder meer van ‘managementkwesties’. Over het voorbeeld Wessanen: ‘De opvolger van Zondervan zette enkele jaren geleden ambitieuze doelstellingen neer. Het distributieapparaat in de VS zou worden gestroomlijnd. Dat is ook gebeurd, het kostenniveau is gedaald, maar om daar vervolgens van te profiteren heb je meer omzet nodig, en dat is niet gebeurd. Dan slaat vertrouwen om in wantrouwen.’

Over Getronics: ‘De problemen in Italië bleken vele malen groter te zijn dan voorzien. Dat krijg je een geloofwaardigheidsprobleem en dat is in dit geval nog versterkt door het recente vertrek van de financieel directeur.’

Is het beleggers dan kwalijk te nemen, zo wil Westeneng maar zeggen, dat ze hun geld ergens anders in steken, gezien de vele mogelijkheden die ze hebben?

Otto’s oordeel over Getronics: ‘Jammer. Intussen gokt elk hedgefonds op een verdere koersdaling. Ach, misschien is dat voor ons wel weer eens een reden erin te stappen.’

In de AEX was SBM Offshore – dat zijn geld verdient met de verhuur van drijvende olieplatformen voor oliewinning op diep water – de grote winnaar, en Koninklijke Olie (Royal Dutch Shell) een opvallende ‘verliezer’. ‘Natuurlijk spelen zaken zoals Sachalin (Shell werd gedwongen de helft van dit Russische project te verkopen aan Gazprom, red.) een rol’, zegt Westeneng. ‘Bovendien: dit is een concern dat meer olie verkoopt dan wordt gewonnen. Hoelang hou je dat vol? Beleggers zien dus meer toekomst in een bedrijf zoals SBM. Dat geeft antwoord op de vraag waar je de nieuwe olie gaat vinden: namelijk offshore.’

Voorname trend in de AEX is tot slot de gematigde winst die de financiële ondernemingen hebben geboekt. De beursindex drijft min of meer op deze financials (ABN Amro, Aegon, Fortis en ING, goed voor 40 procent van het gewicht van de AEX), maar ze lieten het aardig liggen in 2006. Hun koersontwikkeling staat in schril contrast met de recordwinsten die ze boekten. Strategen en analisten wijzen op de voor banken ongunstige renteontwikkelingen en op de koers van de dollar. Begin 2006 was de dollar nog 84 eurocent waard, in december 75 eurocent. ‘Aegon is een dollarverhaal’, zegt Westeneng.

De ‘ongunstige renteontwikkeling’ is een internationaal verschijnsel en heeft alle banken getroffen: het verschil tussen de rente op kort uitgeleend geld (een dag tot twee jaar) en lang uitgeleend geld (langer dan twee jaar) is het hele jaar door afgenomen en op sommige markten zelfs omgeslagen in het tegendeel: je geld voor tien jaar vastzetten levert minder op dan voor drie maanden uitlenen. Het rentebedrijf van banken stoelt op het principe dat zij geld op korte basis aantrekken en op lange basis uitlenen. Verdwijnt het verschil in tarifering, dan verdwijnen de verdiensten. Dat desondanks miljardenwinsten zijn geboekt, is te danken aan de florerende aandelenmarkten en de toename van fusies en overnamen (meer provisies). Maar de belegger vond dat in 2006 niet voldoende compensatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden