De Kwestie Peter de Waard

Winnen politici het van economen?

Zoals het er nu naar uitziet wint Boris Johnson even gemakkelijk de verkiezingen als Ajax een thuiswedstrijd tegen RKC. Hij ligt een straatlengte voor in de peilingen en hoewel onverwachte gebeurtenissen de boel op zijn kop kunnen zetten en maakt in het debat gehakt van de kleurloze Jeremy Corbyn die niet weet waar hij precies staat.

Als het zo afloopt is het ook appeltje-eitje voor zijn brexitdeal. Het einde van The Long Goodbye is in zicht. Johnson heeft het dan toch voor elkaar gebokst. Zijn opportunisme, zijn leugens, zijn politieke incorrectheden tot het racistische aan toe (het afschilderen van vrouwen met boerka’s als brievenbussen of Papoea’s als kannibalen), en zijn seksuele escapades zouden iedere andere leider vellen, maar hij is er immuun voor. Net zoals Donald Trump.

Dat economen hel en verdoemenis prediken is nog zijn minste zorg. Economen hebben berekend dat het bbp van Groot-Brittannië binnen tien jaar 7 procent hoger zal uitvallen als het land in de EU blijft. Er zijn sommetjes gemaakt over de kapitaalvernietiging en het banenverlies. Maar Boris hoeft maar te roepen dat de economie er alleen maar voordelen bij heeft en de meerderheid gelooft hem.

Tijdens het referendum in 2016 legde mede-brexiteer Michael Gove, de man die Johnson eerst een mes in de rug stak en hem daarna weer omarmde, de vinger al op de zere plek. ‘De mensen zijn moe van de economische elite die vanuit ivoren torens praat en zelf geen verantwoordelijkheid neemt.’ De bremainers brengen het economische argument steeds in, maar ze verliezen van de brexiteers die de romantische gedachte van een onafhankelijk Verenigd Koninkrijk koesteren (taking back control) waardoor ze zelf kunnen bepalen wie van de geneugten van het green and pleasant land mag deelnemen.

Deze week presenteerden ING en Economic Network een onderzoek, waaruit bleek dat de brexiteers economen nog minder serieus nemen dan tijdens het referendum van drie jaar geleden.

Britten vinden economie belangrijk voor hun eigen huishoudboekje en de staatshuishouding, economen staan te ver afstaan van het leven van de gewone mensen. Van de mensen die voor een vertrek uit de EU hebben gestemd wantrouwt nu 51 procent de economen, van de mensen die voor een blijven stemden is dat 23 procent. Dat is bij allebei de groepen een stijging sinds 2016.

Het grootste wantrouwen is er bij oudere mannen (50+) met een lage opleiding. Bij jongeren, hoger opgeleiden en vrouwen is dat aanzienlijk lager. Niettemin zegt maar 47 procent van de Britse bevolking de economische consequenties van een vertrek te begrijpen. Meer kennis over de economie zou van groot belang kunnen zijn voor het electoraat om een goede afweging te maken. Maar voor de Britten is het waarschijnlijk te laat.

Die hebben 12 december hun eigen ruiten al ingegooid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden