REPORTAGETAIWAN

Winnaar in de handelsoorlog tussen China en de VS: Taiwan

Financieel district in hoofdstad Taipei.Beeld Marlena Waldthausen

Decennialang trokken Taiwanese bedrijven naar China voor de lage productiekosten. Vorig jaar draaide die stroom de andere richting op, door stijgende kosten en strengere regels, maar vooral door de handelstarieven van president Trump. ‘Voor jonge mensen is dit een goede ontwikkeling.’

Johnny Wu bracht vele jaren de helft van zijn tijd in China door. De Taiwanese zakenman, vicepresident van machineonderdelenproducent Turvo, heeft een fabriek in Dongguan aan de Chinese zuidkust en een in Jiashan aan de oostkust. Voortdurend vloog hij heen en weer, voortdurend was hij van huis. ‘Mijn vrouw was niet blij’, zegt hij lachend op het hoofdkantoor van Turvo.

Tegenwoordig kan Wu (49) steeds vaker thuisblijven, want de nieuwe productielijn van Turvo komt niet in China, maar in Taiwan. Op het industrieterrein bij de haven van Taichung, de tweede stad van het eiland, heeft het bedrijf een terrein verworven waarop een fabriek moet komen. Turvo is van plan om 21 miljoen euro te investeren en 150 werknemers te werven. En dat is nog maar het begin.

‘De arbeidskosten in China zijn flink gestegen en er is onenigheid tussen China en de Verenigde Staten’, zegt Wu, verwijzend naar de handelsoorlog. ‘Dus proberen we onze productiebasis te verbreden. Bovendien zijn we nu groot genoeg om onze fabriek te automatiseren en Taiwan is daarvoor een goede omgeving. Toen de regering met een stimuleringsplan kwam om onze kosten te verlagen, heeft dat alles versneld.’

Zalmtrek

Turvo is niet het enige Taiwanese bedrijf dat zijn investeringen van China naar Taiwan verplaatst. Het afgelopen jaar namen zo veel bedrijven die stap, dat in Taiwan van een ‘zalmtrek’ wordt gesproken: tegen de stroom in. Decennialang trokken bedrijven juist massaal naar China, waar het goedkoop produceren was. Vooral Taiwanezen, bekend met de taal en cultuur, bouwden er een enorm imperium uit. Naar schatting zijn er 48 duizend Taiwanese zakenlui actief op het Chinese vasteland.

Vorig jaar kwam die ontwikkeling tot stilstand door de stijgende loonkosten in China, de strengere regels, maar vooral door de handelstarieven van president Trump. Toen die werden ingevoerd, weken veel multinationals uit naar lagelonenlanden als Vietnam of Thailand. Taiwanese bedrijven, vaak meer geautomatiseerd, besloten om meer thuis te investeren. Volgens een rapport van VN-organisatie Unctad is Taiwan de grootste winnaar van de handelsoorlog.

De meest zichtbare vorm van succes is een actieplan van de Taiwanese regering om met goedkope leningen en voordelige grond overzeese Taiwanese bedrijven terug naar huis te lokken. In een jaar tijd tekenden 156 bedrijven daarop in, met toezeggingen ter waarde van ruim 20 miljard euro (uitvoerbaar binnen drie jaar). De Taiwanese investeringen op het Chinese vasteland daalden in die periode met de helft, naar hun laagste niveau sinds 2001.

‘Die 20 miljard euro is een enorme verbintenis’, zegt Kristy Hsu, programmadirecteur van het instituut voor economisch onderzoek Chung Hua. ‘We moeten afwachten of alle plannen worden uitgevoerd, maar dit is sowieso heel zeldzaam. Zoiets hebben we in de afgelopen twee decennia niet gezien.’

Beeld Marlena Waldthausen

Afvallige provincie

De meeste Taiwanese bedrijven praten liever niet over deze ontwikkeling. Van de 156 bedrijven die intekenden op het actieplan, willen de meeste niet bij naam worden genoemd. Van degene die wel bekend zijn, waren er 21 die een interviewverzoek van de Volkskrant weigerden. Bedrijf 22, Turvo, was bereid ons te woord te staan. ‘Ah, wij zijn maar klein’, zegt Wu, met 1.600 werknemers en een jaaromzet van 70 miljoen euro. ‘De Chinese regering focust vooral op grote bedrijven.’

De huiver is begrijpelijk, want in Taiwan is economie sterk vermengd met politiek. Taiwan is de facto onafhankelijk, maar wordt door China beschouwd als een afvallige provincie die op termijn moet worden ingelijfd. Daarvoor oefent Beijing militaire en diplomatieke, maar ook economische druk uit, door handel of toerisme te bevorderen of dwarsbomen naargelang het uitkomt. Taiwanese bedrijven in China moeten met beide kanten bevriend blijven en spreken zich dus liever niet uit.

Zeker in aanloop naar de Taiwanese verkiezingen, op 11 januari, ligt alles extra gevoelig. Want het Taiwanese regeringsplan om bedrijven terug te lokken, heeft ook politieke bijbedoelingen. De regeringspartij DPP, die fel tegen inmenging uit Beijing is gekant, wil de economische afhankelijkheid van China verminderen om zo ook politiek makkelijker een vuist te kunnen maken.

Voor bedrijven speelt dat allemaal geen rol. Die proberen vooral te ontdekken hoe de politieke wind waait en wat dat betekent voor hun bedrijfsvoering. Gezien de wispelturigheid van president Trump is dat niet zo gemakkelijk. Probeerde Trump eerst om China te isoleren, op 15 januari tekent hij een ‘phase one deal’ met Beijing. De meeste zakenlui gaan ervan uit dat dit slechts een tijdelijke wapenstilstand is en dat de rivaliteit tussen China en de VS alleen maar zal toenemen.

Beeld Marlena Waldthausen

Kant kiezen

Voor Turvo, dat metalen onderdelen produceert waarvoor een precisie tot op een honderdste van een millimeter is vereist, betekent dat vooral: diversifiëren. Zijn productie in China wil het bedrijf behouden, vooral om de binnenlandse markt te bedienen, maar voor de export wil het zijn opties openhouden, gezien de instabiliteit tussen China en de VS. ‘Ik denk dat we de komende jaren heel veel veranderingen zullen zien’, zegt Wu. ‘Daar moeten we ons op voorbereiden.’

Veel economen verwachten dat de huidige mondiale aanvoerketen in twee blokken uiteen zal vallen, een rond de VS en een rond China. ‘De Taiwanese bedrijven zullen een kant moeten kiezen of zich moeten aanpassen zodat ze de twee kampen apart kunnen bedienen’, zegt Anthony Kuo, hoofd van het MBA-programma van de Fu Jen Catholic University. ‘Ze zullen enkele fabrieken in China houden en andere verplaatsen, bijvoorbeeld naar Taiwan.’

Hoe lastig ook voor zijn bedrijf, Wu denkt dat zijn Taiwan er wel bij kan varen. ‘Een zakenman denkt zakelijk: hij vestigt zich waar hij het best geld kan verdienen’, zegt hij. ‘Als burger ben ik blij dat ik Taiwan kan helpen. Nu zijn er veel Taiwanezen die in China werk zoeken en vrouw en kinderen in Taiwan achterlaten. Dat is niet goed. Als er meer banen in Taiwan zijn, dan hoeven die mannen niet overzees te gaan. Voor jonge mensen is dit een goede ontwikkeling.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden