Windmolens kunnen nu echt het dak op

Eigenlijk zijn het ondingen, die kleine windmolens. Ze zijn duur, rumoerig, ze resoneren en leveren nauwelijks meer stroom op dan een paar flinke zonnepanelen. ‘Kleine wind’ zoals de elektriciteit wordt genoemd die is opgewekt door turbines die op woonhuizen en bedrijfspanden staan, heeft nauwelijks aandacht van Haagse beleidmakers.

Subsidie is er wel voor deze vorm van windenergie, maar niemand had tot voor kort de moeite genomen de krankzinnig ingewikkelde aanvraagformulieren – bedoeld voor de professionele markt – aan te passen voor de consument. ‘Kleine windmolens zijn nauwelijks interessant’, liet een ambtenaar van Economische Zaken zich ontvallen, ‘omdat ze vaak al stuk zijn voor ze zichzelf hebben terugverdiend’.

Met die kleine wind zou het dus nooit wat worden. Tot nu.

Komend najaar verschijnen twee nieuwe typen molens op de markt die het tegendeel moeten bewijzen. De eerste is de Own Urban Windmill, waarbij drie rotors met een gezamenlijke doorsnede van 1,5 meter in een turbine zijn geplaatst. De turbine heeft twee functies: het dempen van het geluid van de rotors en het versnellen van de luchtstroom. Doordat het turbinehuis de vorm heeft van een venturi, wordt de binnenstromende lucht versneld.

Het effect daarvan op het geleverde vermogen is enorm: dat kan tot de derde macht toenemen, zegt Robert Snijder, directeur van DonQI Quandary Innovations. Zijn relatief kleine turbine levert bij een gemiddelde windsnelheid van 4,5 meter per seconde jaarlijks 1.400 kilowattuur. Dat is bijna de helft van de elektriciteitsbehoefte van een gemiddeld huishouden, en een factor drie hoger dan het vermogen van de meeste kleine windmolens die nu te koop zijn.

Snijder noemde zijn bedrijf DonQI, vanwege alle negatieve publiciteit rond turbines voor thuisgebruik. ‘We vechten tegen het slechte imago van kleine windmolens’, zegt hij, verwijzend naar Don Quichot.

De eerste versie van Own Urban Windmill kon bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium worden getest op een computer die de stroming van lucht kan simuleren en voorspellen. Het NLR ontdekte dat de eerste versie niet zou werken, onder meer doordat de turbine te klein was. Met enkele aanpassingen zou het rendement enorm kunnen toenemen, concludeerde ook de TU Delft, waar eveneens naar de dummy is gekeken.

Half juli worden de eerste vijf aangepaste prototypes geplaatst bij bedrijven in onder meer Rotterdam, Arnhem en Alkmaar. In september moeten dan de eerste twintig molens verschijnen op woningen, en in november komt de nieuwe turbine mondjesmaat beschikbaar op de markt.

‘We willen er dit jaar tweehonderd verkopen, en volgend jaar duizend’, zegt Snijder. In de jaren daarna moet de productie worden opgevoerd tot uiteindelijk 40 duizend turbines per jaar.

Een Own Urban Windmill gaat 4.000 euro kosten, exclusief 765 euro voor de installatie. Dat bedrag is in tien jaar terug te verdienen, zonder subsidies, uitgaande van een stijging van de energiekosten met 6,8 procent per jaar. Een realistische prognose, zegt Snijder, want dat is de gemiddelde toename van de elektriciteitsprijs sinds 2000. Bij de terugverdientijd is er rekening mee gehouden dat de benodigde investering moet worden geleend, dus er zit een bedrag in verwerkt voor rente.

Bij de schatting van de jaarlijkse energieproductie is Snijder uitgegaan van een gemiddelde windsnelheid van 4,5 meter per seconde. Wie op Texel woont, kan zomaar zelfvoorzienend worden: ‘Boven de 6,5 meter per seconde bedraagt het vermogen meer dan 3.500 kWh per jaar’, zegt Snijder. Aan de westkust van het eiland waait het gemiddeld 7,4 meter per seconde.

‘Landinwaarts moet je in Nederland uitgaan van een gemiddelde windsnelheid van 4,5 meter per seconde. Fabrikanten die een hoger getal noemen, bedonderen de boel.’

De komst van een bruikbare consumentenwindmolen staat niet op zich, zegt Coenraad de Vries, directeur van participatiemaatschappij Start Green Venture Capital. De investeerder ziet de laatste jaren een groeiend aantal technologieën beschikbaar komen voor de consumentenmarkt. ‘Kijk naar warmtekrachtkoppeling’, zegt De Vries. ‘Die techniek wordt al tientallen jaren gebruikt door de industrie, maar nu pas zie je toepassingen voor de consument, in de vorm van HR-plus ketels, die naast warmte ook elektriciteit opwekken en daardoor een zeer hoog rendement halen.’

Hetzelfde geldt volgens De Vries voor kleine windmolens. Start Green, dat investeringen doet voor onder meer Fortis en Triodos Innovation Fund, ziet decentrale energieopwekking – waarbij consumenten zelf een deel van hun energiebehoefte produceren – als een belangrijke ontwikkeling in de nabije toekomst. Het bedrijf investeert daarom in de turbine van DonQI. Hoeveel precies, wil De Vries niet zeggen. ‘Ergens tussen de half en een miljoen euro.’

Het lijkt erop dat De Vries’ visie klopt, want komend najaar komt nog een turbine op de markt die is bedoeld voor consumenten en het midden- en kleinbedrijf. Dat is de grote broer van de Energy Ball, een bolvormige turbine, die nu al wordt verkocht.

De nieuwe versie krijgt een doorsnede van twee meter, zegt verkoopdirecteur Mario Kruysse van Home Energy. Daarmee is deze molen vooral geschikt voor buitenwijken, vrijstaande huizen en bedrijfspanden. Het apparaat kan op het dak worden geplaatst, of op een mast van een meter of tien. In tegenstelling tot de kleine Ball, die voor stadsgebruik bedoeld is, krijgt de grote versie een vermogen dat een flink deel van de elektriciteitsbehoefte van een huishouden dekt: 2.000 kWh per jaar.

Van de kleine (die slechts 15 procent van de energiebehoefte produceert) zijn er inmiddels zo’n tweehonderd verkocht, zegt Kruysse, vooral in de kuststrook.

De totale investering van 4.500 euro is daarmee niet snel terug te verdienen. ‘Maar als de energieprijzen net zo sterk blijven stijgen, neemt de terugverdientijd drastisch af’, zegt Kruysse. Bovendien gaat het veel klanten erom een bijdrage te leveren aan een beter klimaat, zegt hij.

En je moet niet alleen kijken naar de terugverdientijd: ‘Klanten die een Energy Ball hebben, worden zich veel bewuster van hun stroomverbruik. Als het lekker waait, weten ze: nu maak ik mijn eigen stroom. Daardoor zetten ze ook eerder een lamp uit, of zetten ze de computer echt uit in plaats van op stand by. Daarmee besparen ze veel stroom. Het mes snijdt dus aan twee kanten.’

Links
Alles wat je moet weten over kleine windmolens voor je er een koopt. Senternovem, een agentschap van het ministerie van Economische Zaken dat informatie geeft over duurzame energie en subsidies beheert, heeft veel informatie over kleine windmolens en de hoeveelheid wind in Nederland.
Senternovem

Mag je zomaar een windmolen op je dak zetten? Niemand weet het precies, en het verschilt van gemeente per gemeente wat wel en niet mag. Senternovem heeft een handleiding voor de beginnende windoogster. Met onder meer adviezen voor de beste locatie voor een windmolen.
Leidraad

Meer informatie in het Engels:
Urban-wind.org

\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden