Windhandel met een luchtje

Wim Stam was jarenlang directeur bij ECN, het kennis-centrum dat de overheid advies geeft over de hoogte van subsidies op windmolens. Naast zijn baan verdiende hij in vijf jaar tijd minstens een miljoen euro aan zijn éígen windmolens.

Beeld anp

Wim Stam voelt nog even of de gele helm stevig op zijn hoofd zit en kijkt dan naar boven. Tachtig meter hoger ligt het doel van zijn klim. Daar, op masthoogte van de hoogste windturbine van Nederland, zal hij minister-president Balkenende vertellen over de indrukwekkende hoeveelheid stroom die deze 3,6 megawatt-turbine opwekt. Stam, 63 jaar oud, gespt zijn veiligheidspak vast en loopt met een voorzichtige glimlach achter de premier aan naar de ingang van de turbine. Pok. Hij hoort hoe Balkenende zijn hoofd stoot tegen de generator. Ze zijn boven.

Nog licht hijgend kijken ze over het polderlandschap van de Wieringermeer naar Afsluitdijk en Noordzee. Stam vertelt over de plannen van zijn werkgever ECN, Energieonderzoek Centrum Nederland. Stam is windexpert bij ECN en eindverantwoordelijk voor het testen van windturbines. Maar de laatste jaren heeft hij een deel van zijn tijd ook elders besteed. Draait hij zich 180 graden op de windmolen van ECN, dan kan hij bij helder weer in de verte zijn privé-windmolens zien draaien. Daar vertelt hij Balkenende die dag in 2009 niets over.

Beeld Goos van der Veen

Lucratief testpark

ECN, in het Noord-Hollandse Petten, is het belangrijkste Nederlandse onderzoeksinstituut op het gebied van energie. Het is een semi-overheidsinstelling, waar jaarlijks tientallen miljoenen aan subsidie naartoe gaan. Dat moet ook wel, want ECN lijdt al jaren verlies. In 2014 bedroeg dat verlies 16,7 miljoen euro. Er is één onderdeel dat jaarlijks wel een mooie winst maakt. Dat is het testpark onder leiding van Wim Stam. Het leveren van energie en verhuren van testruimte heeft in 2014 een bedrag van circa 9 ton opgeleverd.

Stam was jarenlang de belangrijkste man bij ECN Wind Energy Facilities BV, de afdeling die nieuwe windturbines test en certificeert. Het onderzoek dat Stam daar deed, stond goed aangeschreven. In vrijwel elk Europees onderzoek naar windenergie wordt verwezen naar de meetgegevens van zijn testlocatie. In de polder staan vijf experimentele windturbines, een meetnetwerk voor het meten van wind, geluid en de prestaties van turbines, en een schaalpark. Fabrikanten testen er de nieuwste prototypes voordat ze de markt op gaan. Krijgen ze een certificaat, dan worden ze op grote schaal geproduceerd.

Vanuit de hele wereld komen mensen bij Stam op bezoek. Zo ontvangt hij in augustus 2007 zeven leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Ze zijn naar de kop van Noord-Holland gekomen om van Stam te horen hoe het gaat met windenergie in Nederland. De Amerikanen zijn onder de indruk van het testpark in de Wieringermeer, blijkt uit een diplomatiek bericht dat later via WikiLeaks zou uitlekken. 'De nieuwste turbines worden steeds groter, de rotorbladen beslaan een oppervlakte groter dan die van een Boeing 747', berichten ze. En: 'Terwijl we praktisch onder de windmolen stonden, merkte Stam op dat de turbine bijna geen geluid maakte.'

Gevoelig voorstel

Rond die tijd krijgt Stam een voorstel van een collega. Of hij zin heeft om privé ook wat windmolens te exploiteren. Een gevoelig voorstel, want ECN is de belangrijkste adviseur van de overheid op het gebied van windenergie. Het adviseert bijvoorbeeld ook over de hoogtes van subsidies voor windmolens.

Die collega is Gert-Jan Langedijk, van de afdeling zonne-energie. Hij raakte, zegt hij zelf, 'betrokken' bij de plannen voor negen windmolens langs het Noordhollandsch Kanaal, windpark Burgervlotbrug. Via familie had hij daar nog wat grond, en het leek hem aardig om aan te sluiten bij een initiatief om daar windmolens op te zetten. Zelf zou hij er vier laten bouwen. Langedijk: 'We konden de uitdaging niet weerstaan. Wie krijgt er nou de kans om aan zoiets te beginnen?' Niet dat hij daar veel verstand van had, hij zat niet bij de 'windgroep van ECN', maar na consultatie van windexperts binnen ECN had hij er wel oren naar.

Alleen, het duurde allemaal wat lang. Langedijk: 'Toen we erin stapten, dachten we dat het moeilijk zou worden, maar het bleek nog tien keer moeilijker te zijn.' Gedoe met bouwaanvragen, protesterende bewoners. De hele mikmak. Na vijftien jaar bureaucratisch gehannes krijgt hij toestemming de molens op te tuigen. Dat was in 2006. Langedijk vroeg subsidie aan voor zijn vier turbines. Maar tegen de tijd dat ze goed en wel draaiden, had Langedijk er, mede vanwege gezondheidsredenen, geen trek meer in. Vandaar zijn voorstel aan collega Wim Stam. Of hij de turbines wilde overnemen.

Langedijk wil er verder niets meer over kwijt. 'Ik heb afspraken gemaakt om daarover niet naar buiten te treden, en daar houd ik me aan.' Documenten, opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), laten zien dat de molens officieel op 16 augustus 2008 van Langedijk naar de bv van Stam gaan. In die stukken, van Economische Zaken, staat dat voor de vier geplaatste turbines subsidie is aangevraagd en toegewezen. De vier molens krijgen in tien jaar tijd ruim 4,7 miljoen euro.

Bijverdienste

Een prachtdeal voor Stam. Eigen, gesubsidieerde windturbines, die hem jaarlijks naast zijn fulltimebaan een mooie bijverdienste opleveren en ook nog eens lekker dichtbij zijn werk liggen. Zeven minuten rijden.

Maar Wim Stam heeft weinig zin om over zijn eigen windmolens te praten. Waarom hij in 2007 besloot de vier molens te kopen? 'Dat is tussen mij een collega. Je groeit er gewoon in.' Hij ziet ook geen enkel probleem met zijn werk. 'ECN heeft niet als doelstelling om windmolens te exploiteren, dus ik zie geen botsende belangen.' Ook heeft hij het 'formeel gemeld' bij zijn werkgever, en was hij er niet zoveel tijd aan kwijt. 'Anders had ik het er natuurlijk niet naast kunnen doen.'

Maar bij wie hij zijn eigen windmolenpark heeft gemeld, wil hij niet zeggen. En ook niet hoeveel hij er aan verdiend heeft. 'Het lijkt me niet verstandig daar antwoord op te geven.' In de jaarrekeningen van de vennootschap van Stam is te zien hoe groot die bijverdienste is. Het eigen vermogen stijgt elk jaar, tot een bedrag van ruim 1 miljoen euro in 2013.

Dat had nog meer kunnen zijn als Stam de opbrengsten niet had moeten delen. Want op papier lijkt Stam dan wel de enige eigenaar van de vier windmolens te zijn, maar betrokkenen melden dat er op de achtergrond nog andere eigenaren zijn. Deze zogeheten stille vennoten brengen geld in en krijgen een winstrecht, maar zijn verder nergens verantwoordelijk voor. Het gaat om een aantal accountants en belastingadviseurs, die elkaar kennen van hun werk bij WEA Accountants.

Fiscaal gunstig

Aanvoerder van het clubje is registeraccountant Koos Neuvel, die zich gespecialiseerd heeft in windenergie. Zo weet Neuvel precies hoe hij windmolens in een fiscaal gunstig jasje kan steken. Net als Stam weet hij door zijn professie hoe aantrekkelijk een belegging in windmolens kan zijn. Neuvel is net als Stam als een autoriteit in de windenergiewereld. Als de Rijksdienst voor Ondernemend Neder-land in 2013 bijvoorbeeld een onderzoek doet naar de uitbreiding van het ECN Testpark, dat onder leiding van Stam staat, is Neuvel een van de experts die advies geven.

Ook Neuvel wil weinig over de vier gezamenlijke windmolens zeggen. 'Dat is een overeenkomst tussen partijen waar ik niks over ga zeggen.' Stam kende hij omdat hij ook zijn accountant was. Of al die rollen door elkaar geen problemen opleveren? Dat vindt Neuvel niet. 'Fiscaal was alles transparant.' Hij vindt het ook niet vreemd dat hij privé belegt in het windpark van een klant. 'Wij zijn tenslotte ook ondernemers.'

Stam, Neuvel en de andere aandeelhouders hebben de vier windmolens eind 2013 verkocht. Ze kregen er een paar miljoen voor, vertelt de nieuwe eigenaar. Ruim een jaar later is Stam met pensioen gegaan. 'Ik doe nu helemaal niets meer in windenergie.'


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden