Reportage

Windenergie is lucratieve business

Hoe handige jongens verdienen aan een milieu-eis.

De windmolen in het havengebied bij de NSDM werf(rechts).Beeld Raymond Rutting

Ondernemer Martijn Pater (41) loopt naar de kluis in zijn kantoor op het NDSM-terrein in Amsterdam en vist er een brief uit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Samen met vierhonderd andere bedrijven op de voormalige scheepswerf wil Pater zes windturbines in het gebied neerzetten. Daarmee kunnen ze niet alleen hun eigen stroom opwekken, maar ook zesduizend huishoudens in de buurt van energie voorzien. 'Hoe dichterbij je woont, hoe goedkoper je straks groene stroom van ons kunt krijgen. Ter compensatie, want zo'n ding staat wel in je uitzicht.' En Pater begrijpt ook wel dat dat niet leuk is voor omwonenden.

Maar de buren deden de afgelopen jaren niet moeilijk. Er kwamen geen bezwaren. De gemeente Amsterdam paste het bestemmingsplan aan en de vergunningen voor de eerste molen werden in 2014 verleend. De banken stonden in de rij om het ding van zo'n 4 miljoen euro te financieren, zegt Pater. 'Rabobank, Triodos, ASN - ze willen allemaal.' En ook de rijksoverheid hielp. Dat staat in de brief die Pater al in oktober 2014 kreeg van de RVO en die hij in zijn kluis bewaart. Voor die eerste windmolen krijgt Pater in totaal bijna 6 miljoen euro subsidie, verspreid over vijftien jaar. NDSM Energie heet de coöperatie die de windmolens gaat exploiteren.

Nieuwe windturbines

Ruim twee jaar later staat de vergunde windturbine er nog steeds niet. Dat komt door de provincie Noord-Holland, zegt Pater. 'De provincie is tegen windmolens. Vooral de VVD.' Dus keurt de provincie projecten af die gemeenten hebben goedgekeurd. Noord-Holland stelt strenge eisen aan nieuwe windmolens. En twee van die regels verhinderen dat het project van Pater op het NDSM-terrein van de grond komt. Zo moeten nieuwe turbines op minimaal 600 meter van bebouwing staan - verder dan in andere provincies - en wil de provincie dat er voor iedere nieuwe turbine twee oude verdwijnen.

Dus stond er de afgelopen maanden zo nu en dan een onbekende bij hem op de stoep voor een kop koffie. Sommige eigenaren van oude windturbines bleken zich verenigd te hebben. 'Ze willen het onderste uit de kan', vertelt Pater. Ze beloofden ervoor te zorgen dat er twaalf oude windmolens in Noord-Holland verdwijnen, zodat hij zes nieuwe mag neerzetten. Maar dat doen ze niet voor niks. 'Eerst wilden ze in ruil een belang van 50 procent in ons project. Hun laatste eis is dat ze voor 20 procent meedoen.'

(Tekst gaat verder onder foto)

Beeld anp

Onacceptabel, zegt Pater. 'Wij proberen hier lokaal draagvlak te creëren door er een samenwerkingsproject van bedrijven en burgers van te maken. Dan moet de winst ook hier terechtkomen en niet bij handige ondernemers uit de provincie.'

Goed, zijn zes windturbines op het NDSM-terrein moeten eerst nog gebouwd worden, maar dat windenergie lucratief is, ontkent Pater niet. De turbines die ze op het oog hebben kosten rond de 4 miljoen euro per stuk. De bank leent 90 procent, de overige 4 ton betalen ze zelf. Vervolgens betaalt het stroombedrijf hen voor de geleverde stroom en krijgen ze van de overheid subsidie voor de geleverde windenergie. Die subsidie bedraagt maximaal zo'n 6 miljoen euro voor een periode van 15 jaar. De penningmeester van hun coöperatie, - 'een bankier' - heeft berekend dat ze 1 tot 1,5 ton winst per jaar gaan maken. 'Per molen, hè?'

Psychotherapeut en windondernemer Felix Olthuis (72) is een van die 'handige ondernemers' die oude windturbines in de aanbieding heeft. Hij is bestuurslid van de Vereniging Herstructurering Windmolens, die 25 à 30 molens aanbiedt, namens verschillende partijen. Ze hebben zich verenigd, vertelt Olthuis, om die turbines 'zo gunstig mogelijk in te brengen'. Olthuis: 'Als iemand nieuwe turbines wil neerzetten, gaan wij met diegene in gesprek over hoe onze participatie eruit komt te zien. We willen de molens niet zomaar verkopen, maar zelf door in de wind.'

Wat hij bij zulke onderhandelingen op tafel legt, wil hij niet zeggen. Wel dat deze handel onontgonnen terrein is. 'Referentiekaders zijn er niet.' Dat geeft zijn vereniging een sterke positie, die een monopolie benadert. Ook omdat de markt voor oude windturbines zich 'aan het sluiten is'. Olthuis: 'Volgens de provincie is het maximale aantal turbines in Noord-Holland bijna bereikt. Er is mogelijk nog ruimte voor tien tot twintig nieuwe molens.' Dat betekent dat er nog maximaal veertig turbines 'verkocht' kunnen worden, en Olthuis en zijn vereniging hebben het grootste deel van die voorraad. Het bestuurslid zegt: 'Wij bieden de laatste saneringsturbines aan. Er is geen concurrentie meer. Dat moet tussen nu en Kerst tot deals gaan leiden.'

Dat moet omdat de provincie Noord-Holland uiterlijk midden januari moet weten of zij in 2020 genoeg windenergie kan leveren. Het Rijk eist dat de provincie dan 685,5 megawatt levert. Noord-Holland heeft daarvoor nu nog 105,5 megawatt aan extra capaciteit nodig. In november dacht het college deze doelstelling te gaan halen, maar dat is toch weer onzeker geworden. Onder andere door de rigide opstelling van de vereniging van Olthuis komen nieuwe projecten langzamer van de grond dan gedacht.

Windmolens in getallen

30 oude windmolens biedt de Vereniging Herstructurering Windmolens aan. Zij bezit veel van de molens die voor sloop in aanmerking komen.

20 windmolens kunnen er volgens de provincie Noord-Holland nog maximaal bijkomen. Maar voor elke nieuwe moeten er twee gesloopt worden.

'Veel te streng'

Gedeputeerde Ralph de Vries (D66) stapte eind november op, uit onvrede met het provinciale beleid over windenergie. Hij verwijt met name de VVD veel te strenge regels voor nieuwe molens op te stellen, zoals de verplichte één-voor-tweeregeling. Die regel benadeelt bijvoorbeeld partijen in het Amsterdamse havengebied en geeft de vereniging van Olthuis een ongekend sterke positie. De Vries: 'Het leidt tot verstoorde marktwerking, het opdrijven van de kostprijs van nieuwe turbines en het toe moeten staan van participatie van anderen in jouw project.'

Vermogen

Kees-Jan Leijen (55), een ondernemer in machines en agrarische producten, haalt achter zijn windturbine in Anna Paulowna een sleutel onder een steen vandaan en zwaait de deur van zijn Bonus 300-turbine open. 'Welkom', zegt hij. Op de smalle ladders naar boven vertelt Leijen, die bij de vierde ladder even pauzeert, dat zijn Bonus lang niet meer zo veel opbrengt als tien jaar geleden. De energieprijs is laag, zijn kleine molen heeft weinig vermogen, maar belangrijker: hij heeft de MEP-subsidie van de overheid opgebruikt. 'Ik ben uitgemept, zeg maar.'

Leijen halverwege de molen: 'Ik krijg nog geen 4 cent per kilowattuur, bijna 28 duizend euro in een jaar. Maar daarvan gaat tweederde op aan onderhoudskosten. De turbine draait nog prima, maar levert niet veel meer op.' De molen kan nog tien jaar mee, produceert nog duurzame energie, maar zonder subsidie is hij niet rendabel. 'Dit is de belangrijkste reden dat prima producerende molens voortijdig gesloopt worden.' En dus is Leijen op zoek naar een nieuwe bestemming voor zijn turbine.

In de bovenste koker van de Bonus is de wind buiten voelbaar. De molen schudt zachtjes heen en weer. Leijen klapt de kap open en stapt naar buiten. Hij staat in de gondel van zijn Bonus. De wieken heeft hij voor de veiligheid stilgezet. Kost hem weer een paar euro. 'Jammer dat het bewolkt is, anders kun je Texel zien liggen', zegt hij, wijzend naar de bruingroene polder voor hem. Hoewel het een hele klim is naar 40 meter hoogte via de smalle ladders, is Leijen al 'zeker honderd keer' naar boven geweest.

(Tekst gaat verder onder foto)

NDSM-terrein.Beeld anp

In de aanbieding

De afgelopen maanden kreeg de ondernemer wat mensen aan huis die vroegen of ze namens hem zijn molen in de aanbieding konden doen. Hij hield het af. Leijen: 'Ze gaven me contracten, maar ik heb niets getekend.' Wat hij concreet zou kunnen krijgen voor zijn oude Bonus vertelden de mensen hem niet. Hij is nu zelf maar wat aan het googlen geslagen, om te kijken of hij het ding ergens in het buitenland kan verkopen.

Als Leijen met 30 duizend euro genoegen neemt voor zijn oude windturbine, kan hij bij Martijn Pater terecht. Dat is het bedrag dat de coöperatie NDSM Energie maximaal wil betalen, zegt Pater. Maar hij is somber over de slagingskans van zijn project. Hij heeft twaalf oude turbines nodig om met NDSM Energie zes nieuwe neer te kunnen zetten.

De mensen die bij hem langskwamen wilden óf meedoen in hun windpark óf vroegen krankzinnige bedragen. 'Soms wel meer dan 1,5 ton.' Op deze manier kan hij voor midden januari nooit een akkoord sluiten met partijen die saneringsturbines aanbieden. Pater heeft nu al zijn hoop gevestigd op de provincie, om toch de zes windturbines te kunnen plaatsen in Amsterdam-Noord. Pater: 'We kunnen er alleen nog uitkomen als de provincie een uitzondering gaat maken op de regels.'

Reacties: onderzoek@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden