Wind brengt welvaart, maar niet zonder slag of stoot

Een Nederlands windmolenpark moet stroom en welvaart brengen in het desolate noorden van Kenia. Voorlopig zaait het project vooral tweespalt tussen de rivaliserende nomaden.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

'Als die windmolens op onze steppe niet brengen wat is beloofd, dan zijn we tot alles bereid. We slepen de ontwikkelaars voor de rechter of erger...', zegt het in kakiuniform gehulde dorpshoofd Lenguyan Lolokoria dreigend. De kring van mannen gromt instemmend na de woorden van de voorman van hun dorp Mount Kulal. Een dertigtal dorpsoudsten zit en ligt onder de schaduw van de boom, de dunne wandelstokken en geweren naast hen in het gras, de mobieltjes in de hand.


De dagelijkse vergadering van de dorpsoudsten in het groene bergdorp staat in het teken van de crisis; het toenemend geweld tussen de rivaliserende nomadenstammen Samburu, Turkana en Rendile in het hart van Marsabit, de droge vlakten in het noorden van Kenia. Hier leven rondtrekkende 'pastoralisten' nog geheel volgens de traditie van en met hun vee, inclusief het eeuwenoude gebruik van veeroof en daarop volgende wraakacties van de gedupeerde stam.


Op dit desolate, gortdroge nomadengebied ten westen van Lake Turkana verrijzen volgend jaar 353 windturbines op een grondgebied van 40 duizend hectare, die in totaal 300 megawatt aan groene stroom gaan opwekken - 20 procent van de totale energiebehoefte van Kenia. De aanleg van dit 'grootste windpark van Afrika' gaat ruim 630 miljoen euro kosten en wordt gefinancierd door onder meer de Nederlandse Ontwikkelingsbank FMO, de Europese Investeringsbank EIB en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Een schoolvoorbeeld van schoon en sociaal privaat ondernemerschap, zo bejubelen de financiers het Lake Turkana Wind Project (LTWP) al op voorhand.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Landroof

Niets van waar, zo beweren belangenvertegenwoordigers van pastoralisten. Ook bij het Lake Turkana Wind Project is gewoon sprake van ordinaire landroof, zoals vaker het geval is wanneer overheden maar al te graag grond in gebruik geven aan bedrijven. 'Rondtrekkende veehouders worden niet voor vol aangezien en hun rechten op de grond worden niet onderkend door de Keniaanse overheid', legt landrechtspecialist Alba Espinoza Rocca van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cordaid uit. 'Zoals altijd wordt deze gemeenschapsgrond te gemakkelijk voor een ander doel weggegeven. Ondanks toezeggingen wachten we nog steeds op wetgeving die het gebruik en de overdracht van dergelijke gemeenschapsgrond regelt en vastlegt dat de lokale bevolking moet worden geconsulteerd en gecompenseerd.'


Toch zegt de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, die onlangs nog in opspraak kwam in verband met de financiering van een stuwdam op indianengebied in Panama, niet te twijfelen aan de intenties van de projectontwikkelaars. 'Zo'n uitgebreid consultatieproces als dit hebben we niet eerder meegemaakt', zegt Maarten van Renssen, sociaal- en milieuspecialist bij FMO. 'Er is met alle stammen gepraat, maar ook met vrouwen en jongeren. En iedereen wordt betrokken bij de uitvoering van de sociale programma's. Met het dna van dit groepje ondernemers, die Afrika op hun duimpje kennen, zit het echt wel goed.'


Het idee voor LTWP is ontsproten in het brein van de Nederlandse ondernemer Willem Dolleman, die het Turkanameer vaak bezocht om er te vissen. De harde wind die in consequente richting vanuit het meer over de kale vlakten giert, leek hem ideaal voor het opwekken van windenergie. Toen de olieprijs in 2004 begon te stijgen en alternatieve energiebronnen aantrekkelijk werden, was het moment aangebroken om van de fantasie werkelijkheid te maken. Met een vijftal andere Europese ondernemers, die net als hij al jaren werken en wonen in Kenia, werkte hij zijn plannen verder uit en wist hij de Keniaanse overheid te overtuigen van het belang van schonere en goedkopere energie. Ze leasten 150 duizend hectare grond en de overheid beloofde een 428 kilometer lange transmissielijn aan te leggen om het park aan te sluiten op het nationale stroomnet in hoofdstad Nairobi. Niets leek meer mis te kunnen gaan toen de laatste handtekeningen eind vorig jaar waren gezet.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Wraakactie

Maar nu de eerste werkzaamheden op gang komen - de aanleg van een weg en de fundering voor de 352 windturbines van het Deense bedrijf Vestas (type V52), neemt de spanning tussen de rivaliserende nomaden toe. Bij een aanval op het dorpje Sirima, midden in de windmolenprojectzone, werden vorige maand vrouwen en kinderen in hun hutjes gedood; een ongekend wrede wraakactie op Turkana die een maand eerder zonder pardon een Samburu-vrouw zouden hebben vermoord. De Turkana namen de volgende dag wraak op de Rendile, die ze over één kam scheren met de Samburu; ze doodden tien mensen, onder wie vrouwen en kinderen en namen vierduizend stuks vee mee. Nu is het wachten op de volgende wraakactie. En dus staan alle mannen in de regio zwaar bewapend op scherp.


Sommigen doen het geweld af als uit de hand gelopen praktijken rondom cattle rustling, traditionele veeroof, maar steeds vaker wordt het windproject genoemd als oorzaak. Dat zou een splijtzwam vormen tussen de rivaliserende stammen die allemaal vinden dat zij het meeste recht hebben op de grond en dus ook op het profijt dat die oplevert; infrastructuur, voorzieningen als elektriciteit, water, scholen, klinieken, sociale investeringsprogramma's en bovenal: werkgelegenheid.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Banen

'Maar waar blijven die banen nu?', vraagt dorpshoofd Lolokaria zich hardop af als de vergadering in Mount Kulal ten einde loopt. 'Er was ons van alles beloofd, maar ik zie niets gebeuren. We hebben hier opgeleide mensen: chauffeurs, mecaniciens, bouwvakkers. We hebben allemaal gesolliciteerd, maar we zitten hier nog steeds werkeloos onder de boom. We waren honderd procent voorstander van het project, maar nu twijfelen we.'


Niet alleen in het relatief groene Samburu-dorp Mount Kulal is de stemming omgeslagen. Ook de Rendile in het stoffige dorp Kargi, 200 kilometer verderop, zijn ontstemd. En dan vooral over de verplaatsing van het dorpje Sirima, waar voornamelijk Turkana leven. Het moest wijken voor het project. Nu staan er 500 meter verderop fonkelend nieuwe hutjes met elk een solarlamp, hebben de Turkana een eigen waterpomp en krijgen ze binnenkort een school, zonnepanelen, een gezondheidskliniek en een echte winkel die de projectontwikkelaar hen gaat leren te exploiteren.


Rendile-dorpshoofd David Wambile wijst op het wiebelende, groene plastic stoeltje in het zand voor zijn huis op een landkaart uit 1914, waarop de grondrechten duidelijk zijn aangegeven: Sirima ligt onmiskenbaar in Rendile-gebied. De Turkana hebben er dus niets te zoeken, laat staan dat alleen zij mogen profiteren van toenemende welvaart.


Als de zon begint te branden worden de laatste kuddes kamelen en geiten de vlakte opgedreven. Graatmagere mannen in omslagdoek sjokken er met hun dunne wandelstok achteraan, terwijl de vrouwen met hun dikke kragen van kettingen en baby's op de rug met jerrycans hun dagelijkse gang naar de waterput maken. Op de stoffige zandweg rennen de laatste schoolkinderen naar hun les. Daarna is het op het gekraai van een enkele haan weer oorverdovend stil.


Wambile geeft lachend toe dat de landkaart uit 1914 niet helemaal representatief meer is. 'De Turkana hoeven ook niet weg', vindt hij. Maar het moet hun niet te gemakkelijk worden gemaakt. Straks nemen ze de boel helemaal over.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Erkenning van traditionele grondrechten

Conflicten over de rechten op de grond zijn bij buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden eerder regel dan uitzondering. Onderhandelingen vinden meestal plaats tussen bedrijf en overheid, terwijl de lokale bevolking amper in de plannen wordt gekend.


De voorbeelden van burgers die zonder pardon van hun land worden gezet en het nakijken hebben, zijn legio. In Indonesië en Maleisië wachten duizenden boeren die zijn onteigend voor de aanleg van palmolieplantages al jaren tevergeefs op de hun beloofde compensatie. In Kenia verzetten lokale organisaties zich met hand en tand tegen landroof door oliemaatschappijen, plantages voor voedsel of biobrandstof maar ook door bijvoorbeeld aanbieders van safaritoerisme.


Groot probleem in ontwikkelingslanden is het ontbreken van kadastrale gegevens, waardoor de vaak ongeletterde en ongeïnformeerde burgers het eigendom van de grond niet kunnen opeisen. Nog lastiger wordt het wanneer burgers rondzwerven en geen vaste verblijfsplek hebben, zoals de veehoudende nomaden in Kenia en Tanzania. Belangenorganisaties zijn niet tegen commerciële investeringen, maar hameren op erkenning van de traditionele grondrechten van de zwervende nomadengemeenschappen. Dat geeft hun meer inspraak en dus ook meer profijt van de winst die wordt gemaakt op de grondstoffen die op hun land wordt gewonnen. Zelfs al is dat zoiets ongrijpbaars als wind.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Geweld

'Wordt dat niet goed geregeld, dan ontstaan conflicten zoals nu bij Lake Turkana Wind Project', zegt landrechtenadvocaat Shadrack Omondi. ' Iedereen maakt misbruik van de onwetendheid van de lokale bevolking. Daarbij wordt bovendien steeds meer geweld gebruikt.'


Omondi werkt voor de door Cordaid opgezette Coalition of European Lobbies on Eastern African Pastoralism (CELEP), die zich inspant voor de rechten van veehoudende nomaden in Oost Afrika. 'Jonge mensen hier moeten de keuze krijgen of ze het nomadenbestaan van hun ouders voortzetten of dat ze zich duurzaam vestigen en gaan proberen geld te verdienen aan hun vee en landbouw', vindt Omondi. 'Er liggen allerlei kansen in de verwerking van melk of vlees, maar die blijven nu onbenut.'


Op de kale vlakte, waar de eerste windturbines volgend jaar moeten draaien, staat dezer dagen geen zuchtje wind. De door de wind kromgebogen bomen en dorre struikgewassen staan roerloos. Slechts een enkele vrachtwagen veroorzaakt een stofwolk in het landschap als hij zich hortend en stotend over de rotsige zandweg heen laveert om de 200 kilometerlange weg vanaf Laisamis richting het project aan te leggen - een bijdrage van 10 miljoen euro van de Nederlandse overheid. Op de bouwplaats zijn de eerste tachtig inwoners uit de omliggende dorpen ingewerkt om de graafmachines te bedienen die stenen voor de fundering verpulveren. Jonge Turkana, Samburu en Rendile in uniform en op versleten watersandalen bemannen eensgezind de beveiligingsstationnetjes bij de toegangswegen tot het project. Het vaste salaris van 150 euro per maand compenseert de eindeloze leegte en stilte die hen omringt tijdens hun ellenlange shifts.

Beeld Sven Torfinn / Volkskrant

Vrouwen

Net als deze jongeren kijken ook de vrouwen liever naar wat hen bindt, dan scheidt. De Rendilevrouwen in het gemengde dorp Loyangalani balen van het geweld van de mannen. 'Als wij het hier voor het zeggen zouden hebben, gebeurde dit niet. Maar ja, niemand luistert hier naar vrouwen', lacht Nangiso Mikarkona. Met een groepje vrouwen zit ze met haar benen kralentooi om het kaalgeschoren hoofd in het zand voor haar hutje in de manyatta, een kring van hutten waartussen het vee 's nachts veilig verblijft. 'Door al die wraakacties zijn we alles kwijt - alleen al in mijn familie 1.500 dieren - en kunnen we weer van voor af aan beginnen. Mijn zoon kan niet eens naar school nu omdat ik geen schoolgeld kan betalen.'


De manyatta is vrijwel verlaten; de Turkana zijn gevlucht uit angst voor wraak, alleen de ouderen zijn gebleven. Volgens de vrouwen heeft het geweld niets te maken met het windproject. 'Het is gewoon ouderwets tribalisme', zegt Mikarkona. 'Die mannen doen verongelijkt over het feit dat ze geen banen krijgen, maar ze hebben gewoon de juiste papieren niet', lachen de vrouwen. Zij juichen de economische ontwikkeling in hun regio juist toe. 'We willen niet meer afhankelijk zijn van dieren die telkens door de droogte sterven. Geef mij maar geld zodat ik een handeltje kan opzetten', zegt ze terwijl ze naar haar beurstasje onder haar oksel wijst.


Het opzetten van ondernemingen is een van de pijlers van het sociale programma Wings of Change, dat gekoppeld is aan het windpark. Gedurende twintig jaar komt er jaarlijks circa 500 duizend euro vrij voor de omliggende dorpen om scholen, gezondheidsklinieken en bedrijven op te zetten. Daarnaast keert het Lake Turkana Wind Project de emissierechten uit aan de bevolking - naar schatting 5 miljoen euro per jaar.


'Dat hoeven we niet te doen', zegt bestuursvoorzitter Carlo van Wageningen, die net als oprichter Willem Dolleman al zijn hele leven werkt in Afrika. 'Wij vinden oprecht dat die rechten in Kenia thuishoren, bij de lokale bevolking. We willen hen niet beroven van hun grondstoffen. Integendeel: we brengen juist elektriciteit en welvaart naar hen toe.'

Nieuwe onderhandelingen

Lokale politici echter twijfelen aan die goede bedoelingen. Het contract met LTWP is tot stand gekomen voordat de Keniaanse overheid het bestuur in 2013 decentraliseerde naar 47 provincies. Nu willen de lokale politici zwart op wit dat het LTWP-geld naar de provincie gaat en dat er nieuwe onderhandelingen plaatsvinden over de resterende 110 duizend hectare die LTWP heeft gepacht en zegt als bufferzone aan te houden; voor proefwindmolens, uitbreiding of om de concurrentie te weren.


De provincie Marsabit heeft de overheid inmiddels voor de rechter gedaagd. 'Wij willen geen fooi, maar gewoon eerlijk delen in de winst die op ons land wordt gemaakt', zegt Daud Tamasot Arkhole, een Samburu-afgevaardigde in het provinciebestuur van Marsabit, strijdlustig tussen de ronkende vrachtwagens op het benzinestation van Marsabit.


In het verplaatste dorp Sirima probeert Nick Taylor, de projectcoördinator van LTWP, zittend op een boomstam in de schaduw, de zorgen van de bevolking weg te nemen. 'Nu de werkzaamheden begonnen zijn, wordt men ongeduldig. Iedereen wil nu meteen resultaat zien, maar de sociale winst kunnen we pas uitkeren als de windmolens operationeel zijn, in 2018. We hebben dat duizend keer uitgelegd, aan alle belanghebbenden. Helaas zitten nu lokale politici die zich naar hun achterban willen profileren, het vuurtje op te stoken.'

Randverschijnselen

In een stofwolk rijdt een vrachtwagen met Turkana terug naar Sarima, waar de gevluchte Turkana de draad weer hopen op te pakken. Daar zijn inmiddels de eerste invloeden van de naderende beschaving zichtbaar. De grond ligt bezaaid met lege bierflessen, mannen met rooddoorlopen ogen hangen qat kauwend wezenloos rond. Tussen de traditionele Turkana-vrouwen vallen de sexy geklede vrouwen op die hopen geld te verdienen aan de toestromende werklui voor het Lake Turkana Wind Project. 'Welvaart komt helaas niet zonder de randverschijnselen ervan', verzucht directeur Carlo van Wageningen.

Private ontwikkelingshulp

Dit is het derde en laatste deel van een drieluik over de rol die private partijen kunnen spelen bij de verwezenlijking van ontwikkelingsdoelen, vooruitlopend op de VN-top Financing for Development van 13 tot 16 juli in Addis Abeba, Ethiopië. Daar moeten miljarden euro's bij het bedrijfsleven worden gevonden om de 17 nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) tot 2030 te bereiken. De SDG's vervangen de Millenniumdoelen, die eind dit jaar aflopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden