Reportage Dag van de Industrie

Wiebes op de Dag van de Industrie: ‘Wij gaan jullie echt niet wegjagen’

‘De industrie ligt met de energietransitie onder een vergrootglas. Maar dat schept ook kansen’, zei minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat maandag op de Dag van de Industrie, die werd gehouden in het congrescentrum van het jubilerende Tata Steel in IJmuiden. Bij deze bijeenkomst waren vertegenwoordigers van alle belangrijke industrieën in Nederland aanwezig.

Wiebes noemde zichzelf een bondgenoot van de industrie. Foto ANP

Hij liet ze weten dat de Nederlandse overheid niet de strengste wil zijn met het uitvoeren van het akkoord van Parijs over CO2-reductie. ‘Maar wel de voortvarendste. Als wij een voortrekkersrol vervullen, kunnen we de kennis gaan exporteren in plaats van importeren’, aldus de bewindsman. Hij zei dat geen enkel land aan CO2-reductie en de energietransitie zal kunnen ontkomen. Daarom is het beter de eerste te zijn dan de laatste. Hij wees erop dat Nederland dankzij de ligging bij de zee unieke kansen heeft om CO2 op te slaan in lege gasvelden en windenergie van zee aan land te brengen.

Krappe voldoende voor het kabinet

Wiebes reageerde daarmee op een onderzoek van werkgeversorganisatie VNO-NCW waaruit blijkt dat het huidige kabinet van de industrie slechts een rapportcijfer 5,5 krijgt – daar is met pijn en moeite een voldoende van te maken – voor het industriebeleid. De industriële bedrijven vinden dat ze te veel op hun bord krijgen in de internationale concurrentiestrijd. Ze moeten de uitstoot van broeikasgassen drastisch verminderen, terwijl er te weinig goedgeschoolde mensen zijn en een nieuwe technologische revolutie wacht door robotisering en digitalisering. Wiebes zei dat niemand zich druk zou moeten maken om robotisering. ‘Het weefgetouw was toch al een soort robot, net als de wasmachine. Als nieuwe machines vies, vuil en saai werk uit handen kunnen nemen, moeten we dat met beide handen aangrijpen. Er komen altijd weer andere banen voor terug.’ Overigens staat ook 90 procent van de industriële bedrijven positief tegenover robotisering en digitalisering.

Wiebes prees Tata Steel (‘als scholier was ik hier op excursie en vooral onder de indruk van de enorme snelheid van de walserijen’) vanwege de productiviteitsstijgingen van 2,5 procent die hier in de afgelopen decennia zijn gerealiseerd. ‘Er wordt nu meer staal met veel meer toegevoegde waarde gemaakt dan in mijn tijd, met veel minder mensen. En het ruikt hier ook minder erg dan toen’, zo prees hij de gastheer. Wiebes noemde zichzelf een bondgenoot van de industrie, maar zei de industrie ook aan te spreken op haar verantwoordelijkheid in het klimaatbeleid. ‘We gaan de industrie echt niet wegjagen uit dit land’, aldus Wiebes. ‘De industrie is nog altijd goed voor 30 procent van de werkgelegenheid – twee miljoen banen –, 34 procent van het nationaal inkomen, 60 procent van de export en 70 procent van de productiviteitsgroei’, zo had hij laten berekenen.

Nieuwe initiatieven

Directeur Theo Henrar van Tata Steel erkende dat industrie zonder innovatie geen toekomst heeft. Daarom grijpt het staalbedrijf in IJmuiden het honderdjarig jubileum, dat vanaf volgende week zal worden gevierd, ook aan om de initiatieven daarvoor te benadrukken. Zo is er de nieuwe, al draaiende proeffabriek Hisarna, waarin erts wordt verwerkt tot ijzer zonder allerlei tussenprocessen. Dat moet leiden tot een CO2-reductie van 50 procent. Henrar benadrukte dat de industrie de basis blijft van het Nederlandse verdienmodel. ‘In de afgelopen jaren is vooral de focus gericht op de kennisindustrie, maar je ziet dat de aandacht nu weer terugkeert bij de maakindustrie. En dit is het hart van de maakindustrie in Nederland.’ Ondanks het conflict dat de Europese staalbedrijven hebben met de Amerikaanse regering over de importheffingen, citeerde hij Trump. ‘Over één ding ben ik het met hem eens: ‘Een land zonder staalindustrie is geen land.’ Daarom pleitte hij voor een nieuw ambitieus industriebeleid, waarbij industrie in de toekomst ook de basis van de circulaire economie zal zijn. Hij voorspelde dat het hoogovenbedrijf in IJmuiden er over honderd jaar nog steeds zal zijn. ‘Maar wel in een heel andere gedaante. Als een cluster met chemische bedrijven die de hub is van waterstofproductie die wordt opgewekt met wind.’ Voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW pleitte voor een slimme aanpak bij de transitie, zodat bedrijven bij het uitschakelen van fossiele energie niet worden benadeeld. ‘Want dan zie ik het niet gebeuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.