'Wie wil de wereldzeenog over?'

De kater na de beurshausse is lang en hardnekkig. Heeft het aandeelhouderskapitalisme nog toekomst? Of zijn er goede alternatieven? Vandaag deel 5 in een serie interviews....

Anton van Rossum, topman van bankverzekeraar Fortis, kijkt zijn gesprekspartners vorsend aan. 'Ik kreeg vroeger elke week Engels, Frans en Duits op school. U toch ook? Maar nu zijn Duits en Frans facultatief. De jeugd gaat na de middelbare school leuk een jaar op reis, maar daarna zijn de buitenlandse aspiraties over. Ze gaan in hun eigen stad aan het werk.'

Van Rossum ziet het met lede ogen aan. Gespreksonderwerp is de vraag of er meer toekomst is voor een Europese manier van ondernemen dan voor het Amerikaans georieerde aandeelhouderskapitalisme. Maar de Fortisvoorzitter lijkt te vragen: over welke Europese stijl heeft u het? We zijn nog nauwelijks Europees!

'Europese overheden zijn geneigd zichzelf af te schermen van de buitenwereld. Ze denken dat grenzen nog bestaan of gesloten kunnen worden. Maar dat kan allang niet meer. Ook veel bedrijven zouden Europeser kunnen denken, Europa meer als een markt kunnen beschouwen.'

Afgelopen weekend betoogde collega-bestuursvoorzitter en concurrent Rijkman Groenink van ABN Amro iets vergelijkbaars. Hij betichtte de Europese overheden van 'politieke onwil' om grensoverschrijdende fusies en overnames in het bankwezen toe te staan. Grote Europese banken komen daardoor moeizaam van de grond. Terwijl een grote Europese bank volgens Groenink het enige antwoord is op de mondiale opmars van de Amerikaanse grootbanken.

Van Rossum is het met die analyse eens. 'Er zijn in de banksector nog nationale toezichthouders, terwijl de bedrijven, de banken en verzekeraars, allang geen nationale bedrijven meer zijn. Fortis heeft te maken met toezichthouders in BelgiNederland, Luxemburg, Spanje, Frankrijk, Amerika, China, noem maar op. Ik kan vertellen: ze denken niet eensgezind over hun taak. De wetgeving ter plaatse is uit andere oorsprongen gegroeid. De economische werkelijkheid wil door, maar deze erfenis bemoeilijkt dat.'

Stel, er ontstaat grote Europese commerci bank. Opereert die bank anders dan de grote Amerikaanse concurrenten? Zal dat verschil merkbaar zijn? Van Rossum denkt van niet, 'tenminste, als we ervan uitgaan dat die bedrijven zich richten op de middellange termijn. Ik ben niet gecharmeerd van het kwartaaldenken, het is een nefaste gedachte dat een bedrijf zich daarmee het beste ontwikkelt.'

Hij noemt het 'domweg quatsch' dat Amerikanen alleen maar aan de korte termijn zouden denken en dat Europeanen vooral met de lange termijn bezig zijn. 'De waarheid ligt ergens in het midden. Het Europese systeem noemen we het stakeholder-model. Het houdt rekening met belangen van alle betrokkenen. Het Amerikaaanse systeem werkt vanuit de primaire aandacht voor de aandeelhouders, de shareholder. Het stakeholdermodel is het shareholdermodel op de midellange termijn. We moeten met z'n allen iets verdienen, anders gaat de trein niet vooruit.

'Maar handelen met het oog op de middellange termijn is niet iets typisch Europees. Ook Japanners en Chinezen doen het.'

Grensoverschrijdend ondernemen in Europa is in de ogen van Van Rossum niets anders dan een voorwaarde voor groei. Hij neemt de ervaringen van zijn 'eigen' Fortis als voorbeeld. 'Fortis is het resultaat van een fusie in 1990 tussen het Belgische AG en de Nederlandse Amev. Doel van die fusie was het creen van een platform om gezamenlijk sneller en beter internationaal te kunnen ontwikkelen dan elk voor zich zou kunnen. De Nederlandse en Belgische partners hadden de afweging gemaakt dat zij alleen die sprong niet konden maken. Waar toen zestienduizend mensen werkten, zijn dat er nu 62 duizend. Dat was zonder die samenwerking niet gelukt.'

Fortis is nu groot in de Benelux, maar niets menselijks is de collega's vreemd, weet Van Rossum. De neiging om te veel naar binnen te kijken bestaat overal, ook bij Fortis zelf. 'Toen ik hier kwam werken, zeiden ze bij private banking (vermogensbeheer voor rijke particulieren) dat ze de grootste waren in Nederland, de grootste in Belgin de grootste in Luxemburg. En ze keken met een blik van: we hoeven eigenlijk niets meer te doen. Terwijl al snel bleek dat er geen enkele reden was om op je achterste te gaan zitten. Private banking werd pijlsnel een Europese business. Op die markt zijn wij nu zevende en er is nog veel werk te doen.'

Een Europees bedrijf worden is niet gemakkelijk, geeft Van Rossum toe. De culturele verschillen worden soms flink aangewakkerd. 'Dan zegt iemand dat hij wel wil samenwerken in Europa, als het maar niet met de Fransen, de Duitsers, de Engelsen of de Italianen is.' Toch is het overbruggen van culturele verschillen een peulenschil vergeleken bij de lastige opgave van het cren van een werkelijk Europees bedrijf dat op diverse terreinen actief is. 'Als bankverzekeraar moet Fortis in elke sector werken op de manier die het beste aanslaat in de markt, waar we ook werken. Als je een Europese activiteit als private banking opzet als lokale bank, krijg je vrijwel geen klanten. Maar als je het lokale retail banking voor particulieren Europees als een private bank gaat optuigen, zit je met een te hoge kostenstructuur en steven je af op een failliet.

'De slag in de verschillende marktsectoren is veel moeilijker dan het overbruggen van verschillen tussen bijvoorbeeld Belgin Nederland. Het gaat er niet om of Duitsers, Britten of Italianen vreemde lieden zijn. Nederlanders en Belgen hebben ook vreemde gewoonten. De kunst is een onderneming op te zetten met Europees identiteit.'

Daarvoor blijft het essentieel om over de grenzen te kijken, meer dan Nederlanders nu doen, meent Van Rossum. 'Vroeger kwam je in welk land dan ook tenminste drie Nederlanders tegen: een ambassadeur, het hoofd van de handelsmissie en iemand van Shell. Dergelijke ondernemingen, ook Philips en Unilever bijvoorbeeld, zijn de ware opvolgers van de handelsreizigers uit vroeger eeuwen die de wereldzeeover gingen op zoek naar nieuwe markten.

'Wil de jeugd dit nog wel? Ik ben niet helemaal pessimistisch, maar als we Europees pretenderen te zijn, dan moeten we dat geweldige voordeel dat we hadden, onze talenkennis, onze beweeglijkheid in de wereld, behouden. We hebben in Nederland een veel groter potentieel om internationaal en Europees te zijn dan bijvoorbeeld in Duitsland of Groot-BrittanniMaar we moeten er wel aan blijven werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden