Analyse Vier verdienmodellen toerisme Amsterdam

Wie verdienen aan het massatoerisme in Amsterdam?

Coffeeshop Boerejongens op de Utrechtsestraat. De klanten staan klaar, een straatcoach houdt de boel in de gaten. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Miljoenen toeristen bezoeken jaarlijks Amsterdam. Dat geeft ergernis. Maar wat de één aanstootgevend vindt, is voor de ander een kans. Vier verdienmodellen achter het toerisme in Amsterdam. 

De Wallen

De Wallen in de Amsterdamse binnenstad vormen een enorme magneet voor toeristen. Naar verwachting trekt het gebied dit jaar zo’n 20 miljoen ­bezoekers uit binnen- en buitenland die de raamprostitutie met eigen ogen ­willen aanschouwen. Een optocht van ­gemiddeld tweeduizend passanten per uur. 

Amsterdammers zien met lede ogen aan hoe de historische binnenstad is omgetoverd tot biotoop van het massatoerismeBewoners, prostituees en bordeelhouders willen dat de overheid het aantal toeristen omlaagbrengt, want ze veroorzaken meer overlast dan omzet.

Kijken, kijken, niet kopen, is voor de meeste bezoekers het motto. ‘Hotels, kroegen, bars en andere horecagelegenheden profiteren het meest’, zegt Sietske Altink, die tientallen jaren onderzoek doet naar prostitutie in Nederland.

‘Coffeeshops en vliegmaatschappijen ook, maar in mindere mate. Toeristen op de Wallen geven zeker wel geld uit, maar vaak komt dit niet terecht bij de prostituees of raamexploitanten’, zegt ­Altink.

Van wat klanten wel betalen, houden de prostituees zelf weinig over. Het gros gaat naar bordeelhouders en pandeigenaren. Hun huurprijzen variëren en zijn afhankelijk van de locatie, maar in het Wallengebied betalen prostituees overdag ongeveer 100 euro per dag. Voor een nachtdienst moeten ze 130 tot 150 euro betalen.

‘Die panden zijn over het algemeen ontzettend duur vanwege prostitutie­bestemming. Het meeste geld wordt verdiend door ongrijpbare pandeigenaren’, zegt Altink. ‘Niemand weet wie ze ­precies zijn en wat ze eraan verdienen. Bordeelhouders zijn een stuk toegankelijker en verdienen niet zoveel aan prostitutie als de pandenbazen, want ze bezitten hun bordeel niet zelf.’

Om welke bedragen het gaat, kan ze niet precies zeggen. ‘Er wordt in de prostitutie altijd gesjoemeld met cijfers. Hoeveel klanten, hoeveel prostituees, hoeveel bedrijven... Niemand die het exact weet. Maar één ding staat vast: de prostituees zelf verdienen er het minst aan.’

Drugs

In 1975 erfde Henk de Vries de ­seksshop van zijn vader, maar de erotiek zag hij niet zitten. Hij vestigde in de ruimte café de Bulldog met gezellige tafels en bordspelletjes en noemde het met ­internationale flair een ‘coffeeshop’. Hoe groot precies de sector is die hieruit voortkwam, is niet bekend. Ferry de Boer, secretaris van de Bond van Cannabis Detaillisten: ‘Dat ligt heel gevoelig. Zolang wij slechts de gedoogstatus van de overheid hebben, zonder echte erkenning, doet ­niemand z’n mond open.’

Er valt wel een schatting te maken. Onderzoeksbureau Intraval berekende dat de 164 Amsterdamse coffeeshops in 2017 een totale omzet van zo’n 350 miljoen euro haalden. Die omzet komt niet alleen van buitenlandse gasten, maar de toeristische drukte legt de softdrugszaken geen windeieren.

Nicole Maalsté van het onderzoeksbureau Acces Interdit, ziet de coffeeshops wankelen onder de bezoekersaantallen. ‘Het aantal toeristen stijgt en tegelijkertijd sluit de gemeente steeds meer coffeeshops. Dat betekent enorme drukte voor de overgebleven zaken.’

Coffeeshops verdienen niet alleen aan de verkoop van wiet en hash. Zeker de zaken in het toeristische centrum zijn vaak complete horecagelegenheden, waar bezoekers van ontbijt tot middernachtsnack onder de pannen zijn. Sommige coffeeshops bouwen hun business nog verder uit. Inmiddels heeft de Bulldog ook een eigen hotel en meerdere cafés. Manager Jim Zielinsky: ‘Er werken bij ons meer mensen in de side-businesses dan in de coffeeshop zelf.’

De aantrekkingskracht van Amsterdam als stad van het vrije drugsgebruik komt niet alleen door cannabis: ook de ‘magische’ truffels zijn beroemd. Die worden deels verkocht via de 17 smartshops die de stad rijk is. De omzet van smartshops is echter moeilijk te bepalen. Er bestaat geen onderzoek naar en ondernemers houden de kiezen op elkaar.

IJs- en Nutellawinkels

Als er iets symbool staat voor de ‘toeristische uitverkoop’ van de hoofdstad, dan zijn het wel al die ijs- en Nutella-winkels, foeteren Amsterdammers. Hun klaagzang was voor de gemeente twee jaar terug reden om dit soort winkels niet langer toe te laten tot de binnenstad.

De ijswinkels hebben een enorme opmars gemaaktIn tien jaar is het aantal vertienvoudigd. Het begon in de ­Jordaan, bij ijssalon Monte Pelmo, waar de eigenaresse in 2009 een brief van de gemeente op de deurmat vond. Voortaan was een horecavergunning nodig om ijs te verkopen in het stadshart, maar die werden nauwelijks nog afgegeven. Uit angst voor sluiting begon het familiebedrijf een handtekeningenactie.

De Amsterdamse VVD maakte de ijssalon inzet van een politieke campagne als het schoolvoorbeeld van een onderneming die ten onder ging aan de ‘bemoeizucht’ van het stadsbestuur. De gemeente zwichtte en gaf de ijsverkoop vrij. Daarop schoten de ijswinkeltjes, waar ook wafels en Nutella worden verkocht, als paddestoelen uit de grond. Inmiddels telt Amsterdam 75 ijssalons, waarvan bijna de helft in het centrumgebied.

Ambachtelijke familiebedrijfjes als Monte Pelmo kregen daardoor forse concurrentie van grote, vooral internationale ketens. Van de 35 ijswinkels in het centrum zijn 21 onderdeel van vijf van zulke ketens: IJskuypje (de enige Nederlandse keten), Dolce Gelato, Swirls, ­Yogen Früz en Ice Bakery. 

Ice Bakery heeft acht vestigingen in het centrumgebied, waar potten chocoladepasta de etalages sieren. Het brein achter de zogeheten Nutelleria’s is de Italiaan Roberto Fava. Hoeveel hij ermee verdient? De ijswinkel in de Oude Doelenstraat, de vestiging met de laagste huur (een ton per jaar), haalde in 2016 een omzet van 1,3 miljoen euro per jaar, deed hij destijds uit de doeken. ‘In al onze zaken is het binnenlopen’, aldus Fava.

Airbnb

Voor een slordige 4.000 euro per nacht huur je bij Airbnb een ­vijfsterrenhijskraan. Het ijzeren gevaarte aan de oude NDSM-scheepswerf aan het IJ stond al twintig jaar leeg toen het in 2013 voor één euro werd gekocht door ondernemer Edwin Kornmann en werd omgebouwd tot privé-hotel.

Deze hijskraan staat als duurste Airbnb-aanbieding van Amsterdam aan kop van een lange lijst private overnachtingsplekken. Onderzoeksbureau AirDNA zocht uit dat vorig jaar gedurende 2,2 miljoen nachten een complete woning werd gereserveerd. Daarnaast boekte het platform 800 duizend overnachtingen in kamers met een gemiddelde prijs van 157 euro per nacht net zo lucratief als hotelkamers. Zo werd vorig jaar via Airbnb 561 miljoen euro verdiend in Amsterdam.

Voor Airbnb lijkt voorlopig het plafond bereiktWaar het aantal overnachtingen tussen 2015 en 2016 nog verdubbelde en daarna bleef stijgen met tientallen procenten per jaar, is er dit jaar juist een lichte daling. Die stagnatie is opvallend, want de accommodatiemarkt blijft groeien. ­Tussen 2009 en 2018 steeg het aantal hotelkamers in de hoofdstad van 21 duizend naar 35 duizend, schat branche-onderzoeker Marco van Bruggen van Horwath HTL. ‘De afgelopen tien jaar is de winst op Amsterdamse hotelkamers verviervoudigd, tot ruim 1 miljard euro per jaar.’

Ook de hostelmarkt blijft groeien. ­Ketens als Meininger en A&O bouwden oude kantoorpanden in Amsterdam West en Zuid-Oost om tot ‘mega-hostels’, met meer dan duizend bedden per stuk. Ook hier wordt goed verdiend: privé-kamers kosten ruim 100 euro per nacht , slaapzaalbedden ongeveer 50 euro.

Hoewel de verhuur via Airbnb niet meer groeit, wordt het wel steeds professionelerWaar voorheen burgers een zakcentje bijverdienden dankzij het platform, wordt inmiddels één op de vijf Airbnb-kamers en -appartementen verhuurd door professionele verhuurders, merkt onderzoeksbureau AirDNA.

Wat doet de gemeente?

De authenticiteit van de stad raakt in de vergetelheid, horecapersoneel praat steeds vaker alleen Engels en de drukte geeft sociale spanningen en overlast. Amsterdammers klagen steen en been over de massaliteit van toerisme. Daar staat wel wat tegenover. De toeristische sector levert circa 61 duizend banen op en buitenlandse gasten genereren 2 miljard inkomsten per jaar voor ondernemers en bedrijven. Het zijn cijfers uit 2016; sindsdien is het bezoek, en daarmee de economische impact, sterk toegenomen.

Aan toeristen-, vermakelijkheids- en parkeerbelasting komt er ook geld rechtstreeks bij de gemeente terecht. Toeristen en aanbieders van particuliere vakantieverhuur droegen vorig jaar 105 miljoen euro aan toeristenbelasting af. Aan parkeergeld kwam 219 miljoen binnen, maar de gemeente splitst dit niet uit, dus is het aandeel toeristische ­parkeerbelasting onbekend. Aan zogeheten vermakelijkheidsretributie betaalden ondernemers van rederijen, rondvaartboten en autobussen 3,8 miljoen aan de gemeente. Met een verhoging van de toeristenbelasting verwacht het stadsbestuur over twee jaar 100 miljoen euro extra binnen te halen.

Tegenover de inkomsten staan de kosten die de ­gemeente maakt om alles in goede banen te leiden. Volgens onderzoeksbureau SEO gaat het om 45 miljoen euro per jaar. Dat komt boven op de ‘reguliere kosten’ voor stadsonderhoud, infrastructuur, reiniging en veiligheid, uitgaven die geen direct verband houden met ­toerisme. Daarnaast laat de toeristische druk op ‘leefbaarheid, woonplezier en sociale cohesie zich niet in geld uitdrukken’, aldus de ­gemeente.

Hoe verdient Nederland aan toerisme?

Vorig jaar ontving Nederland negentien miljoen buitenlandse bezoekers uit alle werelddelen, twee keer zoveel als tien jaar geleden. Met een gezamenlijke besteding van bijna veertien miljard euro is toerisme een volwassen economische sector. Maar wie verdient er eigenlijk aan die enorme toestroom en op welke manieren? Deze zomer duikt de Volkskrant in de verdiensten van toerisme.

Aflevering 1: Het groeiend aantal buitenlandse toeristen zorgt voor extra concurrentie onder ondernemers. De strijd om de bezoeker wordt steeds meer buiten de steden gevoerd. Dat moet ook wel: bekende trekpleisters lopen tegen de capaciteitsgrenzen.

Aflevering 2: De bezoekers van de ruim 1.100 kleine en grotere festivals in Nederland komen meer en meer uit het buitenland, terwijl de bedrijven die hier de podia bouwen en wc’s plaatsen steeds vaker de grens over gaan. En niet alleen bij vrolijke evenementen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden