ColumnPeter de Waard

Wie moet nu met toverspreuk ‘Whatever it takes’ komen?

De kredietcrisis leidde tot een bankrun, de coronacrisis tot een toiletpapierrun. Zo hebben alle crises verschillen. Maar er zijn ook overeenkomsten. Een van de meest dreigende is dat ook de coronacrisis kan leiden tot een eurocrisis.

De grote pech voor de muntunie is dat de coronacrisis juist het land dat tegenslagen het minst kan hebben, het zwaarst treft. Italië – een land met een immense staatsschuld van 2,5 biljoen euro (134 procent van het bbp) – is opnieuw de achilleshiel van de eurozone. De ­­20 miljard euro die de Italianen zelf op tafel hebben gelegd, en de 25 miljard euro die de EU dinsdagavond besloot uit te trekken, zijn vooralsnog een druppel op een gloeiende plaat. Het is wat een fonds als Apple vaak in twee minuten aan marktwaarde verliest. Bij de uitbraak van de kredietcrisis na de val van Lehman legde de EU tenminste nog 200 miljard euro op tafel.

De stormbal is gehesen. De beruchte spread – het renteverschil tussen de Duitse en Italiaanse staatsobligatie – liep deze week op tot ruim 2 procentpunten. De angst groeit dat de Italiaanse economie in een zo diepe recessie zal komen dat bedrijven en particulieren hun leningen niet meer kunnen aflossen en banken omvallen.

Er zijn onbeperkte middelen nodig. Bij de eerste grote eurocrisis van 2012 kwamen die van Mario Draghi. Toen iedereen overtuigd was van de ineenstorting van de eurozone, sprak hij de toverformule uit: ‘Binnen ons mandaat, is de ECB bereid alles te doen wat nodig is om de euro te behouden. En geloof me, dat zal genoeg zijn.’ De magische drie woorden ‘whatever it takes’ brachten de rust terug. Iedereen was overtuigd dat Draghi de wapens had om zijn woorden in daden om te zetten. Tegen een op volle toeren draaiende bankbiljettenpers kon zelfs een collectief van ‘s werelds rijkste aasgieren niet op.

Die wapens zijn echter bot geworden. Draghi’s opvolger Christine Lagarde kan vandaag opnieuw whatever it takes roepen, maar niet iedereen zal haar geloven. Een verdere renteverlaging zou vertrouwen ondermijnen en averechts werken. Het opkopen van nog meer staatspapier zet ook weinig zoden aan de dijk. In de marge kan de ECB wat doen, maar Lagarde zal een bijrol moeten spelen en kan niet zoals Draghi deed een hoofdrol opeisen.

Die zal dit keer moeten worden vervuld door Ursula von der Leyen, de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, samen met de Duitse bondskanselier Merkel, de Franse president Macron en ook de Nederlandse premier Mark Rutte.

De onbeperkte middelen liggen niet meer in Frankfurt, ze liggen in Berlijn en Den Haag waar de begrotingstekorten nu overschotten zijn geworden. De leiders zullen de moed moeten hebben de populisten in eigen land – iets waar Rutte niet altijd even goed in is – te trotseren en alles uit de kast trekken om Italië en de eurozone te redden.

Anders zal het eurobiljet direct als toiletpapier kunnen dienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden