Reportage Participatiewet

Wie maakt straks de bekendste fietspomp van Nederland? ‘Er komt een dag dat iemand het licht uitdoet’

Van de bekendste fietspomp van Nederland zijn 5,5 miljoen exemplaren gemaakt. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De bekendste fietspomp van Nederland wordt al veertig jaar lang in elkaar gezet door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in Arnhem. Door de Participatiewet dreigen deze werkplekken langzaam te verdwijnen.

Een houten plankje, zwarte buis en een rode slang: de kans is groot dat deze fietspomp bij u in de schuur staat, of bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker aan een ketting hangt. Er zijn 5,5 miljoen exemplaren gemaakt van de bekendste fietspomp van Nederland, die sinds de jaren zeventig in Arnhem in elkaar wordt gezet door werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maar door de Participatiewet dreigen deze werkplekken langzaam te verdwijnen.

Dave bedient vandaag de machine die drie keurige gaatjes in het plankje maakt, waarop iemand anders later de buis kan monteren. Per dag gaan er zo’n 1.250 plankjes door zijn machine, die hij vervolgens opstapelt in grote karren voor het volgende station. Daar lijmt een andere werknemer twee latjes onder het plankje. Niet iedere dag is hetzelfde voor de 17 werknemers van deze werkplaats: ’s middags krijgen ze te horen welk gedeelte van de pomp ze morgen onder handen nemen. Vandaag is het plankjesdag, laat Marco van Hemert zien. Hij begon hier op zijn 17de zelf onderdelen in elkaar te draaien. Inmiddels werkt hij hier 22 jaar en is assistent-werkbegeleider. Hij verdeelt op dagelijkse basis het werk en zorgt ervoor dat er genoeg materiaal is.

De productie van Jumbo fietspompen kwam in de jaren zeventig in handen van Presikhaaf Bedrijven in Arnhem, een sociale werkvoorziening. In 2018 ging dat bedrijf over in het nieuwe Scalabor. Er werken zo’n 2.300 mensen bij het arbeidsontwikkelbedrijf, dat mensen begeleidt naar passend en waar mogelijk regulier werk. Daarnaast biedt het werk in een aangepaste omgeving zoals hier in de Arnhemse fabriek, waar naast de fietspompen nog veel meer wordt samengesteld, gemaakt en ingepakt.

Doorstromen

Meerdere werknemers werken hier al veertig jaar, vertelt Cantor Barten, manager bij Scalabor. Maar er komen geen nieuwe mensen bij sinds de invoering van de Participatiewet. Daarin is bepaald dat mensen zoveel mogelijk moeten doorstromen naar regulier werk en dat werkplaatsen zoals deze uiteindelijk dicht moeten. Voor veel oudgedienden hier komt het pensioen in zicht. ‘We hebben een omloop van bijna 10 procent per jaar. Als het zo doorgaat, komt er een dag dat iemand hier het licht uitdoet’, vertelt Barten. Er is nog wel hoop: volgens de nieuwe regeling beschut werk zouden dit soort plekken kunnen blijven bestaan, maar veel gemeenten durven daar nog niet aan vanwege mogelijk hoge kosten.

Twee weken geleden kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau met een rapport naar aanleiding van vijf jaar Participatiewet. Conclusie: het heeft nauwelijks banen opgeleverd en het is voor gemeenten veel ingewikkelder geworden. ‘De Participatiewet gaat ervan uit dat mensen terechtkunnen op reguliere werkplekken, maar daar moeten bedrijven wel voor openstaan en er moet geschikt werk zijn’, aldus Barten.

Vandaag is het plankjesdag in de werkplaats. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bij Scalabor zijn ze grotendeels bezig met dienstverlening in de logistieke sector, beroepen die werknemers ook bij reguliere bedrijven kunnen uitvoeren. Maar voor sommige werknemers is beschut werk nu eenmaal geschikter. Dat betekent niet dat ze geen belangrijk werk doen, legt Barten uit. ‘Werknemers leren hier veel belangrijke competenties, zoals samenwerken en instructies opvolgen. Zo is het monteren van fietspompen bijvoorbeeld alweer diverser en ingewikkelder dan inpakwerk.’

Veel sociale werkplaatsen waren voor de Participatiewet niet rendabel, zegt Barten. Financieel niet, maar ook niet in de ontwikkeling van mensen. ‘Daar was werk meer een middel om mensen bezig te houden.’ Dat wordt bij Scalabor anders aangepakt, zo maken ze ieder jaar een ontwikkelplan voor alle werknemers. Dan kijken ze of werknemers nog op de goede plek zitten of dat ze een stap verder kunnen, zoals ook met Marco van Hemert is gebeurd. ‘Hier wordt hard gewerkt, dit is geen bezigheidstherapie’, benadrukt Barten. Zo gaan er elk jaar 65 tot 70 duizend fietspompen naar de groothandels.

De werkplaats waar de fietspompen in elkaar worden geschroefd is compleet bedekt met de clubkleuren van Vitesse. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Vitesse 

De werkplaats waar deze duizenden fietspompen in elkaar geschroefd worden, is compleet bedekt met de clubkleuren van Vitesse. Een geel-zwarte muur, talloze shirtjes, posters en zelfs een Vitesse-kerstboom. Maar Vitesse-supporter zijn is geen vereiste voor nieuwe werknemers, vertelt Van Hemert terwijl hij op een Go Ahead Eagles-supporter in de hoek wijst.

Een gesigneerd shirt aan de muur en een ingelijste foto wijzen op het hoogtepunt van afgelopen jaar: toen kwamen een aantal spelers en de algemeen directeur een dagje meehelpen op de afdeling. Zo stonden Roy Beerens en Arnold Kruiswijk zij aan zij fietspompen in elkaar te zetten. Wordt hier, met al die voetballiefde, eigenlijk nog wel gefietst? ‘Fietsen?’ lacht Van Hemert. ‘Nee hoor, daar begin ik niet aan. Ik ga lekker op de scooter.’

Werkgevers hebben moeite vacatures te vervullen, maar mensen met een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ plukken daar nauwelijks de vruchten van. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De arbeidsmarkt is een Champions League-wedstrijd geworden, stellen twee deskundigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden