Wie doet er mee?

Pianoles, voetbalclub, scouting – niet voor iedereen is het zomaar weggelegd. Een half miljoen kinderen staan aan de zijlijn, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau....

‘Het is belangrijk dat kinderen kunnen deelnemen aan sport, culturele of recreatieve activiteiten’, zegt Gerda Jehoel-Gijsbers, onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). ‘Deze vormen van vrijetijdsbesteding zijn een vorm van ontwikkeling. Los van het plezier dat ze eraan beleven, vormt het hun sociale vaardigheden en doorzettingsvermogen. Het is bovendien fijn en belangrijk ergens bij te horen.’

Voor veel kinderen zijn zulke activiteiten vanzelfsprekend: op woensdagmiddag naar pianoles, op zaterdag naar de voetbalclub of de scouting. Maar ze zijn lang niet voor alle kinderen in Nederland weggelegd. Ongeveer een half miljoen van de 2,5 miljoen kinderen tussen de 5 en 18 jaar is niet ‘maatschappelijk actief’. Dat is vaak een kwestie van geldgebrek.

Deze bevindingen komen uit de studie Kunnen alle kinderen meedoen? die vandaag wordt gepresenteerd door het SCP. In opdracht van het SCP heeft onderzoeksbureau Intomart GfK enquêtes afgenomen bij 2.200 kinderen en hun ouders.

Opgroeien in armoede heeft negatieve gevolgen voor kinderen. Uit eerdere wetenschappelijke studies blijkt dat het niet alleen materieel wat uitmaakt, maar effect kan hebben op sociaal, emotioneel, cognitief en lichamelijk vlak. Nederland telt 343 duizend arme kinderen tussen de 5 en 18 jaar. Vaak gaat het volgens het SCP om niet-westerse allochtonen (130 duizend), eenoudergezinnen (182 duizend) en kinderen uit bijstandsgezinnen (132 duizend).

Om de drempel voor arme kinderen te verlagen, heeft het kabinet voor 2008 en 2009 twee keer 40 miljoen euro beschikbaar gesteld aan gemeenten.

Jehoel-Gijsbers: ‘Zij moeten dat geld niet gebruiken voor adviesclubs, maar voor concrete zaken. Denk aan het verstrekken van muziekinstrumenten of computers, of het geven van korting op contributies.’

Het SCP onderscheidt drie soorten van maatschappelijke deelname. Onder de eerste categorie vallen zaken als lidmaatschap van een sportclub, muziekles of scouting. Lang niet per definitie dure activiteiten – het clubgeld voor Scouting Nederland of Jong Nederland is redelijk laag. Maar het zijn toch vaker de niet-arme kinderen die lid zijn.

Een tweede categorie van maatschappelijke deelname vormen de buitenschoolse activiteiten, zoals in buurthuizen en jongerencentra. De derde categorie zijn activiteiten van kerk of moskee. ‘Hier zie je juist het omgekeerde beeld. Juist bijstandskinderen doen vaker mee aan de activiteiten van kerk of moskee. Maar je kunt je afvragen of het altijd echt vrijetijdsbesteding te noemen is. Ik zie het als een grensgeval, want vaak gaat het bij de jeugdactiviteiten in de moskee om huiswerkbegeleiding, koranlessen, Arabische les of, in de kerk, om misdienaar zijn.’

Geld speelt een rol, maar het is zelden de enige oorzaak als kinderen nergens lid van zijn. ‘Het kind vindt zoiets niet leuk’, antwoorden ouders van 31 procent van de kinderen die op geen enkele sport zitten. Voor niet op zwemles zitten is dat in 24 procent van de gevallen de verklaring, tegen 49 procent voor de andere vrijetijdsactiviteiten. ‘Bij bijstandskinderen spelen in dat geval de financiële redenen toch vaker de hoofdrol.’

Is meedoen dan een kwestie van per se móeten? ‘Nee’, vindt Jehoel-Gijsbers. ‘Mijn eigen kinderen waren ook niet hun hele jeugd altijd ergens lid van, en dan speelden financiële beperkingen geen rol. Soms hebben kinderen een tijdje geen zin, en later vinden ze wel weer een club die bij ze past. Dat kan je als ouder wel stimuleren, maar niet forceren.’

Het omgekeerde fenomeen, kinderen die gestresst raken van alle georganiseerde activiteiten in de agenda, bestaat ook. ‘Ergens lid van zijn is op zichzelf heel goed. Maar kinderen moeten ook voldoende tijd overhouden om zichzelf te amuseren.’

‘De kinderbijslag is voor je kind, niet voor de auto of sigaretten’
Miranda Brey (42) uit Baarn heeft één zoon (17).

‘Ik heb geen rijke suikeroompjes in de buurt, dus ik heb het al die jaren alleen gedaan met mijn zoon met een inkomen op bijstandsniveau. Mijn zoon werd ook nog eens veel te vroeg geboren. De kinderarts heeft vlak na zijn geboorte gezegd: doe hem op een oosterse vechtsport, dat is goed voor premature kinderen. Dat heb ik altijd onthouden.

‘Dus toen Noah 6 was, heb ik hem op judo gedaan. Dat kon ik niet betalen, maar ik was een van de eersten die konden aantonen dat hij op medische gronden moest sporten, dus werd het helemaal vergoed door de gemeente.

‘Hij is mijn enige zoon, ik wil dat hij alle mogelijkheden heeft. Ik wilde hem een klassieke opvoeding geven, dus hij heeft heel veel gedaan: zwemles, schaken, judo, jiu-jitsu. Daar moest ik andere dingen voor laten. Niet met vakantie, niet uitgaan. En ik vind: de kinderbijslag is voor je kind, niet voor de auto en ook niet voor sigaretten.

‘Hij doet een sportopleiding op het roc. Volgende week moet hij ineens op survivalkamp. Dat is een verplicht onder deel van de opleiding. Nu zit ik wel met mijn handen in het haar: hij moet een slaapzak, een tent, een matje, eten en drinken, bergschoenen. Ik heb wel even het grote F-woord gebruikt: hoe moet ik dat betalen?

‘Gelukkig kan hij spullen lenen van klasgenoten en buren. En ik kan het niet laten toch een voedselpakket voor hem te maken, met potten pindakaas en zo.

‘Ik vind het ontzettend belangrijk dat hij zijn opleiding afmaakt, dat hij later uit deze situatie blijft. Ik heb nooit gewild dat hij op straat zou hangen met niks te doen. Ik wilde niet dat hij het gevoel zou hebben: ik ben een bijstandskind en dat blijf ik ook. Sport is echt zijn redmiddel geweest.’

‘De contributie voor een sportclub kost al gauw honderdzoveel euro per jaar’
Noraly van de Voort (48) uit Almere heeft een zoon (20) en een dochter (18).

‘Het feit dat je een uitkering krijgt, maakt je bezorgd en op je hoede. Je probeert het elke dag weer voor elkaar te krijgen om rond te komen. Leuke dingen als uit eten gaan, of naar de film zijn niet vanzelfsprekend.

‘De contributie voor een sportclub kost al gauw honderdzoveel euro per jaar, dat moet je meestal in één keer betalen, dat kan ik niet opbrengen. Mijn kinderen hebben wel op zwemles gezeten, toen ze klein waren, al had ik veel moeilijkheden om dat te betalen.

‘Mijn zoon heeft in Lelystad even op voetbal gezeten, zijn schoenen en zijn hele uitrusting heeft een familielid voor hem betaald. En ik had toen even geen huis, we zaten bij iemand op een kamer, dus had ik even die vaste kosten niet. Maar toen we naar Almere verhuisden, moest hij eraf. Mijn dochter wilde graag op tennis of badminton, maar dat lukte financieel niet.

‘Ik heb ze altijd wel mee laten gaan op schoolkamp. Die uitjes van een dag kon ik wel betalen. Maar een studiereis naar Italië van drie- of vierhonderd euro, dat zit er niet in.

‘Ik denk wel dat dat invloed heeft gehad op mijn kinderen dat leuke extraatjes er niet in zaten. Het systeem in Nederland is dat je dan heel veel binnen moet leven. In Almere is buiten weinig te doen voor kinderen.

‘De laatste jaren ben ik op zoek gegaan naar een kerk die veel met jongeren doet. Daar kunnen ze dingen inhalen die ze hebben gemist. Ik heb een kerk gevonden: de Praisevally Temple. Daar vinden ze het goddelijke, maar ze kunnen er ook samen zingen, andere jongeren ontmoeten en aan een netwerk bouwen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden