Westerse landen ruziën nog vóór begin handelstop

De eerste echte vergadering van de nieuwe wereldhandelsorganisatie WTO moet nog van start gaan en nu al rollen de westerse landen vechtend over straat....

GEERT-JAN BOGAERTS

Van onze verslaggever

Geert-Jan Bogaerts

SINGAPORE

De Amerikaan, Andrew Stoller, zei 'meer van Australië verwacht te hebben, zeker gezien de goede samenwerking die we op andere terreinen met de Australiërs hebben'. Stoller sprak namens de Amerikaanse interim-handelsminister Charlene Barshefsky, die op het laatste moment verhinderd was om een congres bij te wonen van de Internationale Vereniging van Vrije Vakverenigingen (IVVV), waarbij onder meer ook FNV en CNV zijn aangesloten.

Australië is, samen met een groot deel van de Derde Wereld en de snel groeiende Aziatische economieën als Maleisië en Thailand, er fel op tegen dat de wereldhandelsorganisatie WTO zich bemoeit met sociale rechten van werknemers. Deze landen vinden dat een zaak die niets met het internationale handelsverkeer van doen heeft. Daarom hoort het onderwerp ook niet op de WTO-agenda thuis, vinden zij.

De Amerikanen daarentegen worden gesteund door de meeste andere westerse landen, inclusief de Europese Unie. Zij zijn van mening dat globalisering leidt tot verscherpte concurrentie op de wereldmarkt. Die grotere concurrentie zou op zijn beurt tot gevolg hebben dat rechten van werknemers in het gedrang komen. Daarom hebben de industrielanden de sociale kwestie hoog op de agenda gezet van de eerste WTO-vergadering, die vandaag in Singapore begint. Er is echter voorlopig geen enkel uitzicht op een akkoord.

IVVV-voorzitter Bill Jordan toonde zich tegen beter weten in toch optimistisch dat er wel een overeenstemming komt. 'Deze conferentie moet de geschiedenis ingaan als die waarin de rechten van werknemers ingebed worden in de internationale handelsverhoudingen', zei hij.

Jordan bestreed dat ontwikkelingslanden slechter af zijn als ze gedwongen worden minimale sociale normen te handhaven. 'Toon mij een land met lage normen en ik toon u een land met een lage productiviteit', zei hij.

Zijn stelling werd beaamd door vakbondsvertegenwoordigers uit zulke uiteenlopende ontwikkelingslanden als Maleisië, Bangladesh, Burkina Faso en El Salvador. 'De WTO kan niet ontkennen dat uitbuiting van de arbeiders op wereldschaal toeneemt', zei Nazrul Islam Khan, leider van een Bengaalse vakbond.

Khan verklaarde echter ook dat de schuld voor deze toenemende uitbuiting niet alleen bij de ontwikkelingslanden gelegd kan worden. 'Als we hieraan iets willen doen, dan moeten ook de industrielanden meebetalen', vindt Khan.

Erover praten in de WTO en eventueel handelssancties verbinden aan overtredingen van sociale normen is volgens de Bengaalse vakbondsleider niet genoeg. 'Er moeten ook alternatieven geboden worden. Landen en sectoren binnen landen moeten werkelijke kansen krijgen om zich te verheffen uit de armoede. Dat kan alleen door eerlijkere handelsverhoudingen en door gerichte armoedebestrijding.'

Interessant overigens is een analyse die de IVVV gemaakt heeft van de posities die de verschillende landen innemen. Nederland wordt erin aangeduid als 'neutraal', voornamelijk omdat de ministeries van Economische en Sociale Zaken het niet eens zouden zijn. Nederland is overgehaald tot het algemene standpunt van de Europese Unie: dat de sociale kwestie wel degelijk op de WTO-agenda moet staan, mits dit niet leidt tot protectionisme van de industrielanden.

Nederland stelt grote vraagtekens bij de beweegredenen van sommige landen om zich 'plotseling zo sociaal' op te stellen, zo stelde gisteren een eigenaar van Economische Zaken. Vooral de Fransen en de Zuid-Europese landen zouden protectionistische motieven hebben.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden