Werknemers hebben te veel macht

Arbeiders worden niet meer uitgebuit, ze hebben de absolute macht. Aandeelhouders verzetten zich terecht, zegt Mike Ackermans...

De onbarmhartige uitbuiting van de arbeider pakweg honderd jaar geleden lijkt nu ondenkbaar. Kapitaalverschaffers staken toen het merendeel van de opbrengsten van het economische proces in hun zakken, voor arbeiders restte slechts schrijnende armoede. Toch horen we geluiden dat de factor arbeid weer op zijn tellen moet passen. ‘Werknemersbelang in de knel geraakt’, stelden de hoogleraren Arnoud Boot, Ferdinand Grapperhaus en Paul van der Heijden onlangs (Forum, 12 mei). De perikelen rondom ABN Amro en private equity zijn het bewijs dat de macht van de aandeelhouders, het kapitaal, te ver is doorgeschoten.

Wie de macht heeft, zeker in de wereld van het geld, zal dus wel het grootste deel van de poet weten te bemachtigen, net als honderd jaar geleden. Dit zijn de feiten: de arbeidsinkomensquote, het cijfer dat aangeeft welk deel van het totale inkomen in ons land de factor arbeid zich weet toe te eigenen, ligt al jaren stabiel op 80 procent.

Van het geld dat een bedrijf binnenhaalt (de omzet), gaat vrijwel altijd het grootste deel op aan loon: ruim de helft, waarmee de factor arbeid de grootste kostenpost is. De factor kapitaal ‘kost’ (aan rente en dividend) slechts een fractie daarvan. Kapitaal verkoopt zich goedkoop, arbeid is peperduur.

Zo liggen de verhoudingen. En niet alleen door deze cijfers wordt de enorme macht van de werknemers geïllustreerd. Werknemers hebben zich met premies uit de bedrijfsopbrengsten weten te verzekeren tegen alle vormen van tegenslag en vóór inkomenscontinuïteit in de toekomst, wat er ook gebeurt. Ze hebben hun rechten optimaal laten vastleggen, kunnen nauwelijks worden ontslagen, anders dan tegen torenhoge kosten en werken minder uren dan ooit in de geschiedenis. Het begrip ‘Verzorgingsstaat’ is de metafoor van de absolute macht van de factor arbeid.

Er zijn meer aanwijzingen die de zwakte van de factor kapitaal aantonen. De ABN Amro-aandeelhouders moesten naar de Ondernemerskamer, een tamelijk machteloos instituut dat hooguit aanbevelingen kan doen, om hun recht te halen. Bij wet is voor aandeelhouders de weg naar een gewone rechter, die kan straffen en dwingen, afgesloten. Voor werknemers ligt dat bepaald anders.

Dat wetenschappers als Boot, Grapperhaus en Van der Heijden desondanks de stormvlag hijsen voor het werknemersbelang kan verklaard worden uit hun lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad (SER). In dat ontmoetingsplatform van het poldermodel is de factor arbeid uitmuntend vertegenwoordigd, net als de factor ondernemingsbestuur. Maar het kapitaal (en dat is wat anders dan het management) is er de facto afwezig. Waardoor de weg vrij is om de schuld van alles opnieuw aan het kapitaal te geven.

De SER is een conservatief bolwerk waar de positie van het werknemersbelang in beton is gestort. Zo hoeven we niet te verwachten dat de SER-partners iets doen aan het rigide ontslagrecht.

Een mengeling van dit conservatisme en Hollands provincialisme bepalen de sentimenten rond het ABN Amro-overnamegevecht. Dat leidt tot inconsistenties in de argumentatie. Neem de stelling van Boot c.s. dat het opkopen van een bank als ABN Amro niet strookt met ‘de ondernemingsfilosofie hier te lande’. Wat die filosofie behelst blijft onduidelijk, maar zou het zijn dat een multinational als ABN Amro niet in de VS een grote bank als LaSalle had mogen kopen, of in Italië Antonveneta, of in Brazilië Banco Real? Uit de woorden van Boot c.s. begrijpen we dat ‘ondernemersfilosofen’ in de VS, Italië en Brazilië een punt hebben als die betogen dat ‘hun’ banken weer in binnenlandse handen komen of blijven. Daarmee stellen Boot c.s. onbedoeld dat het goed is dat ABN Amro wordt opgesplitst.

Even paradoxaal is de steun die in deze crisis de rijkbetaalde ABN Amro-managers (eenvoudig baliepersoneel kent deze bank nauwelijks meer) krijgen van de SER-leden, alsof zij de uitgebuite werknemers van honderd jaar geleden zijn. In werkelijkheid is volgens vriend en vijand juist de overbetaling van de ABN Amro-effectenhandelaren en zakenbankiers een van de oorzaken van de ondergang van de bank.

Er is kortom geen enkele aanwijzing dat het werknemersbelang in de knel raakt door de factor kapitaal. De factor arbeid eigent zich het merendeel van de opbrengsten in onze diensteneconomie toe, heeft al zijn rechten veilig gesteld en zijn belangenbehartigers op cruciale posten in de samenleving geïnstalleerd. Het is juist om te stellen dat het aandeelhoudersbelang aan een emancipatie bezig is, maar dat is ook nodig in een tijd waarin de factor arbeid de absolute macht heeft en zijn bureaucratie een overvloedige ruif is waar zijn aanhangers uit eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden