Welles-nietes over economische groei

Economen zijn maximaal verdeeld over de groeiperspectieven van de Nederlandse en de Europese economie. Over één ding zijn ze het wel eens: inflatie bevorderen is niet de juiste aanpak om groei te bevorderen.

Coen Teulings, voormalig directeur van het CPB en één van de economen die meedeed aan de peiling van Me Judice Beeld anp
Coen Teulings, voormalig directeur van het CPB en één van de economen die meedeed aan de peiling van Me JudiceBeeld anp

Het economenpanel Me Judice, dat geregeld probeert de mate van consensus over bepaalde topics vast te stellen onder prominente economen, constateert in een peiling die vandaag wordt gepubliceerd een maximale verdeeldheid over de groeiverwachtingen.

Zo poneert Me Judice de stelling dat de groeiperspectieven in de eurozone voor de komende tien jaar beperkt blijven tot maximaal 1 procent per jaar. Daarmee was 37,8 procent van de economen het eens of zeer eens. 29,7 procent was het er echter juist níét mee eens, of zeer oneens. De resterende 32,4 procent had geen mening, of kon niet kiezen tussen eens en oneens.

Over de groeiperspectieven van Nederland is de verdeeldheid nauwelijks minder. Nederland kan niet hopen op een groei hoger dan 1 procent per jaar, de komende tien jaar. Dat vindt 37,8 procent van de economen een juiste stelling, 35,1 procent vindt hem onjuist. 27 procent heeft geen mening.

Daar is maar één samenvatting van mogelijk: de geleerden zijn het er niet over eens.

Inflatie

Dat geldt echter niet voor de derde stelling. Die luidt dat de Europese Centrale Bank om de groei te bevorderen niet meer moet streven naar een inflatie van 2 procent, maar naar 4 procent. Die stelling wordt massaal afgewezen. 70,3 procent is het er niet mee eens, slechts 16,2 procent is het ermee eens.

Dat betekent niet dat de economen het aanwakkeren van inflatie afwijzen als middel om de groei te stimuleren. Veel economen, zowel voor- als tegenstanders van de stelling, wijzen erop dat de ECB er niet eens in slaagt 2 procent inflatie te bereiken. Frank den Butter (oneens met de stelling) schrijft: '2 procent inflatie is in de huidige situatie al moeilijk bereikbaar'. Casper van Ewijk (eens met de stelling): 'Laten ze eerst de 2 procent halen.' Het lijkt erop dat de deelnemende economen het op dit punt juist erg met elkaar eens zijn: een hoger inflatiedoel is niet nodig zolang de ECB geen kans ziet haar huidige inflatiedoel te bereiken.

Soms lijkt het erop dat de economen wel dezelfde effecten verwachten van zo'n inflatieverhoging, maar dat ze die verschillend waarderen. Fieke van der Lecq van de Erasmus Universiteit Rotterdam schrijft in een toelichting: (Hogere inflatie is) 'slecht voor de koopkracht van pensioenen en ontmoedigend voor de spaarzin.' Ze is dus tegen, omdat financiële tegoeden minder waard zullen worden.

Om diezelfde reden is Bas Jacobs juist vóór meer inflatie. Hij wijst op studies zoal die van het befaamde economenduo Reinhart & Rogoff, die stellen dat financiële crises pas ophouden als de schulden (en dus ook vorderingen, het spiegelbeeld van schulden) afnemen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van wanbetaling (faillissement) of devaluatie, maar ook door inflatie, stelt Jacobs. Daardoor immers worden schulden minder waard.

In het panel van Me Judice zitten 64 economen. Van hen deden er aan deze peiling 37 mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden