Welke politicus heeft nu nog trek in een karbonaadje?

Het parlementaire jaar wordt traditioneel afgesloten met een barbecue op het Binnenhof. Maar, zo vraagt E.H.J. Albers zich af, smaken de karbonaadjes nog wel nu de varkenspest dagelijks slachtoffers maakt?...

TER gelegenheid van het einde van het parlementaire jaar krijgen onze volksvertegenwoordigers en leden van de parlementaire pers vandaag de inmiddels traditionele barbecue aangeboden door de Produktschappen voor Vee, Vlees en Eieren, aangevoerd door de oud-parlementariër R.J. Tazelaar.

Ik wil hun feestje niet bederven, maar we moeten wel vaststellen dat er meer dan in andere jaren een schaduw overheen hangt. Het kan niet anders of de zinloze dood van miljoenen - gezonde - varkens, de gekke koeien- en kippenziekte, pseudo-TBC bij koeien, mond-en-klauw-zeer, campylobacter- en salmonellabesmetting bij kippen en natuurlijk de varkenspest, moeten de deelnemers van de Binnenhof-barbecue bezighouden op het moment dat ze gezamenlijk de maaltijd nuttigen.

Het heeft iets onechts om je wel zorgen te maken over individueel dierenleed, bijvoorbeeld de mishandeling van een hond of een paard, maar de nauwelijks te bevatten massaliteit van het dierenleed dat de bio-industrie veroorzaakt, als een onontkoombaar bedrijfsongeval te beschouwen.

Veel Nederlanders van verschillende achtergrond maken zich zorgen over de scheefgroei in de Nederlandse veehouderij met alle uitwassen van dien. Toch meende de boerenorganisatie LTO-Nederland minister Van Aartsen vorige week een brief te moeten schrijven waarin de organisatie pleit voor grotere varkensbedrijven. Via een dergelijke fabrieksmatige exploitatie zou het aantal varkens in Nederland - zo'n 14 miljoen - gelijk kunnen blijven.

Als ondernemer ken ik als geen ander het belang van economische afwegingen. En laat ik helder zijn, je hoeft geen vegetariër of actievoerder te zijn, je hoeft niemand z'n broodwinning te misgunnen, en je kunt de redelijkheid in persoon zijn om toch in te zien dat het zo niet langer kan met onze intensieve veehouderij.

Juist dat zou voor de politiek een belangrijk signaal moeten zijn. De mate van onredelijkheid die bereikt is in de manier waarop onze veesector met dieren omgaat, heeft ertoe geleid dat zeer redelijke mensen het niet langer kunnen aanzien en aan de bel trekken.

Er ontstaan vragen over de redelijkheid van het feit dat het promotiebudget van het Produktschap voor Vee, Vlees en Eieren - 14,5 miljoen gulden op jaarbasis - voor 99 procent wordt aangewend voor het bevorderen van de verkoop van producten uit de zeer dieronvriendelijke bio-industrie, en voor nog geen 1 procent voor producten uit de veel diervriendelijker scharrelveehouderij.

Natuurlijk is het zo dat individuele boeren weinig kunnen doen aan de situatie waarin ook zij tegen wil en dank terecht zijn gekomen, onder druk van banken en veevoederproducenten. Maar een groot probleem laat zich niet relativeren door het aanvoeren van verzachtende omstandigheden. Feit is dat door menselijk ingrijpen in korte tijd meer dieren onnodig over de kling worden gejaagd dan ooit in de geschiedenis is voorgekomen.

Het is een teken van decadentie om dat normaal te gaan vinden, om over te gaan tot de orde van de dag na het zien van varkens die nog levend de verbrandingsovens ingaan omdat er 'gebrek aan capaciteit' is om ze op een 'aanvaardbare' manier te laten sterven.

De overheid zou zich niet langer moeten verschuilen achter economische belangen en doortastend moeten optreden om de ontstane problemen van monsterlijke omvang een halt toe te roepen.

Er is een markervaccin tegen varkenspest, er is de mogelijkheid van een fokverbod, er is de mogelijkheid van een actief stimuleringsbeleid voor diervriendelijke producten.

Zolang de maatschappelijke kosten van de intensieve veehouderij niet tot uitdrukking komen in de consumentenprijs, is er sprake van welbewuste uitlokking of bevordering van ernstig dierenleed. Het is niet te verantwoorden waarom we voor een sinaasappel moeiteloos drie kwartjes neertellen, terwijl we voor een ei slechts twee dubbeltjes hoeven te betalen. Die onethisch lage consumentenprijs kan alleen tot stand komen door de ogen te sluiten voor het leed dat honderden-miljoenen legbatterijkippen dagelijks wordt aangedaan.

Het zou de politiek sieren als ze een maatschappelijke discussie zou bevorderen die ertoe leidt dat consumenten het verband weer gaan zien tussen de karbonade op hun bord en het dier dat daarvoor in de meeste gevallen ernstig en onnodig heeft geleden onder slechte huisvesting, slecht transport, onnodige ziekterisico's, en zonder een kans te hebben gehad op het uiten van natuurlijk gedrag.

Ons land telt veel meer landbouwhuisdieren dan mensen. Ze hebben geen stemrecht, maar toch worden onze politici geacht ook hun belangen op een juiste wijze te behartigen.

Wellicht een aardig puntje op de agenda voor de binnenhofbarbecue of om tijdens het zomerreces de gedachten eens over te laten gaan.

E.H.J. Albers is woordvoerder van een aantal ondernemers dat zich zorgen maakt over de ontwikkelingen in de bio-industrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.