Analyse Boorplatforms Noordzee

Weghalen boorplatforms Noordzee kost tientallen miljarden - dat kan goedkoper

Er staan 600 olie- en gasplatforms in de Noordzee en die moeten allemaal weg. Dat gaat tientallen miljarden kosten, en de Nederlandse belastingbetaler betaalt mee. Kan dat iets goedkoper? Ja, door de poten van de platforms te laten staan.

Mei 2017: voor de Engelse kust bij Hartlepool wordt de bovenkant van Shells boorplatform Brent Delta weggesleept. Beeld AFP

Het heeft iets weg van een scène uit een EO-natuurfilm: roofdier pakt prooi. De Brent Delta, een roestig olieplatform, staat roerloos op zijn drie poten in zee. Een paar honderd meter ervandaan ligt de Pioneering Spirit op de loer, het roofdier in de film. Heel langzaam komt het schip, een catamaran bestaande uit twee volwassen zeeschepen met een gigantisch dek ertussen, naderbij. Het roofdier omarmt de poten van het weerloze platform, en steekt dan langzaam zijn armen uit naar het zelf.

Je denkt nog dat de slag lang gaat duren. Zo’n olieplatform van 24 duizend ton staal, meer dan tweemaal het gewicht van de Eiffeltoren, laat zich toch niet zomaar verrassen. Maar dan, plotseling nog, begint het roofdier te tillen, en negen luttele seconden later zweeft de Brent Delta machteloos tussen hemel en aarde, twee meter boven de poten waarop hij sinds 1976 veilig had gerust.

Het filmpje (hieronder) is te zien op de site van de eigenaar van de Pioneering Spirit, het Delftse offshorebedrijf Allseas. De Brent Delta was twee jaar geleden een van de eerste grote platforms op de Noordzee die werden gesloopt. Het was ook een van de eerste die werden gebouwd, daar op het Brentveld in de Noordzee. Inmiddels staan er in de hele Noordzee zeshonderd stuks, die evenveel staal bevatten als eenderde van alle Nederlandse auto’s bij elkaar. De meeste van die platforms bereiken de komende tien tot vijftien jaar de pensioengerechtigde leeftijd.

De Noordzee is een olie- en gasgebied dat over zijn hoogtepunt heen is, zeker het Nederlandse deel. Van de zeshonderd olie- en gasplatforms moet het grootste deel binnen vijftien jaar worden verwijderd. Ze zijn over hun houdbaarheidsdatum heen, en steeds vaker staan ze ook op putten die niet meer rendabel te exploiteren zijn. Zo produceert op het Brentveld alleen de Brent Charlie nog, en niet lang meer. Dan is het afgelopen met het fameuze Brentveld, en zouden de vier platforms weg moeten, zo is internationaal geregeld. Alleen voor betonnen fundamenten en poten kunnen oliemaatschappijen ontheffing krijgen van die plicht, en voor staalconstructies zwaarder dan tienduizend ton.

De grote offshorebedrijven verkneukelen zich over deze markt van ‘decommissioning’. ‘Het is een heel zekere markt, want uiteindelijk moeten ze allemaal weg’, zegt Jeroen van Oosten, bij offshorebedrijf Heerema Marine Contractors verantwoordelijk voor het verwijderen van olieplatforms. De markt van het verwijderen van al die platforms en pijpleidingen en bijbehorende opruimactiviteiten is volgens hem 50- tot 60 miljard euro waard. ‘En tot nu toe zijn wij marktleider.’ Nog maar enkele weken geleden vormde Heerema een samenwerkingsverband (joint venture) met twee Britse bedrijven: Fairfield Decom. Met dit bedrijf denkt Heerema het afbreken van platforms veel goedkoper te kunnen maken.

Nieuw kraanschip

De offshorebedrijven verwachten veel van de sloopmarkt op de Noordzee, maar zij hoeven er niet specifiek voor te investeren. De Pioneering Spirit van Allseas komt over twee weken even het platform Brent Bravo liften, als onderbreking van de bouw van de Nord Stream 2 in de Oostzee. En het nieuwe kraanschip Sleipnir dat Heerema nog maar kort geleden opgeleverd kreeg, met een hefvermogen van 20 duizend ton het grootste in zijn soort, kan net zo goed platforms installeren als ze weghalen. Of windmolens plaatsen.

Voor de offshorebedrijven zijn die roestende platforms een geweldige markt, maar voor de olie- en gasbedrijven zijn ze een even immense kostenpost. Alleen al de sloop van de platforms en toebehoren op het Nederlandse deel van de Noordzee, gaat volgens schattingen van staatsbedrijf Energie Beheer Nederland 5 miljard euro kosten. Het verwijderen van olie- en gasinfrastructuur op land kost nog eens 2 miljard. De oliemaatschappijen doen er alles aan de kosten te drukken.

Shell probeert dat nu met zijn plannen om de betonnen poten en tanks van de Brent Bravo, Brent Charlie en Brent Delta in het Britse deel van de Noordzee aan de eeuwigheid te willen prijsgeven, inclusief de duizenden tonnen olie die nog in de tanks zit. Op het Nederlandse deel van de Noordzee staan ook drie bouwwerken (niet van Shell) van hetzelfde type.

Galantere manieren

Er zijn ook galantere manieren om de kosten te verlagen. Jo Peters van Nogepa, de belangenorganisatie van de veertien bedrijven die in Nederland olie en gas winnen: ‘Onze leden kijken in de eerste plaats of sloop wel nodig is. Kan zo’n platform niet op een alternatieve manier worden gebruikt?’ Dat kan bijvoorbeeld door zo’n platform, of ten minste de poten, te gebruiken om er transformatoren op te plaatsen voor windparken, of zelfs waterstoffabriekjes die de overvloed aan windstroom kunnen opslaan.

Voor de olie- en gasbedrijven gaat het om forse bedragen, maar ook de belastingbetaler betaalt mee. De Nederlandse staat heeft 40 procent van de aandelen in vrijwel elk olie- en gasplatform. Volgens Energie Beheer Nederland EBN, die namens de staat de aandelen beheert, komt een groot deel van de kosten voor rekening van de staat. Als aandeelhouder draait de staat op voor 40 procent van de kosten, en de olie- en gasbedrijven kunnen ook nog eens de kosten aftrekken van de belasting en de winstafdracht aan de staat. In totaal komt zo 70 procent van de kosten bij de staat terecht. Dat komt, alleen al voor de spullen op zee, neer op 3,5 miljard euro.

De staat heeft er dan ook alle belang bij om de kosten van de sloopoperatie zo veel mogelijk te drukken. Is Nederlands voorzichtige opstelling jegens de plannen van Shell om de betonnen fundamenten van zijn olieplatforms te laten staan, ingefluisterd door een kille rekensom? Bij vergelijkbare acties op het Nederlandse deel van de Noordzee zou de schatkist immers grote belangen hebben. Kees Kodde van Greenpeace: ‘Ik betwijfel of dat een rol speelt. Shell betaalt toch al geen winstbelasting in Nederland, dus dat maakt geen verschil.’

Shell: verwijderen is te riskant

Volgens Shell is verwijderen van de drie betonnen constructies van de Brentplatforms Bravo, Charlie en Delta te riskant. Om ze weg te krijgen zouden ze weer drijvend moeten worden gemaakt en daarna versleept naar kustwater, waar het beton kan worden afgebroken. De kans dat in één van die stappen iets fout gaat, schatte Shell twee jaar geleden al op zo’n 7 procent voor Bravo en Delta en 3,6 procent voor Charlie. Dat, betoogt Shell, is een veel hoger risico dan wat bij het bouwen van een nieuwe installatie acceptabel wordt geacht. Ook het inkorten van de poten tot 55 meter onder het wateroppervlak is een riskante klus.

Zelfs het verwijderen van de 11 duizend ton olie vindt Shell al onverantwoord. ‘Het kost jaren werk, met heel veel schepen. We moeten een vijf meter groot gat in elke onderzeese tank hakken, daar moet een baggermachine doorheen. Dan moeten we het sediment verdunnen met vijftig keer zo veel water. Dat mengsel moet aan land worden gebracht, verwerkt en uiteindelijk gestort.’ En, niet onbelangrijk: ‘Dat kost honderden miljoenen euro’s.’

Shell wil de drie gewoon laten staan. Dan gaat de tand des tijds eraan knabbelen. Het zal tot 250 jaar duren voor de poten door verval onder het zeeoppervlak zijn verdwenen. Dan worden ze voor scheepvaart en vissers juist riskanter. Het duurt nog tot 500 jaar voordat de poten 55 meter onder zee zijn verdwenen en alleen nog een risico voor visnetten vormen. Ook de Brent Alpha wil Shell laten staan. Dat bouwwerk heeft geen betonnen fundering of poten, maar is een stalen constructie. Die, zegt Shell, zal worden afgebroken tot 85 meter onder het zeeoppervlak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden